Nederland geen "moeder' voor Antillen

Schijnbaar zonder erfelijke belasting begonnen de Antilliaanse eilanden na het ondertekenen van het Statuut in 1954 aan een zelfstandigheid op papier, die zowel economisch als wat de sociale infrastructuur betreft een voortdurende horigheid inhield aan wat men het moederland pleegt te noemen.

Dat dit tot ernstige ontwrichtingen zou kunnen leiden van de verhoudingen binnen een bevolking die in cultureel opzicht totaal van Nederland verschilt, had iedere huismoeder kunnen weten. Een moederland weet dat blijkbaar niet, omdat er geen gezin is. Als er een probleem is, worden er deskundigen over de oceaan gestuurd om dikke rapporten te schrijven, die helaas vanuit Nederlandse deskundigheid werden opgesteld zonder aan het gezinsverband tussen Nederland en de Antillen aandacht te schenken. De Antilliaan werd daarvan niet veel wijzer, want die rapporten sluiten niet aan bij de totaal andere werkelijkheid.

Het is makkelijk om de Antilliaanse overheid de zwarte piet toe te spelen, omdat ze in 1954 een bestuursdiploma heeft gekregen van de koningin. De werkelijke problemen zijn steeds uit het lokale jargon verkeerd vertaald in het Nederlands, terwijl veel geld werd uitgegeven aan dienstreizen, infrastructurele projecten en wetenschappelijke rapporten. Het grootste probleem, namelijk dat de Antillen "waddeneilanden' zijn van Zuid-Amerika, is nimmer het uitgangspunt geweest van een integrale aanpak van de problemen waaronder de bevolking lijdt, ondanks de spreekwoordelijke vrolijkheid van de Caraïbische mens.

Dat er tickets naar Nederland zijn verstrekt aan lastige en dikwijls heel creatieve jongeren die een buurt onveilig maakten op Curaçao is geen nieuws. Het is een vorm van overleving. Uiteraard maakt Nordholt zich daar zorgen over, dat is zijn goed recht. Immers Amsterdam is een trekpleister voor hopelozen, onder wie trouwens ook veel Limburgers, die boven de grote rivieren sinds de mijnsluiting Limbo's worden genoemd, maar die niet zo makkelijk identificeerbaar zijn als bijvoorbeeld Antillianen.

Door toedoen van het "Westen' is op de Antillen een kunstmatige economie ontstaan en heeft zich een onnatuurlijke bevolkingsexplosie voorgedaan. Daarop hoort Nederland grootmoedig te reageren. Het heeft geen zin elkaar de zwarte piet toe te spelen. De Antillen beschikken over kundige mensen terwijl Nederland veel kennis heeft. Waarom wordt dit probleem niet in Antilliaans-Nederlands "gezinsverband' opgelost?

Ik stel voor dat de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt een tijdje stage loopt in Willemstad, samen met minister van justitie Hirsch Ballin. In die periode moeten alle dienstreizen uit Nederland worden gestaakt. Antillianen mogen tegelijkertijd in Nederland op koste van de staat als stagiairs meelopen bij justitie, onderwijs en sociale zaken om hun rijksgenoten in Nederland te bestuderen en om na te gaan of de geweldige ideeën die de Nederlandse samenleving levert, zowel in eigen land als elders van betekenis kunnen zijn.

Pas daarna zou heel voorzichtig samen met de Antillen een groeimodel kunnen worden opgesteld om het grote probleem van de ontworteling en dus dat van de criminaliteit op de lossen. Het heeft geen zin om uit te zoeken wie aan wie tickets verstrekte. Het probleem moet bij de wortel worden aangepakt en in driehonderd jaar is het wortelstelsel behoorlijk diepgravend geworden. De Antilliaanse politici, die tot over hun oren in de zorgen zitten, ook nog met dit historische probleem opzadelen is op zijn zachtst gezegd niet rechtvaardig.