Vijftig

Half zes 's middags gaat de telefoon. Mijn buurvrouw:

“Mag ik jou een gewetensvraag stellen?”

“Mogen wel, maar ik heb geen geweten.”

“Ik bedoel voor mijn eigen geweten.”

“Heb jij dat dan?” Mijn meligheid kent geen grenzen. Ik ben aan eten toe.

“Denk jij dat ik in staat ben om een pannedeksel weg te gooien?” Ik begin te lachen. We zijn allebei net vijftig. “Tot in de kattedrollen heb ik gezocht”, zegt ze. “Gooi jij wel eens iets verkeerds weg?”

“Gisteren nog. In plaats van de peuken een hele asbak!”

“Hoe merk je dat?”

“Ik hóórde het. Toen ik mij al van de pedaalemmer had afgedraaid, dacht ik ineens: Verrek, dat was een veel te zware plof voor een paar peuken! Dat klopte. En soms zié ik dat ik het doe. Vorige week nog kwakte ik de zilveren theezeef van mijn grootmoeder op de komkommerschillen en dat zag er niet uit. Gewoon, het plaatje deugde niet. Het gebeurt meestal als ik druk ben en met allebei mijn handen tegelijkertijd verschillende handelingen wil uitvoeren. Bijvoorbeeld iets weggooien en iets leegschudden, of...” Maar buurvrouw interesseert zich niet voor deze analyse.

“En niet zo'n klein deksel hoor”, zucht ze en vervolgt: “Als ik wegga, kijk ik driemaal of de ramen dicht zijn en het gas uit is.”

“Ik ook”, zeg ik. “Ik laat regelmatig mijn ketel droogkoken. Gemiddeld verslijt ik drie ketels per jaar. Maar nu heb ik er één die speciaal ontworpen is om droog...”

“Eén ding is zeker: ik zal mijn moeder nooit meer iets verwijten.” Mijn ketelverhaal interesseert haar dus ook niet. Dan maar weer uit een ander vaatje getapt:

“Wat ik ook wel eens doe, is: wachten tot ik het voorwerp vanzelf weer tegenkom. Bijvoorbeeld in de kast, tussen de lakens.”

“Een deksel tussen de lakens? Jij bent nog gekker dan ik!”

“'t Is maar een voorbeeld”, zeg ik beteuterd.

Na tien minuten gaat de telefoon opnieuw: “Sorry, ik moet je nog heel even storen. In ieder geval ben ik niet achterlijk. Ik keek nog een keer en ineens hoor ik iets vallen. Hij heeft ergens boven in het kastje vastgezeten.”

“Op naar de éénenvijftig”, wil ik monter zeggen, maar dan komt er een lucht uit mijn keuken, een lucht...