Of mice and men

De opmars van de biotechnologie brengt de gemoederen flink in beweging. Guerrilla-overvallen op proefvelden met genetisch gemanipuleerde aardappels zijn maar één voorbeeld van de vele emoties die dit onderwerp oproept. De gedachte dat wij (kunnen) dokteren aan de Schepping is kennelijk niet makkelijk te verteren.

Het octrooirecht, dat gewoonlijk nauwelijks aandacht krijgt buiten de kring van direct betrokken specialisten, staat hierdoor opeens een beetje in de schijnwerpers. Want technologie en octrooien hebben met elkaar te maken. Dat geldt ook voor biotechnologie.

Door een octrooi kan een uitvinder een tijdelijk monopolie krijgen voor de toepassing van zijn uitvinding. Zo'n monopolie is vaak onmisbaar, wil het lonend zijn grote bedragen in onderzoek en ontwikkeling te investeren. Dat onderzoek en ontwikkeling nog maar in beperkte omvang mogelijk zouden zijn als er geen octrooien zouden bestaan, vormt dan ook een belangrijk argument voor het handhaven van het octrooirecht in zijn huidige vorm.

De biotechnologie brengt veel uitvindingen voort. Soms zijn dat uitvindingen zoals wij die al gewend zijn: een nieuw geneesmiddel of een verbeterd produktieproces. Niemand kijkt ervan op dat die worden geoctrooieerd. Maar dat wordt anders als het uitgevondene een levend wezen is: in dit geval een muis. Na een langdurige verleningsprocedure (en nadat de VS en Japan al waren voorgegaan) heeft het Europees Octrooi Bureau in München onlangs octrooi verleend op ”een transgeen zoogdier, niet zijnde een mens, waarvan lichaams- en voortplantingscellen een geaktiveerde kankerverwekkende DNA-struktuur bevatten ..' Een toelichting op de redenen om het octrooi te verlenen is onlangs gepubliceerd.

Die beslissing heeft veel beroering gewekt. Belangengroepen hebben zelfs de Nederlandse regering opgeroepen het octrooi ”te verwerpen'. (Dat kan de regering natuurlijk niet doen: ook die moet de wet, of in dit geval het Europees Octrooi Verdrag, respecteren). Maar waar gaat het nu eigenlijk om?

Muizen en andere kleine zoogdieren worden veel gebruikt als proefdier, onder andere voor onderzoek van nieuwe geneesmiddelen. Een gebied waarop grote behoefte aan proefdieren bestaat is dat van het kankeronderzoek. De proefdieren moeten dan bij voorkeur aan kanker lijden. De natuur levert echter - gelukkig - maar bij uitzondering dieren op die kanker hebben. De uitvinding waar het in dit geval om ging bestond erin dat het genetisch materiaal van kleine zoogdieren (muizen) zo werd gemanipuleerd dat de dieren in sterk verhoogde mate de kans lopen kanker te krijgen. De op die manier verkregen muizen zijn een waardevol instrument bij kankeronderzoek. Daarop is het inmiddels verleende octrooi gericht.

Dat is niet zonder bedenkingen gegaan. Er was in Europa nog nooit octrooi verleend met een ”hoger' levend wezen als voorwerp (voor lagere organismen zoals gist, schimmelcultures en andere microbiologische levensvormen worden overigens al langere tijd octrooien verleend). Het Europees Octrooiverdrag verbiedt ook octrooïering van ”dierenrassen'; maar dit octrooi betrof nu juist niet een bepaald ras, maar allerlei zoogdiersoorten. Verder is natuurlijk de vraag of octrooiering van dieren op deze wijze - met als onvermijdelijk bijverschijnsel veel lijden voor de betrokken dieren - niet met zwaarder wegende beginselen van openbare orde of goede zeden in strijd is. Die problemen zijn in de verleningsprocedure zorgvuldig besproken, en ook in de verleningsbeslissing uitgebreid onder ogen gezien. De uitkomst was dus: wèl een octrooi.

Is de opwinding die op deze beslissing volgde nu gerechtvaardigd? Nauwelijks. Octrooi op een muis is iets nieuws - maar innovatie is inherent aan het octrooiwezen. Misschien brengt biotechnologisch onderzoek bijzondere gevaren of andere bezwaren met zich mee (zoals trouwens ook nucleair onderzoek of onderzoek op het gebied van de wapenindustrie dat (kunnen) doen). Dat kan dan een reden zijn om dat onderzoek aan controle te onderwerpen, of om de toepassing van gedane uitvindingen aan banden te leggen. Nucleair materiaal en wapens zijn ook niet vrij verhandelbaar. Maar om aan (bepaalde) biotechnologische uitvindingen de ”normale' aanspraak op octrooi te onthouden is irrationeel. Men meet dan met twee maten. Het recht is er nu juist om dat soort meten te voorkomen.