"Volstrekte onzin dat de farmacie nu af zou zijn'; "Veel medicijnen zijn wel goed, maar weinig echter ideaal'

AMSTERDAM, 19 FEBR. Alleen nieuwe medicijnen tegen ziekten waartegen nog geen geneesmiddelen bestonden moeten voortaan door de algemene verzekering tegen ziektekosten (AWBZ) worden betaald. Andere nieuwe middelen zou de patiënt helemaal zelf moeten betalen.

Dit stelt staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voor als oplossing voor het probleem van de snel stijgende uitgaven voor geneesmiddelen en de onmacht om daar via het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) iets aan te doen. Simons' voorstel staat in een brief over de prijs van het anti-migrainemiddel Imigran die hij onlangs naar de Tweede Kamer zond.

“Het conflict tussen WVC en Imigran-producent Glaxo verbreedt zich hiermee op een onverwachte en voor de gezondheidszorg en de farmaceutische industrie zeer bedreigende manier,” schrijft de farmacochemicus prof.dr. H. Timmerman in een verontruste reactie aan de Tweede Kamer. Timmerman's vakgroep aan de Vrije Universiteit in Amsterdam behoort tot de belangrijkste universitaire centra voor geneesmiddelenonderzoeks in Nederland. In een toelichting zegt Timmerman altijd al tegen het GVS te zijn geweest, maar hij vindt ook dat de geneesmiddelenproducenten te veel geld voor hun medicijnen vragen.

Simons concludeert in zijn brief aan de Kamer dat farmaceutische bedrijven zichzelf rijk rekenen bij het vaststellen van de prijs van geneesmiddelen waarvoor geen concurrentie is. De prijs wordt niet alleen bepaald door ontwikkelingskosten, verwachte omzet en gewenste winstmarges. De farmaceutische industrie eigent zich daarnaast ook een deel van de maatschappelijke baten toe die bijvoorbeeld het gevolg zijn van lager ziekteverzuim. De staatssecretaris put zijn informatie uit een document van Glaxo. Simons' voorstel is een proefballon. Volgende maand komt hij met concrete voorstellen, liet hij gisteren weten.

Timmerman: “Dit voorstel is het faillissement van het GVS omdat het betekent dat er uiteindelijk vrijwel geen nieuw medicijn meer uit de AWBZ wordt vergoed. Veel nieuwe medicijnen zijn verbeteringen van bestaande. Het GVS wordt een museum. Het is volstrekte onzin om te zeggen dat de farmacie op 1 juni 1993 af is. Er zijn wel veel goede geneesmiddelen, maar er zijn weinig ideale geneesmiddelen.”

Timmerman noemt de elkaar opvolgende medicijnen tegen astma als voorbeeld van kleine maar cruciale verbeteringen: “Vijftig jaar geleden werd astma met efedrine behandeld. Dat werkte verslavend, verhoogde de bloeddruk, versnelde de hartslag. Het hielp ook tegen astma. Toen kwam adrenaline. Dat passeerde de bloed-hersenbarrière niet meer en daardoor verdween de verslaving. De andere nadelen bleven. Bij isoprenaline verdween de bloeddrukverhogende werking, maar de versterkte hartwerking bleef nog. Nu pas, met salbutamol en in het algemeen de beta-2-agonisten, is de werking zo dat alleen de luchtwegvernauwing wordt bestreden. Die middelen waren in hun tijd goede medicijnen, maar niet ideaal.”

Simons stelt in zijn brief aan de Kamer dat de “stabiliteit en continuteit van het zorgstelsel en de collectieve betaalbaarheid daarvan” van groter belang zijn dan “het zoeken naar en vinden van nieuwe essentiële geneesmiddelen door de innoverende farmaceutische industrie”.

Timmerman: “Dat zijn onvergelijkbare zaken. De farmaceutische industrie is behalve in de gezondheidszorg partner in veel andere onderdelen van de maatschappij. De academische ziekenhuizen in Nederland zijn zo goed omdat ze onderzoeksopdrachten van de industrie krijgen. Wij kunnen ons onderzoek doen omdat we mensen opleiden die bij de farmaceutische industrie terecht kunnen. De gynaecoloog Haspels is wereldberoemd. Zou hij dat ook zijn als Organon er niet geweest was? De farmaceutische industrie heeft een groot economisch belang. We exporteren tegenwoordig meer medicijnen dan bloembollen.”

Zaterdag vertrekt Timmerman naar Japan om enkele spreekbeurten voor de Japanse organisatie van farmaceutische bedrijven te houden. Zijn doel is om de farmaceutische industrie voor vestiging en onderzoek in Nederland te interesseren.

“Dat gebeurt veel te weinig. Toen de koningin naar Japan was met een missie om de handel te bevorderen viel het me op dat aan de rol van de wetenschap helemaal geen aandacht werd besteed. Ik heb daarover een brief aan minister Andriessen van economische zaken geschreven. In reactie op mijn brief heeft EZ de ambassade in Japan genteresseerd die deze lezingen organiseert.”

Maar stellen de farmaceutische bedrijven zich maatschappelijk verantwoordelijk op? Timmerman: “De vraag stellen is bijna suggereren dat ze het niet doen. Ik denk dat het anders kan. Het is geen verwijt, ze weten dat ik dat vind. Er is een reden om iets te doen aan de kosten van de geneesmiddelen. Maar je mag niet verwachten dat de bedrijven het initiatief nemen. De overheid kan veel meer doen door zich onderhandelend op te stellen en regelmatig naar de prijzen te kijken.

“Het GVS is ingericht alsof alles voor eeuwig vast ligt. In onderhandelingen zou een innovatieve industrie moeten worden beloond met een goede prijs. Een firma zal met een nieuw middel in weinig jaren het break even punt willen bereiken en daarna verdienen. Als dan blijkt dat door een onverwacht grotere omzet dat break even punt eerder wordt bereikt, zou de prijs omlaag moeten. Het Franse systeem werkt zo. Daar kijkt men om de zoveel tijd naar de prijs. De cholesterolverlager Zocor die in korte tijd een hoge omzet heeft bereikt is daar al in prijs gezakt. Dat zie je hier niet. Bekend is dat Glaxo in Frankrijk voor Imigran zijn prijs mag vragen nadat het bedrijf heeft toegezegd een fabriek te bouwen in een economisch zwakke regio.

“Ik vind dat Economische Zaken bij de prijsonderhandelingen betrokken moet zijn. Waarom mag dat bij ons niet? Moeten wij weer zo nodig calvinistisch zijn? Noem me één niet-Nederlandse multinationale farmaceutische industrie die in Nederland een onderzoekslaboratorium heeft. Geen. Noem me er dan een die in Nederland een produktiefaciliteit heeft: één, MSD in Haarlem. De rest heeft hier alleen verkooporganisaties en subsidieert onderzoek aan universiteiten en in ziekenhuizen. Geen kwaad woord daarover, maar het kan ook anders en in plaats van het GVS.”