Vrijdag 19; Kwaliteitscontroleurs

Het ministerie van WVC gaat de kwaliteit beoordelen van de voorstellingen van alle gesubsideerde toneel- en operagezelschappen en orkesten. Volgens een brief die het ministerie in december vorig jaar aan de betrokken instellingen verzonden blijkt te hebben, behoort "kwalitatieve evaluatie' voortaan tot de taken van een ambtenaar die periodieke bezoeken zal afleggen. Het ministerie wil die evaluatie "mede aan de hand van persreacties' laten geschieden.

De VVD-fractie in de Tweede Kamer heeft over dit nieuwe beleid van WVC deze week opheldering gevraagd. Volgens George Lawson, hoofd van Hoofdafdeling Podiumkunsten, is het slechts de bedoeling de gezelschappen om “een reactie op de persreacties te vragen.” Gerrit Korthals Altes, zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam, laat weten er niet over te piekeren evaluerende gesprekken te voeren met een ambtenaar. De Raad voor de Kunst acht het nieuwe beleid van WVC "niet onmiddellijk alarmerend'.

Vooral de reactie van de Raad, die van oudsher de taak heeft om in plaats van de minister de kwaliteit van de kunst te beoordelen, wekt bevreemding. Sinds Thorbecke heeft de overheid in ons land officieel geen mening over kunst. Dat garandeert de vrijheid van de kunst, en daarmee haar bloei. Dank zij die "neutrale' overheid zijn aan kunstenaars toegekende prijzen en subsidies geen premies op regeringsgetrouw gedrag en is het aanvaarden ervan geen loyaliteitsverklaring. En de politiek verschoont zichzelf en passant van gênante debatten als dat over de "ezelgod'-passage in het werk van Gerard Kornelis van het Reve, in de jaren zestig.

Deze minister wil het allemaal anders. Niet eerder heeft de overheid zo openlijk en principieel gebroken met het adagium van Thorbecke. Weliswaar nam d'Ancona's voorganger Brinkman zijn eigen artistiek inzicht al tot leidraad toen hij weigerde de P.C. Hooftprijs toe te kennen aan Hugo Brandt Corstius, maar dit was - hoe men er verder ook over denken mag - een incident. Hij maakte er geen beleid van zich inhoudelijk met de kunsten te bemoeien.

Dat doet deze minister wèl, met haar schriftelijk vastgelegde en verspreide voornemen. De vrijheid om adviezen van de Raad voor de Kunst naast zich neer te leggen en eigen keuzes te maken is haar kennelijk niet voldoende. Ze stuurt nu haar eigen kwaliteitscontroleurs, ambtenaren, het land in.

Het is onbegrijpelijk dat de Raad voor de Kunst zich koest houdt. Deze maatregel verschaft de politiek officieel greep op de inhoud van de kunst in ons land. Een minister die er zo principieel en openlijk artistieke oordelen op na mag houden, kan bijvoorbeeld ook door de Tweede Kamer worden aangesproken op de voorstellingen die een gezelschap uitbrengt. De Kamer zou er goed aan doen de minister nu van haar voornemen af te brengen, zodat zij haar niet straks over kunstuitingen ter verantwoording hoeft te roepen.