"Business-seats en loges. Dat doet denken aan het Circus Maximus'; "Als je ze hun gang laat gaan gebruiken ze chemische wapens'; "De loges hebben geen last van de beesten op de tribune'

Hij hoeft de bal maar in te koppen, de voorzet is niet te missen. De transfer van de eeuw past precies in zijn idee over de cultuur van de voetbalwereld. “Ik zie deze week het journaal op de televisie met de rubriek sportnieuws. Eerste bericht is dat de volleybalclub Lennik problemen heeft omdat de spelers weigeren de bekerfinale te spelen zolang ze geen zekerheid hebben over hun salarissen. Tweede bericht is dat Ajax Bergkamp en zijn schaduw heeft verkwanseld aan Milaan. En toen was het sportnieuws voorbij.”

Waar zijn we mee bezig? Voor Louis Tobback is het een retorische vraag. “Het gaat toch altijd over poen. Het gaat niet over sport. Ik ben niet naïef. Ik vind dat een voetballer die veel talent heeft, naar wie veel volk komt kijken, daar best geld voor mag krijgen. Ik heb er niets tegen dat een dichter zijn gedichten verkoopt, dat de doeken van een schilderstalent het goed doen en men er goed voor betaalt. Maar de samenleving moet daar niet voor opdraaien.”

Ach, het zijn toch maatschappelijke fenomenen, hoort Tobback zeggen. “Maar niemand wil daar de conclusies uit trekken. En dus is de vraag: loopt het voetbal dat maatschappelijk fenomeen achterna, accentueert het voetbal dat of probeert het voetbal waarden aan te brengen die dat maatschappelijk fenomeen zullen keren? Daarbij, misschien wat naïef, is het toch de rol van de sport om een voorbeeldfunctie te vervullen. Ik dacht dat dat toch het grondbeginsel was. Ik geef toe voetbal is iets anders dan de padvinderij, maar je kunt je afvragen of voetbal niet een voorbeeldfunctie zou moeten vervullen. Dat doet het dus al lang niet meer.”

Wat hem stoort is dat zelfs de spelregels niet meer worden gerespecteerd. “Vorige week werd in Luik een held van Standard uit het veld gestuurd omdat hij een tegenstander een kopstoot had gegeven. Gisteren wint Anderlecht met 7-1. Voetbalfeest bij Anderlecht. Maar de winnaar van de Gouden Schoen, de gekozen beste speler van België, Philippe Albert, kreeg rood omdat hij een tegenspeler gespuwd had. Wat voor soort wilden zijn dit? Als je ze hun gang laat gaan gebruiken ze chemische wapens. Waar houdt dit op? Zowel wat betreft het geld als de zeden.”

Vorig jaar werd hij opgeschrikt door een interview in een Belgische blad met twee Belgische internationals. Juist in de tijd dat de voetbalbond de supporterscampagne "Hou 't tof' lanceerde, wijdden Philippe Albert en Frankie Vanderelst uit over de "doodschop'. “Wat zou je doen als je in de laatste minuut met 1-0 voorstaat en er breekt een tegenstander door, was de vraag? Ik leg hem neer, zeiden ze.”

Als ze op het veld kopstoten uitdelen, tegenstanders in het gezicht spuwen of ze gewoon neerleggen, moet je dan verwachten dat ze zo sportief zijn op de tribune? Tobback stelt de vraag die geen antwoord behoeft en lacht. “Het cynisme op het veld is totaal en illustreert dat het alleen om de poen te doen is, het gaat niet om sportiviteit, om beter te zijn. Het gaat er alleen maar om hoeveel geld we kunnen pakken. En omdat te kunnen pakken, pakken we desnoods de tegenstander en zijn we bereid tot een vorm van hysterie waarmee we mekaar in het gezicht spuwen. Als het cynisme op het veld totaal is, dan krijg je ook cynisme rond het veld. Verder moet je het niet zoeken.”

Dat er minder toeschouwers in de stadions komen is volgens Tobback begrijpelijk. “Een deel van de oorzaak is dat mensen het niet meer geloven. Voetbal veronderstelt een stuk supporterdom. Je gaat naar een sportwedstrijd als supporter, je wilt iets aanhangen. Dan ben je bereid te verliezen. En je bent blij als jouw partij wint. Een beetje primitief misschien. Maar dat is een stuk van het genoegen. Als dat niet meer aanwezig is. Als je daar in het stadion staat in de sfeer van if we can't beat them, we will buy them, dan ga je toch niet meer.”

