Krijgsmacht in Rusland wordt gehalveerd

In de prioriteitennota van minister Ter Beek staat dat na het einde van de Koude Oorlog en het sluiten van het CSE-verdrag, met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in onafhankelijke republieken ook de resterende dreiging van massale militaire agressie van de Sovjet-strijdkrachten tegen het NAVO-verdragsgebied is weggevallen.

Wat is er eigenlijk nog over van het eens zo roemruchte Rode Leger? Het overgrote deel van de voormalige Sovjet-krijgsmacht behoort sinds vorig jaar mei tot de Russische Federatie, die als één van de laatste voormalige Sovjet-republieken besloot tot de oprichting van een eigen defensie. Een belangrijk motief hiervoor was dat een groot deel van de voormalige Sovjet-strijdkrachten niet onder de controle van een specifieke staat viel, waardoor onder meer een juridisch vacuüm ontstond.

De opperbevelhebber van het GOS, maarschalk Sjaposjnikov, had reeds ervoor gewaarschuwd dat een leger zonder staat en een staat zonder leger een onmogelijke zaak was. De taak waar de nieuwe Russische krijgsmacht voor staat, is niet gering. De Russische federatie omvat het grootste, elf tijdzones tellende territorium ter wereld, dat zich uitstrekt van Moermansk en Sint Petersburg in het westen tot aan de Beristraat en Vladivostok in het oosten. Het deelt zijn 58.600 kilometer lange grens met niet minder dan zestien landen. De grens tussen Rusland en Kazachstan is met 7200 kilometer de langste ter wereld.

De Russische federatie omvat zestig procent van de bevolking van de voormalige Sovjet-Unie. De Russische leider is er in ieder geval alles aan gelegen voortdurend te benadrukken dat zijn land nog steeds een grote mogenheid is. De argumenten zijn: a) Rusland beschikt over een van de twee grooste nucleaire arsenalen; b) De wereldgemeenschap heeft de Russische federatie als de wettige opvolger van de voormalige Sovjet-Unie erkend; c) Rusland beschouwt zichzelf als de wettige opvolger van het duizend jaar oude "Groot Rusland'.

Wat is nu de plaats en de rol van de strijdkrachten in de Russische federatie? Opmerkelijk is de grote mate van continuïteit. Na de mislukte staatsgreep in augustus 1991 bestond de verwachting dat pro-Jeltsin militaire hervormers de nodige invloed zouden krijgen. Al spoedig werd echter duidelijk dat de gevestigde defensie-orde in stand zou blijven. Een "ingewijde' als Aleksej Arbatov schreef in dit verband onlangs dat, afgezien van de goede bedoelingen van een handvol nationale leiders aan de top, het overheidsbeleid nog steeds wordt gevormd door de oude nomenclatuur, waarvan het tweede en derde echelon het afgezette eerste echelon heeft vervangen. Hoe dan ook, nadat negen maanden lang was verzekerd dat het ministerie van defensie een civiele top zou krijgen, volgde vorig jaar mei de benoeming van de parachutistengeneraal Gratsjov tot minister van defensie. Deze opperofficier verklaarde onder meer dat “strategische plannen alleen voor militairen duidelijk zijn”. Gratsjov behoort evenals vice-president Roetskoj tot de niet onbelangrijke stroming in Rusland die meent dat de Russische grenzen niet ophouden bij die van de federatie.

Belangrijker is echter dat er een scherpe scheiding bestaat tussen het ministerie van defensie en de generale staf. Terwijl het ministerie zich primair met "politieke en administratieve zaken' bezighoudt, heeft de generale staf haar traditionele prerogatieven op het gebied van "operationele en strategische planning' behouden. Bovendien zijn de militairen verlost van de politieke supervisie van de communistische partij. Duidelijk is dat de opkomst van civiele strategen onder Gorbatsjov grotendeels is teruggedraaid. De herwonnen suprematie van de generaals over de burgers blijkt vooral bij de ontwikkeling bij van de nieuwe militaire doctrine. Het vorig jaar gepubliceerde ontwerp hiervan onderkent twee directe militaire dreigingen voor Rusland. Ten eerste het introduceren van buitenlandse troepen in aangrenzende staten; ten tweede de opbouw van lucht-, zee- of landstrijdkrachten nabij de Russische grenzen.

De meeste aandacht trok echter de passage dat de schending van voormalige Sovjet-republieken van de rechten van Russische burgers en van personen die zich etnisch en cultureel met Rusland identificeren een bron van ernstige conflicten kan zijn. In feite hebben is dit een nieuwe variant van de Brezjnev-doctrine. Anders gezegd: alle vroegere Sovjet-republieken die aan Rusland grenzen, vormen een invloedssfeer waarbinnen Russische interventie is toegestaan. De Golfoorlog staat in de nieuwe doctrine model voor de toekomstige wijze van oorlogvoeren. De prioriteit in de aanschaf van materieel dient dan ook uit te gaan naar geavanceerde conventionele precisiemunitie, apparatuur voor elektronische oorlogvoering en bevelvoeringscontrole-, verbindings- en inlichtingensystemen.

Vooralsnog blijft zowel wat wapens als mankracht betreft Rusland de grootste mogendheid op het Europese vasteland. Met zijn nucleaire wapens blijft het ook na uitvoering van het Start 2-akkoord in staat West-Europa binnen een half uur te vernietigen. Het is uiteraard realistischer de militaire capaciteit op conventioneel gebied te analyseren. Voor het materieel leggen de plafonds van het CSE-verdrag belangrijke beperkingen op aan de omvang van de Russische strijdkrachten. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie noodzaakte tot een onderverdeling tussen de onafhankelijke republieken van het plafond dat in het CSE-verdrag voor de Sovjet-Unie gold.

Dit heeft onder meer tot gevolg dat de Russen ruim 3300 tanks en meer dan 7000 pansterinfanterievoertuigen moeten afstoten. Het personeelsbestand zal tussen 1993 en 1995 met 700.000 man verminderen tot 2,1 miljoen. In deze periode zullen tevens de Russische strijdkrachten zich uit andere landen terugtrekken, met uitzondering van de Baltische staten. Dit laatste geschiedt vervolgens in de periode tot 1999, waarin het aantal militairen nog eens met 600.000 zal verminderen tot anderhalf miljoen. Evenals binnen de NAVO is ook voor de Russische strijdkrachten "herstructurering en verkleining' het parool.