Sluwe oplichters lokken harde valuta naar Nigeria; Mooie brieven en limo's appelleren aan hebzucht van Westerse zakenlui

ROTTERDAM, 19 FEBR. “De briefschrijvers zijn grapjassen die een gooi doen naar makkelijk geluk, snelle rijkdom. Als iemand reageert, is dat mooi meegenomen.” S.M. Pisagih, attaché voor handelszaken van de Nigeriaanse ambassade in Den Haag, lijkt niet bijster verontrust over het grote aantal brieven met dubieuze aanbiedingen dat vanuit Nigeria naar Westerse ondernemingen wordt gezonden.

Grote Nigeriaanse bedrijven of overheidsinstellingen schrijven na een afgezegde transactie nog geld, meestal zo'n 30 miljoen dollar, in huis te hebben, dat zo snel mogelijk het land uit moet, vóórdat een politieke omwenteling zich aandient. Ook Nederlandse zakenlieden is gevraagd tien- tot twintigduizend gulden te storten op een rekening, waarmee in Nigeria topambtenaren omgekocht kunnen worden, zodat ze hun fiat geven aan het uitvoeren van het geld. Het meehelpen aan die geldexport levert de geadresseerde een commissie op van 20 à 30 procent, meldt de brief. “Maar die beloning komt natuurlijk nooit”, zegt een woordvoerder van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). De CRI heeft medio december 1992 een meldpunt opgericht, waar alle frauduleuze brieven uit Nigeria - in vakjargon spreekt men van pogingen tot advanced fee fraud - worden verzameld.

Nederlandse bedrijven die op het aanbod ingingen, zijn volgens een steekproef van de CRI in de maanden december 1990 en januari 1991 voor circa anderhalf miljoen gulden benadeeld. Volgens een Britse schatting hebben bedrijven al 200 miljoen pond verloren. “Het is moeilijk te schatten hoeveel in totaal aan financiële schade is geleden, gedupeerde bedrijven melden zich niet”, zegt de CRI-woordvoerder.

Dat geldt niet voor drs. L.J.M. Pesie, die ook brieven ontving én ze beantwoordde. Na een verblijf van een jaar in de Nigeriaanse havenstad Lagos waar hij een florerende zaak in im- en export van witgoedartikelen had, is hij terug in Nederland. Zijn villa heeft hij - weggevlucht uit nachtelijk Lagos - verruild voor een stacaravan, omzoomd door coniferen, in een weiland ergens tussen Hoevelaken en Hooglanderveen. Zijn ervaringen in het land aan de evenaar beschreef Pesie in "Een traan voor Nigeria'. “Ooit had ik een afspraak met ene meneer Chucks, "vice-president' van de Nigeriaanse centrale bank. Hij vroeg me per fax hem 's middags om twee uur te bellen”, vertelt Pesie. “Ik belde de centrale bank en werd doorverbonden met Chucks. Later bleek Chucks een oplichter, die tijdens de lunchpauze voor tweeduizend naira het bureau had gehuurd van de echte vice-president.”

Het feit dat Kamers van Koophandel in heel Nederland overspoeld worden met klachten over de dubieuze brievenstroom uit Nigeria was voor het ministerie van economische zaken aanleiding de CRI in te schakelen. Volgens een woordvoerder zijn er inmiddels duizend brieven binnengekomen. “De oplichters maken gebruik van indrukwekkend ogend briefpapier en sturen cheques mee van verzonnen banken en copieën van contracten die in werkelijkheid nooit zijn gesloten.”

In de brieven wordt met namen geschermd van Nigeriaanse departementen en andere overheidsinstanties, waarvan bij navraag blijkt dat ze helemaal niet bestaan. Volgens drs. W. van Reenen, de eerste secretaris van de Nederlandse ambassade in Lagos, zijn de vervalste papieren “werkelijk schitterende documenten en in veel gevallen zelfs ontvreemd van ministeries.”

Bij Nigeriaanse missies in een keur van landen als Groot-Brittannië, Thailand, Brazilië, Singapore, Australië en Duitsland zijn eveneens duizenden klachten binnengekomen over de oplichtersbrieven. Volgens de Nigeriaanse politie zouden in 1991 alleen al naar het Verenigd Koninkrijk ongeveer 25.000 brieven zijn gezonden.

“Het is opvallend dat met name bedrijven die in surséance van betaling verkeren of failliet zijn verklaard deze brieven krijgen”, zegt mr. A.J.B. Ross, wiens advocatenkantoor gespecialiseerd is in faillissementen. “Als curator kom ik geregeld dit soort brieven tegen. Ik vermoed dat een flink aantal Nigerianen door de Staatscourant op de hoogte is welke verzwakte ondernemers dringend om geld zitten verlegen en in hun wanhoop mogelijk op zo'n brief ingaan”, aldus Ross.

