Parlementaire zaal verzonken in plein; Pi de Bruyn laat bestaande gebouw Rijksdag intact

AMSTERDAM, 19 FEBR. Uit respect voor de beladen geschiedenis van de Rijksdag heeft de Amsterdamse architect Pi de Bruyn bij zijn ontwerp van een uitbreiding van het Berlijnse regeringscentrum, het bestaande gebouw intact gelaten en de nieuwe functies erbuiten en ernaast gesitueerd.

Het hele beschikbare terrein wordt bedekt met een "podium' waarin half verzonken, nieuwe functies worden ondergebracht. De opvallendste daarvan is de nieuwe parlementaire zaal, waarvan het publieke gedeelte boven het plein uitsteekt. Over de hele lengte van het Rijksdag-gebouw en het verhoogde plein plaatst hij een nieuwe kantoorvleugel in de vorm van een lange balk met een grote uitsparing ter hoogte van de parlementszaal.

Bekende ontwerpen van Pi de Bruyn, die samen met Carel Weeber, Jan-Dirk Peereboom Völler en Frits van Dongen in Amsterdam de Architecten Cie. vormen, zijn het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag en de uitbreiding van het Concertgebouw. Zijn uitbreiding van het stadhuis van Amersfoort is nu in aanbouw.

De andere twee architecten die de jury uitkoos zijn de Engelsman Norman Foster en de in Parijs woonachtige Spanjaard Santiago Calatrava. Foster vertegenwoordigt de strakke "high-tech' richting in de architectuur, terwijl Calatrava vooral om zijn zwierige organische vormen bekend staat. Een recent ontwerp van Foster zijn de veelgeprezen Sackler Galleries in de Londense Royal Academy. Calatrava is bekend om zijn bruggen, onder andere twee op het Olympische terrein in Barcelona, en hij werkt nu aan een groot TGV-station bij Lyon.

De jury die de inzendingen moest beoordelen bestond uit negen mensen, onder wie de architecten Richard Rogers, Giorgio Grassi en Hans Kollhoff (van wie een woningbouwproject op het KNSM-eiland in Amsterdam wordt gerealiseerd).

In juni 1991 besloot de Bondsdag dat het regeringscentrum binnen vier jaar naar Berlijn zou verhuizen; over tien tot twaalf jaar moest Berlijn de rol van Bonn volledig hebben overgenomen. Of Duitsland gezien de economische situatie van de voormalige DDR, de verhuizing nog kan en wil bekostigen, moet nog worden bezien.