Advies over advies

EEN COMMISSIE DIE adviseert over de adviesorganen. Behalve dat het iets paradoxaals heeft, leidt het ook tot een zeker déjà vu gevoel.

Drastisch snijden in het aantal adviesorganen, is dat niet al eens een keer eerder voorgesteld? Er was ooit een commissie Vonhoff, er was ooit een commissie Van der Ploeg, er was ooit een commissie Van Zon. Allemaal kwamen ze tot dezelfde conclusie: er zijn teveel adviesinstanties. De werkzaamheden van de diverse commissies zijn niet tevergeefs geweest. Door de jaren heen is er flink gesnoeid in het adviesorganenwoud. Toch is het negatieve beeld blijven bestaan en zelfs versterkt: de externe advisering maakt van Nederland een radenmonarchie, een corporatistische staat waar de verantwoordelijkheden zoek zijn, een land dat geregeerd wordt door de vijfde macht, dan wel het tweede circuit.

De kritiek is niet verwonderlijk. De verschijningsvorm mag dan wel zijn aangepakt - het aantal adviesorganen is aantoonbaar verminderd - het verschijnsel is dat allerminst. Veel belangrijker dan de vraag hoeveel adviesraden er zijn is de vraag waaròm ze er zijn en hoe ze worden bemand. Met die laatste vraag wordt rechtstreeks de gegroeide politieke cultuur aan de orde gesteld. Steeds minder is het externe advies gebruikt als advies, steeds meer als instrument om politieke problemen op te bergen, te maskeren of plat te walsen. Met als gevolg dat het advies niet meer dient om een keuze gefundeerd te kunnen maken, maar om een keuze te kunnen vermijden. De politiek staat aan de kant, terwijl de 'wijze mannen' (Wagner, Oort, Dekker, Dunning) het werk doen.

Het is bemoedigend dat de analyse over wat er aan schort inmiddels door de politiek wordt gedeeld. Het was PvdA-fractievoorzitter Wöltgens die in september 1990 tijdens een rede voor de Technische Universiteit van Eindhoven opriep tot “eerherstel voor de politiek”. En het was zijn CDA-collega Brinkman die Wöltgens vorig jaar september in de Rotterdamse Burgerzaallezing impliciet steunde met zijn pleidooi voor het herstel van de verantwoordelijkheden. Hij hekelde de “circuits van adviesraden” en het “driezijdig overleg van werknemers, werkgevers en overheden” waarin beleidsvoornemens “vaak in langdurige rituele dansen om zeep worden geholpen voordat de volksvertegenwoordigers eraan te pas komen”. Het had geleid tot een openbaar bestuur dat is “gekolonialiseerd door een kleine elite”. Jammer is dat dezelfde kritici er nog zo weinig naar handelen. Het compromis in de Sociaal Economische Raad blijft veelal de leidraad voor hun economische politiek, en het delelegeren van geschilpunten naar externe commissies is ook hen niet vreemd.

HET DEZE WEEK gepresenteerde rapport van een commissie uit de Tweede Kamer over de adviesraden, sluit naadloos aan op de eerdere analyse van de fractievoorzitters Brinkman en Wöltgens. Conform de tijdgeest heeft de commissie onder leiding van het CDA-Kamerlid G. de Jong (ex-secretaris van de SER!) gekozen voor een shocktherapie. Alles moet weg, waarna een veel soberder netwerk van adviesintanties kan terugkeren, is hun voorstel. De commissie is niet uitgegaan van het principe 'wat is er', maar 'wat is nodig'. Dit heeft tot de conclusie geleid dat alle bestaande 120 adviesorganen met uitzondering van de in de grondwet genoemde Raad van State kunnen verdwijnen. Per departement zou vervolgens zoveel mogelijk met één adviesorgaan kunnen worden volstaan. Het is een oplossing die de charme van de eenvoud heeft, maar voor het overige uiterst arbitrair is. Dat elke adviesraad voor herkeuring in aanmerking komt, is een prima zaak maar waarom dan nu al gekozen voor een toedeling van één per departement? De nieuwe adviesorganen zouden moeten bestaan uit een beperkt aantal onafhankelijke deskundigen op de verschillende beleidsterreinen waarop het departement actief is, zegt de commissie. Maar een dergelijke constructie, waarbij een zo brede kennis wordt verlangd leidt al gauw tot een alternatief departement, inclusief de daarbij behorende verkokering in het Haagse ambtelijke krachtenveld.

Direct voor invoering komt in aanmerking het voorstel om advies en overleg strikt van elkaar te scheiden. Als het besluitvormingsproces in Nederland ergens door is vertroebeld dan is het wel door de praktijk dat een advies steeds meer de uitkomst is geworden van een overleg. Advisering is een taak voor deskundigen, overleg is het terrein van de belanghebbenden. Zodra die zaken door elkaar heen gaan lopen, ontstaat een situatie waarbij de verantwoordelijkheden zoekraken. Als daarin een scheiding wordt aangebracht, betekent dit een breuk met de cultuur waarbij adviescommissies ponds-ponds gewijs over de politieke stromingen verdeeld werden. Zonder partijlidmaatschap ook geen lidmaatschap van een adviescommissie, was het patroon. Er is de afgelopen jaren door deze recruteringswijze heel wat echte deskundigheid verloren gegaan.

HET RAPPORT VAN de commissie De Jong is een unaniem rapport van de politiek, over de politiek, aan de politiek. Kortom, een unieke gelegenheid om er ook voortvarend mee aan de slag te gaan. In de discussies over staatsrechtelijke en bestuurlijke vernieuwing is vaak opgemerkt dat de patiënt niet zijn eigen therapeut kan zijn. Maar op het moment dat de zieke zelf zijn diagnose stelt en ook nog aangeeft welk medicijn dient te worden ingenomen, zijn de kansen op herstel niet eerder zo aanwezig geweest.