Met palen en korven trekt de korfbalmissionaris rond

ROTTERDAM, 19 FEBR. Een bezoeker van een grand café in Praag wordt opgeschrikt door de hem vertrouwde fleurige trainingspakken. Bij bosjes komen ze binnen, de Nederlandse korfballers. Op loopafstand van het standbeeld van Jan Palach. Voor hem zijn ze, begin 1990, niet naar de Tsjechische hoofdstad gekomen. Geen Praagse lente, maar broodnuchter gidswerk uit de Lage Landen. Het bezoek aan Tsjechië staat niet op zichzelf. Het Nederlandse Korfbal Verbond voert, samen met de Belgen, al tientallen jaren missionaris-werk. Ter promotie van korfball, want de zo vurig gewenste mondialisering vereist een aangepaste spelling.

De meest actieve korfbal-ambassadeur was Adrie Zwaanswijk. Hij reisde na de oorlog decennia lang de wereld rond om zijn favoriete sport aan de man te brengen. Gewapend met korven en palen, zo luidt de legende. Mede dank zij Zwaanswijk steeg het aantal bij de International Korfball Federation ingeschreven landen van tien naar bijna dertig. Hoopgevende cijfers, maar na de kwantitatieve aanpak van de jaren tachtig legt de IKF nu de nadruk op de kwaliteit van het internationale korfbal. “We hebben nu wel genoeg arme landen”, meende de Swan, zoals hij in het buitenland bekend stond.

Nederlandse en Belgische docenten proberen in de ontwikkelingslanden het spelpeil te verbeteren. Uniek is het adoptieplan. Afdelingen in Nederland krijgen elk een land toegewezen. Zo krijgt Spanje korfballes van het district Rijndelfland. Op het scorebord vallen de resultaten van het gidswerk nog niet af te lezen. De finale van een internationaal toernooi staat bij voorbaat vast: Nederland tegen België. Deze zomer staan de World Games, een alternatief voor de niet-olympische sporten, op het programma. In Den Haag komen de twee traditionele korfbalnaties uit tegen de "best of the rest': Taiwan, Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten. Goedwillende achttallen, maar volstrekt kansloos tegen Nederland en België. Die doen voor elkaar niet onder, hoewel het KNKV tien maal zo groot is als de Belgische korfbalbond.

Ben Crum volgde Zwaanswijk in 1978 op als bondscoach van de nationale selectie. In het clubhuis van DKOD, De Korf Ons Doel, is hij op bekend terrein. Als klein jongetje rende hij al vakgericht in Heelsum. De 51-jarige Crum hekelt de media, die zijn sport maar niet serieus nemen. “OK, wij hebben ons softe imago deels aan onszelf te wijten. Korfbal had te veel de uitstraling van een vrijetijdsbesteding. Maar juist nu wij heel professioneel bezig zijn, worden we nog niet serieus genomen. Kijk je bij voorbeeld naar het schaatsen, dan heb je het echt over een marginale sport. Het Nederlandse Korfbal Verbond telt bijna honderdduizend leden. Dus 300.000 potentieel geïnteresseerden.”

Het twijfelachtige rekensommetje van de bondscoach is gebaseerd op de typische familiewaarde van korfbal. “Het is een verlengde van het gezin”, verklaart Crum in een landelijk weekblad. Korfbal biedt volgens hem datgene wat de jaren negentig nodig hebben: een band tussen gezin, school, sportclub en werksfeer. Korfbal als hoeksteen van de samenleving?

Dit jaar gaat de katholieke damesbond op in het landelijke orgaan. Daarmee lijkt de kenmerkende korfbal-verzuiling definitief verleden tijd. Nieuwe problemen dienen zich inmiddels aan. Het traditionele veldkorfbal wordt meer en meer verdrongen door het veel populairdere zaalkorfbal. Ben Crum: “Logisch natuurlijk, want in een zaal hangt meer sfeer. Bovendien is het binnen interessanter voor sponsors en media. Bij de NK-finale in Ahoy' zitten straks zevenduizend mensen. Toch kunnen we niet zonder de buitensport. Het clubhuis is een sociale ontmoetingsplaats. Daar kan geen sporthal-kantine tegenop”.

In het buitenland wordt zowel veld- als zaalkorfbal gespeeld. Klimatologische omstandigheden spelen nauwelijks een rol van betekenis. Portugal korfbalt binnen, in Taiwan speelt men in de open lucht. En elk land heeft zijn eigen problemen. De macho-cultuur op Aruba belemmert de ontwikkeling van de gemengde sport. Het boeddhisme in India weerhoudt de meeste vrouwen van actieve sportbeoefening. En in Taiwan, waar de sport werkelijk aanslaat, is de fysiek zwakkere bevolking een belemmering voor internationaal succes. Goede korfbalspelers zijn lang.

Maar in de Verenigde Staten floreert het korfbal op de universiteiten. Ook is de hoop gevestigd op Oost-Europa. Hongarije en het voormalige Tsjechoslowakije geven het goede voorbeeld, Roemenië volgt op afstand. Het betere gidswerk begint op recreatieve schaal. Topsport is een verhaal apart. Voorlopig spelen Nederland en België korfbal van een andere planeet.

Tweemaal per jaar treffen de twee grootmachten elkaar. Eerlijk verdeeld over veld en zaal. Morgenavond komen de "Rode Duivels' op bezoek in Leeuwarden. Voor Ben Crum is het een van de laatste interlands. Na 15 jaar trouwe dienst houdt hij het als bondscoach voor gezien. Crum blijft wel actief bij titelkandidaat PKC.