Toeslag tot 575 gulden bruto; Ritzen bereikt akkoord over salaris leraar

ZOETERMEER, 19 FEBR. Na langdurige onderhandelingen heeft minister Ritzen (onderwijs) vanochtend een akkoord bereikt met de vakbonden over de salarissen in het onderwijs. Beginnende leraren krijgen een forse toeslag op hun salaris, op de wachtgeldregeling wordt bezuinigd.

Jonge leraren in het basisonderwijs krijgen voortaan een toeslag van 575 gulden per maand bij hun brutosalaris. Die toeslag wordt in 16 jaar opgeheven, maar bedraagt na acht jaar nog 400 gulden. In het voortgezet onderwijs bedraagt de toeslag voor tweede-graadsleraren 400 gulden per maand (opgeheven in 14 jaar, na 8 jaar 200 gulden). In totaal gaat het om ongeveer 75.000 leraren, aldus een schatting van het ministerie van onderwijs.

Met de toeslagenregeling wordt het probleem van de "Nahossers' - de jonge leraren van wie het salaris na het zogenoemde HOS-salarisakkoord van 1986 fors werd verlaagd - vrijwel verholpen. CDA-fractiewoordvoerder K. Tuinstra noemt het tegen zes uur vanochtend bereikte akkoord “verrassend positief”. De CDA-fractie heeft altijd veel moeite met de extra-salarismaatregelen gehad. PvdA-woordvoerster T. Netelenbos vindt de toeslag voor jonge leraren in het basisonderwijs “fantastisch”. Desondanks doet de bond die de Nahossers hebben opgericht er goed aan “voorlopig te blijven bestaan, om te kijken hoe het nu verder gaat”, aldus Netelenbos.

Het akkoord maakt een einde aan de wekenlang voortslepende onderhandelingen over de verdeling van de door Ritzen beloofde 711 miljoen gulden voor salarisverbetering en de daaraan gekoppelde besprekingen over een meer "marktconforme' wachtgeldregeling. Het bedrag van 711 miljoen is structureel vanaf 1996 en wordt in vier jaar opgebouwd.

Voor de verbetering van de aanvangsalarissen is dan 275 miljoen gulden beschikbaar. Naar toeslagen die scholen kunnen gebruiken voor een eigen personeelsbeleid gaat 253 miljoen, voor toeslagen voor leraren in tekortvakken of voor taakdifferentiatie en het creëren van nieuwe functies. Het niet-onderwijzend personeel krijgt 22 miljoen extra, herintredende leraren 25 miljoen. Voor kinderopvang komt 6,7 miljoen gulden extra, voor bijscholing van basisschooldirecteuren 10 miljoen gulden. Ongeveer 100 miljoen gulden - afkomstig uit de besparingen op de wachtgelden - wordt besteed aan werkgelegenheidsmaatregelen.

Pag.3: Vakbonden zijn positief

Volgens de onderwijsbonden is het akkoord “het maximaal haalbare”, al hebben zij moeite met de beperking van de wachtgeldregeling, die als richtinggevend wordt beschouwd voor de komende onderhandelingen over het overige overheidspersoneel. Vanaf 1994 vallen werkloze leraren jonger dan veertig jaar onder de WW-regeling die ook in het bedrijfsleven geldt, wat een aanzienlijke verslechtering van zowel hoogte als duur van de uitkering betekent. Ze krijgen per jaar eerst 78 procent van het laatstverdiende loon krijgen, dan 70 procent, dan het minimumloon en in het vierde jaar komen ze in de bijstand.

Aan werkloze leraren van 40 tot 49 jaar wordt, afhankelijk van het arbeidsverleden, een langere en hogere uitkering toegekend. Een werkloze leraar van veertig met vijf dienstjaren krijgt na de wettelijke WW-regeling nog vier jaar lang 70 procent van het laatstverdiende loon. De periode van vier jaar wordt boven de veertig per leeftijdsjaar ongeveer een half jaar langer totdat op 49-jarige leeftijd de zeven jaar is bereikt Vanaf vijftig jaar blijft de uitkering 70 procent tot aan het pensioen, mits de leraar minstens negen dienstjaren heeft. De nieuwe wachtgeldregeling kent een hogere maximum-uitkering dan de WW-regeling.

De openbare ABOP, de grootste bond, en het katholieke KOV zullen het akkoord met een positief advies aan hun leden voorleggen. Ook PCO (protestants) en het Nederland Genootschap van Leraren zeggen een positief advies te zullen geven. De ambtenarenbond ABVA-KABO, die onderhandelde namens haar leden in het HBO en het wetenschappelijk onderwijs, en de bonden van het onderwijsondersteunend personeel wijzen het akkoord echter af.

De onderwijsbonden hebben zich met de verslechtering van de wachtgeldregeling verzoend omdat “we erin geslaagd zijn om leraren boven de vijftig te ontzien en voor de leraren tuseen de veertig en vijftig nog een redelijke lange uitkering hebben geraliseerd”, aldus een woordvoerder van de ABOP.