'Als wij problemen aan voelen komen, duiken we erin'

Alle adviesorganen van de centrale overheid moeten verdwijnen, stelde deze week een speciale commissie van de Tweede Kamer voor. Daarvoor in de plaats komt per departement één adviesraad met onafhankelijke deskundigen. Maar waar houden adviesraden zich eigenlijk mee bezig? Een gesprek met de secretaris van drie adviesraden.

AMERSFOORT, 20 FEBR. Hij heeft een "hartstikke leuke baan' vindt hij zelf. De onderwerpen waar hij zich mee bezig houdt gaan immers iedereen aan en bovendien zijn het nog leuke onderwerpen ook.

H.G. van Waveren, één van de honderden overheidsadviseurs van Nederland, houdt zich al ruim tien jaar bezig met alles wat ook maar riekt naar kamperen, naar recreëren in de open lucht en naar het spreiden van de vakanties. Van Waveren is secretaris van de Kampeerraad, de Voorlopige Adviesraad voor de Openluchtrecreatie (“zeg maar VAROR”) en van de Commissie Vakantiespreiding, die samen zo'n 15 adviezen per jaar uitbrengen aan de centrale overheid.

De VAROR telt op het moment 23 leden, allen afkomstig uit het "maatschappelijk middenveld', en is daarmee een middelgrote adviesraad. Als alles volgens plan verloopt, gaat de Kampeerraad binnenkort op in de VAROR. Dat verklaart het grote aantal leden van Kampeerraad in de VAROR, maar liefst negen. Daarnaast zijn onder meer de Stichting Konsumenten Kontakt, het Algemeen Verbond van Volkstuinders Verenigingen Nederland, het Centraal Nederlands Hengelaars Verbond, de vakbeweging, de Hiswa, de Stichting Nederlandse Hippische Sportbond en de Nederlandse Sport Federatie in de VAROR vertegenwoordigd.

De secretaris van de VAROR trekt zelf niet dagelijks met een verrekijker de open lucht in. Van Waveren heeft een kantoorbaan en moet veel vergaderen. Eens per maand komt de voltallige VAROR bijeen. Daarnaast vinden er veel vergaderingen plaats met kleine commissies uit de raad, die zich buigen over deelterreintjes. En natuurlijk is er overleg met het ministerie van Landbouw, waaronder de raad ressorteert.

De onderwerpen waarmee Van Waverens' adviesraden zich bezighouden lopen nogal uiteen. Zo is er in juni 1992, op verzoek van minister Braks (landbouw) een advies uitgebracht over het aantal tenten, stacaravans of andere kampeermiddelen dat een boer op zijn erf mag hebben. Van Waveren: “In zo'n geval gaan wij kijken welke aspecten een rol spelen bij dat aantal. Welke invloed heeft een uitbreiding van het aantal toegestane kampeermiddelen op de concurrentie tussen boer en camping? Hoe is het gesteld met de hygiëne en sanitaire voorzieningen op boerderijen in Nederland? Welke consequenties heeft een uitbreiding op de Hinderwet? Als we op al die vragen een antwoord hebben, formuleren we een advies dat toch een niveau hoger ligt dan de adviezen die de afzonderlijke belangengroepen zouden geven.”

Maar ook met grootschaliger projecten houdt Van Waveren zich bezig. Zo gaat het volgens Van Waveren “belangrijkste advies van de laatste tien jaar” over de beleidsnota Kiezen voor recreatie waarin de beleidsvoornemens van de regering op het gebied van de openluchtrecreatie zijn aangegeven. Het advies van de VAROR is vernietigend: het openluchtrecreatiebeleid wordt steeds verder ondermijnd en uitgehold.

De raden van Van Waveren geven zowel gevraagd als ongevraagd advies. “Als wij problemen aan voelen komen, duiken we erin. Omdat we goed thuis zijn in het openluchtwereldje, ruiken we als het ware wat er speelt. Zo hebben we onlangs de discussie aangezwengeld over de vraag of recreatie betaalbaar blijft. Wat moet je doen als mensen met een kassa aan de ingang van een bos gaan zitten en entree gaan vragen?”

Ieder jaar maakt de VAROR ongevraagd een terugblik op het vakantieseizoen. “Daarin beschrijven we welke knelpunten zich hebben voorgedaan”, legt de secretaris uit. “Hoe gaat het met de watersport? Is de trek naar de grote wateren gegroeid? Hoe gaat het met de ontwikkeling van de stacaravan? Als wij dan bij voorbeeld ontdekken dat de verkoop van stacaravans daalt, geven we een signaal aan stacaravanondernemers, zodat zij kunnen inspelen op de ontwikkelingen.”

Van Waveren heeft het idee dat 'zijn aandachtsterrein' niet zo hoog op de publieke agenda staat. “Als wij een advies uitbrengen, sturen we vaak een persbericht rond. Zelden zien we er iets van terug in de krant. Toch heeft iedereen te maken met openluchtrecreatie: Wie maakt er nooit eens een ommetje met de hond? Iedereen gaat toch af en toe een stukje fietsen? Pas als het fout gaat, is er aandacht voor ons. Pas als er doden vallen als gevolg van de slechte fietspaden wordt er naar ons geluisterd, maar dan is het te laat.”

Toch laat Van Waveren zich niet echt ontmoedigen als er geen aandacht wordt besteed aan zijn adviezen. “Daar heb ik niets mee te maken. Wij brengen advies uit en wat de politiek daarmee doet, moet de politiek zelf weten. Vaak is het ook moeilijk om te zien wat er met je advies gedaan is, omdat er veelal meer dan één advies wordt uitgebracht. De zin van ons bestaan hangt niet af van de vraag of ons advies wel of niet wordt overgenomen. Wij zijn zinvol omdat de overheid bij ons terecht kan met vragen over een specifiek beleidsterrein. Wij bundelen de reacties uit "het veld' en brengen ze op een iets hoger niveau. Wij kunnen de sector moboliseren.”

Voor de voorstellen van de Commissie-De Jong uit de Tweede Kamer heeft Van Waveren vooralsnog niet al te veel sympahtie. “Vooropgesteld: de Tweede Kamer heeft al die taaie reptielen zelf gebaard. Het kan best zijn dat er wat minder zinvolle adviesraden zijn, dat weet ik niet, maar dat is zeker niet altijd het geval. De verschillen tussen de raden zijn heel groot.” Het alternatief van de Commissie-De Jong spreekt Van Waveren in het geheel niet aan. Met de handen ten hemel geheven: “ Hier en daar zal samenvoeging van raden best goed zijn, maar een raad per departement is absoluut onvoorstelbaar. Ken jij specialisten die verstand hebben van jagen, recreëren en genetische manipulatie?”