Kroatie en de postmoderne waanzin; Een vijand van het volk

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic krijgt in Zagreb dagelijks anonieme brieven en telefoontjes met de boodschap: Hoepel op uit Kroatië. “Ik wind me er niet over op. Waarom zou ik? Ik zit toch niet in de gevangenis!”

Een paar dagen geleden werd ik door een buitenlandse vriend opgebeld.

“Ik heb gehoord dat je in de gevangenis zit”, zei hij voorzichtig.

“Ik?? In de gevangenis? Hoezo?”

“O...” zei hij verward. “Dus het is niet zo?”

“Nee...”

“Nou, ja, het belangrijkste is dat je niet in de gevangenis zit!” zei mijn kennis, maar hij klonk zó teleurgesteld dat ik me op dat moment bijna schuldig voelde dat ik niet in de gevangenis zat.

Wat is er toch aan de hand in Kroatië, in een van de meest democratische landen ter wereld, zoals de president van dit land zo graag zegt? Waarom toch al die bezorgde vragen en al die geruststellende antwoorden?

“Wij zijn het internationaal erkende slachtoffer”, zo onderwees mijn loodgieter Jura mij onlangs, terwijl hij met zijn Engelse sleutel voor mijn neus zwaaide. “En er bestaat geen slachtoffer dat normaal is, of dat zelfs maar zou kunnen zijn!”

Ons land is gek geworden door de langzame en moeizame demontage van het vroegere Joegoslavië, door het tomeloze Servische nationalisme, dat in ons land een even sterk Kroatisch nationalisme deed ontstaan; het is gek geworden door de verkiezingen, door de machtswisseling, door de realisering van de duizend jaar oude droom van de onafhankelijkheid (zoals de Kroatische machthebbers dat zeggen, en waarvan de Kroatische burgers gehoorzaam dromen); het is uitgeput door een oorlog met een veel sterkere tegenstander (die nog gisteren onze vriend en broeder was!), door de verwoestingen, de talloze doden, de massamoorden en door het verlies van grondgebied; het verstart van angst bij de gedachte dat het nu eindelijk een internationaal erkende, zelfstandige, Europese staat is, die voor zijn daden zelf de verantwoordelijkheid zal moeten dragen; het is gek geworden van de plotseling verkregen vrijheid en het is bereid de misstappen van de democratisch gekozen regering door de vingers te zien; het wordt gekweld door een paranoia die misschien wel van buitenaf werd geïnduceerd, maar die daarna op eigen bodem in stand werd gehouden; het is uitgeput geraakt door onzekerheid, door de steeds schrijnender armoede en de overal heersende chaos; het is gek geworden door de oorlog, die zowel in de media als op het slagveld wordt uitgevochten, door het isolement, door de eigen leugens en die van anderen, door die aanhoudende toestand die geen oorlog en geen vrede is en waarin ons land zich, evenals dat van de tegenstander, al zo lang bevindt; en het lijkt ook wel gek te zijn geworden door het ontbreken van enig duidelijk plan voor de toekomst - nee, als land is Kroatië zeker niet normaal. Net zomin als de bewoners normale mensen zijn.

Ook al is de nieuwe staat nog maar net een jaar oud, toch vertoont die reeds alle tekenen van een onbewuste, postmoderne waanzin, waarin verschillende soorten clichés en citaten door elkaar heen worden gebruikt; ze zijn afkomstig uit het museum van het totalitarisme, overgenomen uit het stukgelopen Joego-project, of ze stammen uit het mythische, historische en culturele erfgoed van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, uit de Kroatische geschiedenis (die met de dag ouder en roemrijker wordt), het zijn citaten uit de Europese droom, uit het Kroatisch etnografisch museum, uit het museum van de industriële revolutie met alle rariteiten van het vroege kapitalisme, enzovoort, enzovoort. Soms lijkt het wel of de officiële politiek van Kroatië een collage is van citaten waarvan men de betekenis heeft verdraaid en de toonsoort heeft gewijzigd, maar als men al die elementen bij elkaar wil houden, dan moet men ze aan elkaar lijmen met het kleverige speeksel van de nationale homogenisering, van de nationale mythe en de nationale trots van de dappere verdedigers. De postmoderne dictatuur - waarvan de burgers zich op dit moment niet bewust zijn en ook niet kunnen zijn - is de kenmerkende politieke strategie van een land dat vecht voor zijn toekomst, dat wordt aangevallen van buitenaf (de Serviërs) en van binnenuit (alweer die Serviërs!). Een dictatuur met het masker van een democratie of een democratie met het masker van een dictatuur - dat is de enig mogelijke strategie van de Kroatische officiële politiek om het geschonden zelfvertrouwen van het buiten zinnen geraakte en uitgeputte land te herstellen. Aan het herstel van het geschonden zelfvertrouwen werken alle burgers eendrachtig mee - en kijk eens aan: alle middelen zijn daarbij geoorloofd.

