Zelfs topverdieners in de Verenigde Staten voelen zich soms arm

WASHINGTON, 19 FEBR. De financiële huishouding van een Amerikaan is mijlenver verwijderd van die van een Westeuropeaan. De Amerikaan wordt geplaagd door financiële onzekerheid. Hij ziet bovendien relatief weinig terug van zijn belastinggeld in de vorm van goede overheidsdiensten.

Die realiteit bepaalt de begrotingsvoorstellen van president Clinton. Hij beseft dat hij niet alleen offers kan vragen van de middenklasse. Hij moet de overheid ook behulpzamer maken, vooral op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs.

Zelfs degenen die naar Nederlandse begrippen topinkomens verdienen, voelen zich soms arm. De belastingen zijn laag naar Europese begrippen, maar alle vaste lasten bij elkaar tikken aan. De Amerikaanse belastingstructuur is naar Nederlandse begrippen ondoorzichtig. Het opstellen van een nationaal inkomensplaatje is gezien de vele overheden en uiteenlopende plaatselijke omstandigheden een absurde bezigheid. Een paar staten hebben helemaal geen inkomstenbelasting, bovenop de federale belasting, andere hebben toptarieven van 11 procent. Dan zijn er grote verschillen in belasting op onroerend goed, de belangrijkste inkomsten voor steden, counties of schooldistricten.

Een alleenstaande die een inkomen van 34.000 dollar heeft, draagt meer dan eenderde van het inkomen af aan belastingen en AOW-premie (7,5 procent). Maar dat is nog maar het begin van de vaste jaarlijkse lasten.

Ziektekostenverzekering voor een heel gezin kan tegen de duizend dollar per maand bedragen. Rond de 400 dollar per volwassene per maand komt regelmatig voor. Veel mensen kunnen zich geen volledige ziektekostenverzekering veroorloven. Ze zijn maar voor een deel gedekt en raken vrijwel failliet als ze in het ziekenhuis moeten worden opgenomen.

De lasten van andere soorten verzekeringen stijgen ook. In sommige staten kost een autoverzekering meer dan 1.600 dollar per jaar. Bij schade gaat het meeste geld vaak naar procederende advocaten. In het grootste deel van Amerika behoort een auto tot de eerste levensbehoeften. En dan moeten jonge gezinnen sparen voor het collegegeld van hun kinderen. Dat bedraagt al gauw meer dan 10.000 dollar per jaar. Topuniversiteiten vragen 36.000 dollar per jaar. Ouders nemen soms banen erbij of gaan nooit op vakantie om genoeg geld over te houden voor het onderwijs. Al deze reuze-uitgaven vloeien voort uit de geringe bemoeienis van de overheid.

Volgens David Calleo, hoogleraar aan de Johns Hopkins Universiteit, heeft de Amerikaanse belastingbetaler het slecht getroffen met zijn overheid. “Als Amerikanen meer belasting zouden moeten betalen, dan hebben ze ook recht op meer overheidsdiensten. Maar zoals het nu ligt, in de ogen van een belastingbetaler als consument van publieke goederen, is de Amerikaanse staat niet echt een goede deal.”

Calleo wijt het Amerikaanse overheidstekort niet aan particuliere overconsumptie. Als defensie en gezondheidszorg worden afgetrokken, ligt het consumptieniveau ongeveer gelijk met het Europese, schrijft hij in zijn boek “The Bankrupting of America”. Toch functioneert het Amerikaanse stelsel van ziektekostenverzekering minder goed - 35 miljoen Amerikanen zijn onverzekerd en de verzekerden zijn niet gezonder dan Europeanen - en levert het Pentagon geen directe baten op voor het modale Amerikaanse huishouden. “Terwijl defensie-uitgaven veel hoger liggen in Amerika, liggen burgerlijke overheidsuitgaven veel lager dan in West-Europa”, aldus Calleo. Maar Europeanen kunnen dank zij hun lidmaatschap van de NAVO van de diensten van het Pentagon genieten zonder daarvoor hoeven te betalen. “Bovendien ontvangen ze beduidende hogere directe en indirecte baten van hun overheden”, schrijft hij.

Een andere oorzaak voor de ondoelmatigheid van de Amerikaanse overheid is de grote versnippering tussen lokale autoriteiten met overlappende functies en bevoegdheden. Het systeem van checks en balances bevat democratische waarborgen maar werkt verlammend en bureaucratiserend. De Amerikaanse overheid speelt weliswaar niet zo'n grote rol als in West-Europa maar is omvangrijk.

Clinton moet dus met zijn economische programma tegelijkertijd het overheidstekort dekken en de belastingbetaler tevreden stellen over de geboden publieke waar. Nu is de belastingbetaler nog wantrouwig. Vandaar dat drastische bezuinigingen op defensie en de hervorming van de ziektekostenverzekering bovenaan de agenda van de president staan. Later wil hij de overheid garant laten staan voor leningen voor collegegeld. Wie niet kan terugbetalen, moet zich beschikbaar stellen voor de sociale dienstplicht. Dergelijke verbeteringen zouden op de lange termijn het begrotingstekort kunnen drukken.