Op werk niet meer, wel langer overspannen; Ondanks omvang is vrijwel niets bekend over overspannenheid

MAASTRICHT, 19 FEBR. Het aantal ziekmeldingen wegens overspannenheid is in de laatste 25 jaar op hetzelfde niveau gebleven. Wel is de gemiddelde duur van het verzuim verdubbeld en is het aantal zieken dat in de WAO verdwijnt fors toegenomen. Slechts veertig procent van de overspannen werknemers keert terug naar zijn oude werkplek.

Dr. K. Schröer, verbonden aan de vakgroep medische sociologie van de Maastrichtse Universiteit, stond soms zelf verbaasd van de resultaten van zijn onderzoek naar overspannenheid, waarop hij vandaag is gepromoveerd. Hij wist dat psychische oorzaken tegenwoordig goed zijn voor een derde van de instroom in de WAO, terwijl die in het begin van de jaren zeventig vrijwel geen rol speelden. Van degenen die op psychische gronden ziek of arbeidsongeschikt worden verklaard, is tegenwoordig 95 procent overspannen. Schröer verwachtte derhalve dat het aantal ziekmeldingen wegens overspanning ook enorm zou zijn toegenomen, maar dat bleek dus niet het geval. Alleen de kans om overspannen in de WAO te belanden is flink toegenomen. Op dit moment belandt 20 à 25 procent van de overspannen werknemers in de WAO. De gemiddelde verzuimduur van degenen die niet in de WAO terechtkomen, bedraagt ruim drie maanden.

Schröer volgde een jaar lang ruim honderd overspannen werknemers die cliënt waren bij het GAK in Limburg. Hij bestudeerde hun dossiers, hij ondervroeg hen zelf, maar ook hun huisarts, bedrijfsarts en verzekeringsarts.

Overspannenheid wil zeggen dat je niet meer in staat bent situaties en gebeurtenissen die emotionele betekenis hebben te verwerken, aldus Schröer. Dat uit zich over het algemeen in lichamelijke en psychische klachten. In de praktijk blijkt het minder vaag dan het op het eerste gehoor misschien klinkt. Op een standaardtest voor psychische problemen scoren overspannen werknemers veel slechter dan gezonde mensen en bijna net zo slecht als ambulante psychiatrische patiënten.

Ziekmelding wegens overspannenheid is veelal een typisch voorbeeld van uitstelgedrag: men loopt al maanden met klachten rond voordat de arts wordt geraadpleegd. Een derde heeft zelfs al langer dan een jaar klachten, zo blijkt uit het onderzoek van Schröer. Bij de helft van degenen die zich ziek melden is het werk de directe aanleiding.

Omdat overspannenheid zoveel voorkomt - per jaar melden zich in Nederland circa een kwart miljoen werknemers om die reden ziek - zou mogen worden verwacht dat er dan ook veel over bekend is. “Niets is minder waar”, stelt Schröer. Het valt niet echt onder één medisch specialisme, er wordt weinig onderzoek naar gedaan en er zijn geen patiëntenorganisaties of andere lobbyclubs die zulk onderzoek bevorderen.

Tussen degenen die langdurig verzuimen wegens ziekte vallen overspannen werknemers op omdat ze veel minder worden verwezen naar specialisten of andere tweedelijns hulpverleners. Schröer: “De meesten blijven bij de huisarts hangen. Alleen ernstige gevallen komen wel bij het RIAGG. Maar er wordt weinig verwezen naar het algemeen of bedrijfsmaatschappelijk werk. Er is ook geen specialistische hulpverleningsinstantie voor ze, waar bijvoorbeeld mensen werken die goed arbeidsconflicten kunnen oplossen.”

Van de werknemers die overspannen raken kan slechts veertig procent een beroep doen op bedrijfsarts of bedrijfsmaatschappelijk werk. Maar slechts de helft van hen schakelt deze hulpverleners daadwerkelijk in en doet dat dan ook nog in een vrij laat stadium “Van preventief gebruik van bedrijfsarts of bedrijfsmaatschappelijk werk, althans voorafgaand aan en zo mogelijk ter voorkoming van ziekmelding, is vrijwel niets gebleken”, concludeert Schröer.

Overspannen werknemers worden maar zelden behandeld. “De hulpverlening van de huisarts bestaat in de meerderheid der gevallen uit het adviseren van rust, het voorschrijven medicijnen, en een uitnodiging aan de patiënt om nog eens te komen praten.” Tussen de betrokken hulpverleners is vaak weinig contact. “Huisarts, bedrijfsarts en verzekeringsarts: alle drie vinden ze dat ze het moeten coördineren, maar niemand doet het. Verzekeringsartsen bellen een huisarts wel eens voor informatie, maar echt een beleid afspreken doen ze zelden.”

Arbeidsomstandigheden spelen een belangrijke rol als oorzaak voor de overspannenheid, maar nauwelijks bij de terugkeer naar het werk. Wel is daarbij de omvang van het bedrijf en de lengte van het dienstverband van belang: wie bij een groot bedrijf werkt en veel dienstjaren heeft, heeft grote kans om na een periode van overspannenheid weer bij zijn oude werkgever aan de slag te gaan. Vrouwen hebben een aanzienlijke kleinere kans op rentegratie dan mannen, maar dit komt vooral doordat vrouwen over het algemeen minder dienstjaren hebben en bij kleinere bedrijven werken.

Schröer is ervan overtuigd dat er veel meer zou kunnen worden gedaan voor overspannen werknemers. “Bij de bedrijfsverenigingen zouden ze gespecialiseerde mensen in dienst moeten hebben; mensen die weten hoe het hele stelsel aan hulpverlening in elkaar zit, en die ook goed met bedrijven kunnen praten. Arts is niet het beste vak om dit soort problemen op te lossen, al zijn er wel sociaal vaardige artsen. Het gaat niet om het diploma, maar om de vaardigheid en de instelling die iemand heeft.”