Trance en geseling in Evelins ballet Próximos

Voorstellingen: Archief. Choreografie: Piet Rogie; advies: Rob de Graaf; muziek: Béla Bartók. Gezien: 17/2 Amsterdam Felix Meritis. Aldaar t/m 20/2. Daarna 26 en 27/2 Leiden, 12 en 13/3 in Rotterdam. Próximos. Choreografie: Marcelo Evelin; muziek: Marin Marais, Caetano Veloso, Ile Aiye. Gezien: 18/2 Den Haag Korzo Theater. Aldaar t/m 20/2. Daarna t/m dec. op tournee.

De choreograaf Piet Rogie (38) maakt in juni 1994 de Blauwbaardproduktie Judith & Compagnie. Dit jaar geeft hij al een voorzet met de zwaarmoedige solo-voorstelling Archief, die de ondertitel "Opéra laconique de l'Ecole Faux-Naïf' heeft meegekregen. Hoewel gebaseerd op Blauwbaard (1911) van Béla Bartók is Rogies produktie geen gedanste versie van de opera. Wel zijn er dezelfde thema's in verwerkt als onderzoek, weten en teloorgaan.

In Archief zoekt de bruid niet naar haar voorgangsters, maar wil de mens zijn drijfveren ontdekken. De sleutel draagt hij op de de bovenarm. Bij het zelfonderzoek boort hij in het onderbewustzijn lagen aan die zijn kennis vergroten, maar ook beangstigen en vervreemden. Zo wordt hij het slachtoffer van zijn nieuwsgierigheid. De illusies verdwijnen, de eenzaamheid blijft. Op de wand schrijft hij zijn mene-tekel: "car je suis seul'.

Vijf schoolborden en een aantal lichtpunten geven de verschillende stadia aan. De rede maakt weldra plaats voor de emotie, die als gloeiend magma opborrelt. In Rogies visie voeren het mannelijke en vrouwelijke element in de mens een noodlottige tweestrijd. Blijkbaar zijn ze niet verenigbaar, want als de man zijn verlangen uitspreekt naar de vrouw volgt daar meteen het woord dood op.

Alle vertrouwde passen zijn er weer. Als man presenteert Rogie de soepele, nonchalante loopjes, de driftige sprongen die uit het niets ontstaan, het glijdend vallen of het moeiteloos overwinnen van een obstakel als een stoel. In de rol van de vrouw vallen vooral de en profil uitgestoken Nijinski-handen op. Maar als commentator klungelt hij aan de bandrecorder of kijkt rustig om zich heen alsof hij zich in de kern van een windhoos bevindt. Dat maakt voor mij de voorstelling onevenwichtig.

Rogie is zowel danser en choreograaf als beeldend kunstenaar. Bij zijn produkties ontwerpt hij steeds bijzondere programmaboekjes en het toneelbeeld. Daarin staat deze keer een object, een langgerekte piramide van dunne buizen. Op de punt branden twee gasvlammen, elk naar een andere kant. Is dit baken voor de dolende een eigen vinding of is dit beeld geleend van Jannis Kounellis, die eerder gasbranders gebruikte bij de Nederlandse Opera?

In november presenteerde de uit Brazilië afkomstige maar hier al jaren werkende choreograaf Marcelo Evelin in het Haagse CaDance Festival het eerste deel van Próximos. Het was de bedoeling dat die versie zou worden aangevuld met een tweede deel. Gelukkig heeft Evelin zich beperkt tot het verwijderen van de zwakke plekken in de oude produktie, het aanvullen met nieuw dansmateriaal en een nieuwe montage. De voorstelling is daarbij abstracter geworden. Het gezinselement is vervangen door de gemeenschap in ruimere zin. De uiteindelijke versie is meer een geheel en wint hierdoor aan helderheid. Met wierookgeur en tegen de muur twaalf afbeeldingen van heiligen moet Próximos gezien worden als een bede voor heiligheid. Het onderwerp is de trance. De staat van vervoering waarin de goden bezit nemen van het lichaam van de sterveling. Evelin liet zich inspireren door de "Candomblé', een van origine Afrikaanse religie die tijdens de kolonisatie in Brazilië belandde, waarna vermenging met het christendom ontstond.

Bezetenheid, het buiten zichzelf geraken, zichzelf bloot durven geven en de verbaasde reactie als de trance voorbij is, zijn de terugkerende elementen in Próximos. Heftige scènes worden afgewisseld met verstilde momenten. Anat Geiger opent de voorstelling met een wild op en neer slaand bovenlichaam. Reginaldo Dutra neemt de trance van haar over en geselt zichzelf met de armen. Volgt Juan Cruz Diaz de Garaio, die kinderlijk ogend een soort fladderende St. Vitusdans uitvoert. Het aandeel van de drie jonge danseressen - Dione Dijkman, Helena Lizari en Mariana di Paula - moet echter nog aan diepte winnen.