State of the Union: gemengde gevoelens

AMSTERDAM, 19 FEBR. Ondanks gunstige conjunctuurcijfers (werkgelegenheid, detailhandelsverkopen) kon de dollar in de afgelopen twee weken de eerder behaalde koerswinst niet vasthouden.

Ten minste drie factoren stonden een dollarkoersstijging in de weg. Ten eerste konden veel beleggers de verleiding niet weerstaan om winst te nemen. Dit hangt samen met het feit dat de munt in korte tijd een aanzienlijke koerswinst boekte, namelijk een dubbeltje in een week tijd. Ten tweede worden niet alleen door beleggers, maar ook door de Bundesbank dollars aangeboden. Dit drukte de koers. Deze dollars heeft de Duitse centrale bank in bezit gekregen als uitvloeisel van de interventies van de afgelopen maanden. Ten derde deed de invloed van de zogenoemde 'State of the Union' zich gelden. De angst dat de aangekondigde belastingverhogingen het broze economische herstel in de Verenigde Staten zullen hinderen en de hoop dat de investeringsaftrek voor bedrijven (15 miljard dollar) en de extra uitgaven voor infrastructuur (16 miljard dollar) juist een stimulans voor de economie zullen opleveren, wisselden elkaar af. Het dollar-sentiment liet een parallel verloop zien, maar per saldo was sprake van een negatief effect.

Tegenover de zwakker wordende dollar, vertoonde de Japanse yen een opmerkelijke appreciatie. De aantrekkingskracht van de Japanse munt werd gevoed door de verwachting dat er op korte termijn afspraken zullen worden gemaakt over een gewenste koersstijging van de Japanse munt. Dit hangt vanzelfsprekend samen met de onevenwichtige handelsstromen van en naar Japan. Zo bleek dat het Japanse handelsbalansoverschot in 1992 circa 133 miljard dollar bedroeg, waarvan eenderde deel voortkomt uit de handel met de Verenigde Staten. Een duurdere yen leidt tot een concurrentienadeel voor Japanse ondernemingen. De verwachting is dat een president van Democratische huize eerder geneigd zal zijn om protectionistische maatregelen te treffen. Een waardestijging van de yen kan zulks voorkomen. Overigens wordt niet alleen vanuit de Verenigde Staten aangedrongen op een yen-appreciatie; naar verluidt zouden in G7-verband (G7-landen zijn de zeven grootste industrielanden) reeds afspraken zijn gemaakt.

De valutaire schommelingen binnen het wisselkoersmechanisme van het EMS bleven de afgelopen twee weken beperkt. Na de devaluatie met 10 procent is het Ierse punt tot sterkste munt van het stelsel gepromoveerd, met op enige afstand daarachter het D-markblok. Binnen dit blok bleef de gulden de sterkste munt, zij het dat ten opzichte van de D-mark licht terrein moest worden prijsgegeven. Doordat de rente in ons land lager ligt dan in Duitsland, zowel op de geldmarkt als ook sinds kort op de kapitaalmarkt, heeft de gulden iets van haar aantrekkingskracht verloren. Permanent op de bodem bevond zich in de afgelopen twee weken de Franse franc, maar omdat de koersafwijking ten opzichte van de sterkste munt ruim binnen de afgesproken grens van 2,25 procent bleef, konden interventies achterwege blijven.

Buiten het EMS springt de aanhoudende zwakte van het Britse pond en de Italiaanse lire in het oog. De eerstgenoemde lijdt onder de speculaties dat een verdere renteverlaging op stapel staat. Gelet op de oplopende werkloosheid (nog net geen drie miljoen) kan niet worden uitgesloten dat de Britse monetaire autoriteiten voor deze korte-termijnoplossing zullen kiezen. De minister van financiën Lamont weersprak dit echter.

De lire is uit de gratie door de aanhoudende stroom van corruptieschandalen en de schijnbare onmacht iets aan de economische problemen te veranderen. De conclusie kan worden getrokken dat een spoedige terugkeer tot het EMS voor beide munten in het geheel niet aan de orde is.

Bron: Economisch Bureau ING Bank