Supporterdom en cynisme. “Op het veld staan elf eenpersoons vennootschappen die een tijdelijke vereniging hebben gevormd, meestal nog met een manager of een impresario achter zich. Die vennootschappen verkopen zich weer aan een tijdelijke vereniging. En als het volgend seizoen een andere tijdelijke vereniging beter is, dan zijn ze al verkocht. Terwijl ze nog onder contract staan bij de ene. Moet ik dan als een onnozele in de zin van de kinderen van Bethlehem met mijn toeter, mijn sjaal en mijn muts staan te supporteren voor die kerels die mij voor de gek houden? Maar ze worden minder, die onnozelaars.”

De geschiedenis herhaalt zich. “De Romeinse tijd werd de periode van decadentie genoemd. Zijn we daar dan weer aan toe? Kijk naar de stadions. Daar zijn in de vorm van een Italiaanse cassata loges, business-seats en de presidentiële loge gebouwd. Dat doet denken aan het Circus Maximus. Er zijn nog net geen timbaalse trompetten. Ze spuwen al op het veld in elkaars gezicht. Maar er is nog niemand daarboven die zijn duim naar beneden houdt. Dat komt nog wel.”

Zo'n vijftien keer nam Tobback plaats in een van die loges. “Het is een bijzonder vervelende geschiedenis. Je wordt voortdurend lastig gevallen door mensen die niks van voetballen weten. Heren die hun dames meenemen omdat ze een kaartje konden krijgen en omdat ze er kunnen dineren. En omdat er een bedrijfsleider is, misschien omdat er een minister is. Alles is half. Je hebt maar half de tijd naar het voetbal te kijken en het eten is ook half. Want als je goed wilt eten, ga je naar een gastronomisch restaurant. Loges en business-seats, het is alleen een levensstijl.”

Een argument dat door de inkomsten van loges en business-seats de lagere plaatsen in het stadion goedkoop kunnen blijven, is onzin. ,Welk deel van de inkomsten is nog afkomstig van de recette? Ze leven niet van de verkoop van kaarten. Wat zij daarvoor ontvangen is nog niet de prijs waarvoor ze een veertienjarig talent bij de junioren van een amateurclub wegkopen. Ik verbied niemand in een business-seat te zitten. Maar als je daar in een vliegtuigstoel zit, achter een raam en je ziet ze daar beneden voetballen, waarom ga je dan niet gewoon thuis voor de televisie zitten. Mij krijgen ze daar niet meer in. Maar als er mensen zijn die dat prettig vinden, ze doen er niemand kwaad mee.''

Tobback vindt dat loges en business-seats tot apartheid leiden. “Het breekt de homogeniteit van het sociaal lichaam. Het neemt de sociale controle weg. Al die welopgevoede heren die nu in die loges zitten, als die tussen het volk zouden zitten, zouden ze daar een kalmerende rol spelen. Van de honderd mensen bij het voetbal zijn er vijfennegentig die gewoon kijken, zich gedragen en niet met stenen gooien. Als je die andere vijf er uit haalt en apart zet heb je een concentratie van ongeregeld.”

Onlangs merkte hij weer bij een amateurwedstrijd hoe sociale controle werkt. “Als er een een beetje drukte gaat maken, zegt zijn buurman "doe asjeblieft rustig'. Zoals in de Amerikaanse stadions. Dat is niet in onze voetbalstadions. De beesten worden bij elkaar gezet. De oudere mensen komen niet meer. In hun vest en hun gabardine komen de gasten door een speciale ingang in de loges. Die mensen hoeven zich niets van de beesten op de tribune aan te trekken. Die zeggen: "Daar is de politie voor'.”

Het aantal gevallen van vandalisme neemt af, zeggen de statistieken. “Maar de kwaliteit wordt steeds onrustwekkender. Het wordt steeds cynischer. Het wordt hoe langer hoe meer geweld om het geweld. Een maand geleden begonnen supporters van Antwerp bij Standard luik heibel te maken. Niet omdat ze teleurgesteld waren, maar omdat Antwerp een doelpunt had gescoord. Dus beginnen ze met vandalisme als hun ploeg wint. Dat is tegennatuurlijk. Want eigenlijk moeten ze blij zijn. De ploeg op het veld krijgt een kick en zij zoeken de hunne. Zij zoeken een kick in geweld.”

De wortel van het kwaad is als minister van binnenlandse zaken niet zijn verantwoordelijkheid. “Ik ben er verantwoordelijk voor dat de orde gehandhaafd blijft. Door de inzet van politie. Maar de drang naar geweld sla je er niet uit met de wapenstok. Sommigen denken dat je het er uit kan schieten of met twintig jaar dwangarbeid of straks met de doodstraf. Je kunt het er pas uithalen als je de redenen in de samenleving wegneemt waarom mensen steeds gewelddadiger worden en steeds cynischer worden. En dan is de relatie met wat op het veld gebeurt evident.”