In een dergelijke situatie, waarin het leven wordt beheerst door een vorm van collectieve hysterie en paranoia, is het niet meer dan natuurlijk dat de burgers die hun twijfel uitspreken - zelfs als het gaat om een verwaarloosbaar klein aantal journalisten, schrijvers, professoren en kunstenaars - zullen worden bestempeld als vijanden van het volk. Aangezien Kroatië de democratie heeft uitgeroepen, zal een vijand van het volk - het lijkt wel een weer tot leven gekomen citaat uit de tijd van het totalitarisme - een iets andere behandeling krijgen dan een simpele gevangenisstraf. Om met deze ongewenste elementen af te rekenen, gebruikt men nu andere, subtielere methoden. Tegenwoordig is de populairste en meest geaccepteerde methode die van het lynchen via de media. De eendrachtig samenwerkende media (die bijna allemaal door de regerende partij worden gecontroleerd), journalisten (van wie de meesten in dienst zijn van de overheid), en ook de gewone burgers (die hun media onvoorwaardelijk geloven) storten zich vol overgave en zonder genade op het uitgekozen slachtoffer. Andere veel toegepaste methoden zijn het op discrete wijze uitrangeren van personen uit het openbare leven, het op louter formele gronden opzeggen of opheffen van iemands baan en het publiekelijk molesteren en kleineren van een vijand van het volk, en dat niet alleen op het persoonlijke, maar ook op het professionele en artistieke vlak. Er is overigens nog een andere, veelgebruikte methode, die bovendien door iedereen kan worden toegepast: het ostracisme - het steeds weer op een negatieve manier noemen van iemands naam. Er is niets opwindender dan het cultiveren van haat jegens een vijand tegenover wie we ons bovendien nooit persoonlijk schuldig hoeven te voelen!

“Maar wat heb je dan voor verkeerds tegen ze gezegd”? vraagt mijn loodgieter, tevens mijn politieke raadgever, Jura.

“De waarheid”, zeg ik.

“Dat is precies wat we niet nodig hebben; wat we nodig hebben is vrede”, zegt Jura. Ik moet hem gelijk geven, tenminste wat de vrede betreft.

Een Westeuropese liberaal die gewend is te werken met stereotypen als repressie, censuur, de vrijheid van woord en geschrift enzovoort, zal de situatie in Kroatië als zeer bedenkelijk ervaren. Een Amerikaan die zich iets van het McCarthy-tijdperk herinnert, zal de hier gebruikte methoden, zoals het publiekelijk zwartmaken van vermeende politieke tegenstanders en het door het slijk halen van iemands naam, zeker herkennen en als iets voorbijgaands beschouwen. Maar is de situatie in Kroatië werkelijk zo duister? Ik denk het niet. Voor dit optimisme heb ik twee goede redenen; de ene is wat "filosofisch' van aard (zoals Jura zou zeggen), de andere is gebaseerd op statistische feiten. We leven in een postmoderne tijd, alles is een beetje gespeeld of gesimuleerd, het lijkt allemaal op een citaat - zelfs de dictaturen. In Kroatië, waar viereneenhalf miljoen mensen wonen, worden op dit moment in het openbaar slechts enkele tientallen personen genoemd als vijanden van het volk: feministes, journalistes, schrijfsters, sociologen, acteurs en professoren. Hoeveel niet met name genoemde vijanden er verder nog zijn weet ik niet.

“Het creëren van vijanden van het volk is een uitstekende therapie voor de gespannen zenuwen van ons ongelukkige volk”, zegt mijn loodgieter Jura, opgewekt zwaaiend met een Engelse sleutel.

En tot slot: ik behoor ook zelf tot die groep van enkele tientallen personen. Ik heb op het verkeerde moment de waarheid gezegd, dat is het. Nu is er iedere dag wel iemand die in de krant op een vervelende manier mijn naam noemt. Ik maak me niet druk, waarom zou ik, ik ben een vijand van het volk. U heeft tenminste geen saai leven, zegt Jura. En hij heeft volkomen gelijk. Ik word elke dag wel een keer opgeschrikt door een anoniem telefoontje en in mijn brievenbus ligt dikwijls een briefje van een anonieme auteur op me te wachten. Hoepel op uit Kroatië! - dat is de boodschap die de anonieme schrijvers voor me hebben. Ik wind me er niet over op. Waarom zou ik? Ik zit toch niet in de gevangenis!... Maar soms denk ik wel eens dat ik het daar prettiger zou hebben. Dan hoefde ik tenminste niet mijn hoofd te breken over dat tweeslachtige postmodernisme. Ik zou wat meer rust hebben. En niet de straat op hoeven.