In de brieven wordt de ontvanger gevraagd blanco briefpapier op te sturen, met gedrukt briefhoofd en reeds voorzien van handtekeningen. Maar er worden ook subtielere manieren gehanteerd om westerlingen geld afhandig te maken. Zo worden sommige zakenlui uitgenodigd om naar Nigeria te komen, om er aantrekkelijke transacties te bespreken. “Met veel egards worden de gasten ontvangen en behandeld, maar wat ze niet weten is dat voor hen een uiterst geraffineerd toneelstukje wordt opgevoerd”, vertelt Van Reenen, belast met de economische belangen van Nederlandse ondernemingen in Nigeria. “Ze worden in glanzende limousines naar nep-overheidskantoren gereden, waar achter een reusachtig bureau een quasi directeur-generaal van een belangrijk departement zetelt. Contracten worden getekend als de westerse zakenman de kosten betaalt voor registratie bij het handelsministerie - een paar duizend dollar. Daarna hoor je nooit meer wat van ze.”

“Dit soort toneelstukjes”, vervolgt Van Reenen, “heeft ook plaats in echte overheidsgebouwen, wat erop duidt dat sommige overheidsinstanties of in ieder geval bepaalde ambtenaren betrokken zijn bij de fraude. Het is moeilijk te zeggen of dat op grote schaal gebeurt. Wat hier wel algemeen beweerd wordt, is dat corruptie onder overheidsambtenaren wijdverspreid is.”

Pesie ging in Nigeria langs de bedrijven waarvan hij in Nederland imponerende brieven had gekregen. “Maar die nieuwsgierigheid werd niet op prijs gesteld. Dat land drijft op zwendel, werd me duidelijk. Eenmaal werd een meterslange python in mijn huis gelegd. Bedreigingen volgden elkaar in hoog tempo op. Uiteindelijk zijn mijn vrouw en ik in het holst van de nacht vertrokken. Alleen met een koffer zomerkleding kwamen we in de vrieskou aan op Schiphol.” Pesie kijkt wat hulpeloos rond in zijn stacaravan. “Ik realiseer me dat de oplichterij bestaat bij de gratie van Westerse hebzucht. Ik heb de les geleerd die ik nodig had.”

S.M. Pisagih, attaché voor handelszaken van de Nigeriaanse ambassade in Den Haag, blijkt aanvankelijk niet graag tekst en uitleg te geven. Na enig aandringen gaat hij overstag, maar hij weigert hardnekkig zijn naam door de telefoon te geven. “Omdat we intern vaak naar andere afdelingen doorschuiven”, geeft hij later tijdens een bezoek aan de ambassade aan de Wagenaarweg - onrustig schuivend op zijn stoel - als reden. “Serieuze Nederlandse bedrijven reageren niet op deze brieven. Een onderneming die veel geld stuurt naar iemand die ze niet kent, is zelf ook vrij dubieus”, zegt de attaché. “Deze brieven schaden echter het imago van Nigeria in het buitenland. Ik vrees dat ons land er ook in financieel opzicht door geschaad is.”

“Daarom is een zogenaamde special task force binnen de Nigeriaanse politie opgezet, met als doel het bestrijden van deze frauduleuze praktijken”, vertelt Pisagih. “Reeds enkele briefschrijvers zijn opgespeurd en gearresteerd. Op een economisch misdrijf als dit staat in Nigeria gevangenisstraf.” Woordvoerder A. Anopuechi van het Nigeriaanse ministerie van buitenlandse zaken in de hoofdstad Abuja, beweert dat van rechtszaken tegen de briefschrijvers, die hij criminelen noemt, tot dusver nooit sprake is geweest, “omdat nog nooit een aanklacht is ingediend. Desondanks doet onze regering alles wat in haar macht ligt om deze praktijken tegen te gaan.”

Van Reenen gelooft niet zo in de daadkracht van de task force. “De groep werkt nu ongeveer één jaar en ressorteert rechtstreeks onder het kabinet van president Ibrahim Babangida. De kranten hier schrijven er helemaal niet over”, zegt Van Reenen. “Voor zover ik weet is de task force opgezet om de fraude te inventariseren en gerechtelijke vervolging voor te bereiden, maar de groep zou geen opsporingsbevoegdheid hebben.”

Het CRI, tevens de Nederlandse vestiging van Interpol, heeft “geregeld contact” met de collega's in Lagos, maar volgens de woordvoerder heeft dat “nog geen concrete resultaten opgeleverd”. Pesie noemt samenwerking met de Nigeriaanse politie “een lachertje”. “De politie is zo corrupt, dat ik ze mijn vuile was nog niet zou toevertrouwen.”

“Waarom Nigerianen dit soort brieven schrijven?” Pisagih herhaalt de vraag lichtelijk geïrriteerd. “U moet weten dat Nigeria in economisch opzicht een voorsprong heeft op ons omringende Westafrikaanse landen. Daarom wonen veel mensen uit die landen en uit Centraal-Afrika in Nigeria. Een niet onaanzienlijk deel van de brieven komt van hen. Dat is ook de heersende gedachte bij de Nigeriaanse politie”, zegt de handelsattaché. Hij overhandigt een persbericht van de autoriteiten in Lagos, getiteld: fraudulent practices by unpatriotic Nigerians.