Zijn zoons spelen “gelukkig” basketbal. “Een sport waar je onmiddelijk gestraft wordt, je hand moet opsteken als je bestraft wordt. Daar leert mijn zoon sportief te zijn. Hij mocht van mij niet naar voetbal. Dat ze hem daar zouden leren een tackle uit te voeren, zijn schouders leert te gebruiken, uitstekend. Wat ik niet wilde dat ze hem leren een tegenstander heel voorzichtig op zijn achillespees te trappen als hij hem niet kan houden.”

De mensen uit de voetbalsamenleving doen alsof ze het niet begrijpen, beseft Tobback. Omdat ze vast zitten in het milieu. Wat moeten clubs en managers anders, als ze de top willen bereiken. “Anders verliest Anderlecht al zijn spelers aan Italië. En verliest Ajax zijn beste spelers. Maar Bergkamp is nog niet verkocht of ik lees dat het bestuur van Ajax zegt: "We gaan nu concurreren met de Franse, Belgische en Italiaanse clubs.' Ze willen ook meedoen. PSV kan nog net mee, Ajax klampt zich nu vast. Maar zullen alleen de spelers krijgen die niet goed genoeg zijn voor Italië, buitenlanders, topspelers uit andere delen van het land. Dan verlies je clubbinding en doordat je clubbinding verliest krijg je het cynisme en daardoor krijg je fenomenen als afreageren, frustraties en hooliganisme. Daarvoor hoef je toch geen groot filosoof te zijn.”

Anderhalf geleden begon Tobback de cultuur van de voetbalwereld aan de kaak te stellen. “Nu moet het uit zijn, zei ik. Aan de ene kant wil je dat hooligans vervolgd worden omdat ze volgens het strafwetboek vallen onder bendevorming met misdadig opzet, en aan de andere kant gaan voetballende miljonairs aan het einde van de wedstrijd naar de tribune met de hooligans om ze te groeten. Of je sluit een misdadige bende op en groet ze niet. Of je groet ze wel, maar dan kan het geen misdadige bende meer zijn. Je moet weten wat je wilt.

“Ik heb gezegd dat als ik spelers nog een keer aan de tralies zie hangen na een doelpunt, waardoor de politie met stokken die supporters van die hekken af moet slaan, dan komt er geen politie meer. Dan doe je de winkel maar dicht. Het heeft me altijd verbaasd volwassen mannen in elkaar gestrengeld te zien als ze een doelpunt hadden gescoord. Maar het stoort me niet, als dat hun plezier is. Maar het stoort me wel dat gezegd wordt dat je die bandieten in de bak moet stoppen terwijl er nog spelers aan de hekken mogen hangen om die jongens op te hitsen. De trainer van Antwerp heeft laatst zijn spelers verboden de hooligans te groeten. We gaan vooruit.”

De kosten worden onhoudbaar, verklaart Tobback. “De politie-inzet kost maatschappelijk te veel. Ik wil dat het voetbal zelf een deel betaalt. Ieder verstandig mensen weet dat het gemakkelijker is bij daglicht de orde te handhaven dan 's avonds. Dus ik wil dat vanaf volgend seizoen iedere club daarvoor betaalt als hij 's avonds wil spelen.”

“Buiten sporten doe je niet 's avonds. Het is een artificiële situatie bij lampen te voetballen. Het is gewoon een levensstijl geworden om om zes uur in de loge te gaan zitten drinken en eten en na de wedstrijd nog een glas champagne te nemen. Dat levenspatroon zou ik kapot maken als je de clubs gebiedt op zondagmiddag te spelen. Als de man zondag in plaats van zaterdagavond naar het voetballen moet wordt het familieleven uit elkaar gerukt, wordt gezegd. En al die honderdduizend amateurs en junioren dan die wel op zondag voetballen. Worden hun gezinnen niet uit elkaar gerukt? Ze spelen op zaterdagavond om wille van de business.”

Wanneer ze willen spelen, voegt Tobback er aan toe, maakt hem niet uit. Desnoods 's nachts om vier uur. “Maar dan moeten ze niet bij komen met: het loopt hier uit de hand, er moet politie komen. Ik probeer geen sportpolitiek te bedrijven. Van mij mogen ze loges en business-seats bouwen. Dat is hun zaak. Maar als ze zeggen dat het in de stadions uit de hand loopt. Dan zeg ik: "Begin nu eerst eens alle mensen door elkaar te gooien.' Misschien krijg ik dan een beetje sociale controle die het mogelijk maakt dat ik niet niet zoveel politie hoeft te sturen.”