Verzet tegen teruggave van archieven

DEN HAAG, 19 FEBR. In Moskou is verzet gerezen tegen de teruggave van Nederlandse archieven die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit ons land zijn verdwenen. Sinds 1945 bevindt het materiaal zich in het "Speciale Archief' in Moskou.

Daar zetten op 21 maart van het vorig jaar de algemeen rijksarchivaris dr. F.C.J. Ketelaar en zijn Russische collega R.G. Pichoja hun handtekening onder een protocol waarin Rusland zich verplichtte om voor 1 juli van het vorig jaar veertig strekkende meter archieven aan Nederland terug te geven. Ruim een half jaar later is op het Algemeen Rijksarchief in Den Haag nog geen spoor van de beloofde archieven te bekennen.

“Er zijn wat problemen gerezen. Niet tussen ons en Pichoja maar de politieke situatie in Rusland speelt ons parten. Er kwam protest tegen de overdracht van het materiaal van de kant van sommige conservatieve parlementsleden die de indruk hebben dat Russisch cultuurgoed wordt weggesleept. Maar het is puur Nederlands materiaal dat met Rusland niets te maken heeft. Pichoja vindt dan ook dat het hier hoort”, aldus Ketelaar.

Op grond van het zogenoemde "Interallied agreement' uit 1943 hebben de toenmalige geallieerden, waaronder Rusland, zich verplicht om in handen gekregen materiaal dat thuis hoorde in één van de bezette gebieden, aan de rechtmatige bezitters te retourneren. Het desbetreffende Nederlandse archiefmateriaal is in de oorlog door de Einsatzstab Rosenberg in beslag genomen en naar Duitsland gebracht. Door de bombardementen op Berlijn werd het materiaal naar Silezië overgebracht waar het oprukkende Sovjet-leger erop stuitte. Vervolgens werd het overgebracht naar Moskou.

Het archief omvat stukken van ondermeer joodse instellingen, het ministerie van defensie, de Nederlandsche Handelsbank en het Nederlands comité voor intellectuele samenwerking. Ook is materiaal aangetroffen van de Nederlandse Esperantisten Vereeniging en de Amsterdamsche Vredesraad.

Ketelaar heeft de indruk dat de terugggave van de archieven “een speelbal is geworden in de strijdvraag wie het in Rusland in laatste instantie voor het zeggen heeft: de regering of het parlement”, zo heeft hij in een brief aan ondermeer het ministerie van buitenlandse zaken, het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, het Internationaal instituut voor sociale geschiedenis en het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging laten weten.

In Moskou is inmiddels een staatscommissie voor de teruggave van kunstschatten gevormd die eind september voor het eerst bijeen is geweest. De overheersende gedachte binnen de commissie is: niets overhaasten, alles moet rustig bekeken worden.

Onlangs heeft de Nederlandse ambassadeur in Moskou op verzoek van minister Kooijmans (buitenlandse zaken) er bij de Russische autoriteiten op aangedrongen het protocol uit te voeren. Maar veel schot lijkt er niet in te zitten. Ketelaar vindt het vooral jammer dat het Nederland niet gelukt is om het materiaal als eerste mee te krijgen zonder te hoeven wachten op overeenstemming met andere landen. In Moskou bevinden zich ook archieven uit België en Frankrijk over de teruggave waarvan nog gesproken wordt.

Ondanks het niet nakomen van het protocol door de Russen is Ketelaar optimistisch over de afloop: “De archivaris wint altijd, tenzij het materiaal vernietigd wordt, maar ik kan me niet voorstellen dat dat gebeurt. En ook al zou de archivaris komen te overlijden, de archiefdienst blijft bestaan”.