Joan Nederlof: acteren is kinderlijke intutie

Vannavond gaat in Haarlem de voorstelling Lost in Hotel Paradise in première. Volgens Joan Nederlof (30), een van de twee vaste spelers van theatergroep Mug met de gouden tand, gaat het stuk over de "laatste mens' die haar lot in eigen hand probeert te nemen.

De repetitieruimte van Mug met de gouden tand, de voormalige snijzaal op het WG-terrein in Amsterdam, is op het moment in gebruik. De repetities van Lost in Hotel Paradise vinden daarom plaats in het gymnastieklokaal van een vervallen schoolgebouw in Haarlem. Met een sigaret tussen haar vingers ijsbeert Joan Nederlof in een korte zwarte jurk langs de touwen en wandrekken. “Je moet me wel onderbreken hoor”, zegt ze tegen regisseur Hendrien Adams die zich buigt over een cassetterecorder. Even later klinkt er walsmuziek. Met een denkbeeldige partner danst Joan over de vloer. Ze praat, maar de muziek maakt haar woorden goeddeels onverstaanbaar.

Als de muziek is gestopt vertelt ze een vermakelijk verhaal over de Trojaanse oorlog. Ze legt uit dat we ons de oorlog moeten voorstellen als een grote amusementsshow in Carré waarin niet de Grieken maar artiesten als René Froger, André Hazes en Rob de Nijs elkaar de kop inslaan. Zijzelf treedt op als de zieneres Kassandra. Na afloop van haar relaas zegt ze met gebroken stem: “Waarom is het me niet opgevallen dat ik een gevangene ben?”

Later, na de repetitie, vertelt Joan Nederlof dat ze aan de voorstelling begon met het idee dat ze “iets” met de Grieken wilde doen. “Zij staan aan het begin van onze beschaving en aan het begin van onze toneelgeschiedenis. Toen ik er met Hendrien Adams over sprak, besloten we dat het niet alleen over de eerste mens moest gaan, maar ook over wat Francis Fukuyama de "laatste mens' noemt. Ik heb me bovendien laten inspireren door Kassandra van Christa Wolf, met name door de passage waarin ze beschrijft hoe Kassandra zich terugtrekt in een grot om na te denken over wat ze in haar leven uit plichtsgevoel heeft gedaan en wat ze eigenlijk zelf zou willen.

“In de voorstelling wil ik laten zien hoe iemand het lot in eigen hand probeert te nemen. Ze verzet zich tegen de heersende opvatting dat de moderne mens een materialistisch, ik-gericht wezen is zonder doel in het leven. In het gesprek dat Wim Kayzer een paar jaar geleden op de televisie had met George Steiner, zei Steiner dat de nieuwe generatie geen idealen meer heeft. Ik vond het erg om dat van hem te moeten horen. Als het zo is, wil ik daar zelf achter komen. In elk geval probeer ik in deze voorstelling ook de andere kant te laten zien. Ik hoop dat er een soort levenslust uit spreekt.”

Lost in Hotel Paradise, waarin Nederlof optreedt met Marcel Musters, is net als veel andere produkties van Mug met de gouden tand al improviserend ontstaan op basis van boekfragmenten en zelf geschreven teksten. Soms ook worden ideeën geput uit liedjes en krante-artikelen. Het is een werkwijze die in het verleden fragmentarische, springerige voorstellingen heeft opgeleverd en de acteurs geregeld aanzette tot komische rollen. Slechts een enkele keer gaat de groep uit van een bestaand stuk. Zo zijn inmiddels de repetities begonnen van De miraculeuze come-back van Mea L. Loman, een stuk van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch, dat de Mug in april zal uitbrengen. Joan Nederlof is een van de negen spelers die aan de voorstelling meewerken.

Mug zal in de toekomst wellicht meer bestaande stukken gaan gebruiken, denkt Nederlof. Toch zullen ze ook zelf stukken blijven maken, omdat die naar haar idee het best uitdrukken wat hen bezighoudt. “Onze stukken laten vaak zien hoe wij deze tijd ervaren. Dat doen we door verschillende visies en meningen naast elkaar te zetten. Met een bestaand stuk is dat lang niet altijd mogelijk. Bovendien is er dan vaak sprake van een plot. Dat vind ik afleidend: een plot bedekt de dingen die je wilt zeggen.”

Als Nederlof aan een voorstelling begint weet ze meestal “ongeveer” wat haar personage zal gaan zeggen. Veel laat ze echter afhangen van de reacties van haar tegenspeler. Acteren staat voor haar dan ook gelijk aan fantaseren, aan kinderlijke intuïtie.

Gevraagd naar theatermakers en gezelschappen die haar en haar groep hebben beïnvloed, zegt ze vooral geïnspireerd te zijn door Jose Alders en Jan Ritsema. Ritsema was de eerste regisseur met wie ze werkte nadat ze was afgestudeerd aan de Amsterdamse Toneelschool. Onder zijn leiding richtte Joan Nederlof met een aantal andere beginnende acteurs, onder wie Marcel Musters, in 1985 Mug met de gouden tand op. Twee jaar lang regisseerde hij hun voorstellingen, totdat hij vertrok naar Toneelgroep Amsterdam.

“Hij was een soort vader voor ons. We hebben veel van hem geleerd. Hij hamerde er altijd op dat je je niet achter je rol moest verschuilen. Dat je rol en persoonlijkheid naast elkaar moest zetten in een voorstelling. Op die manier kun je commentaar geven op wat je doet.”

Na Ritsema had de groep een tijd lang geen vaste regisseur. Daarna werd Jose Alders aangetrokken die onder meer de serie "Plaatsbepalingen' uitbracht. Nu ook zij is vertrokken werkt Mug met een aantal regisseurs, onder wie Hendrien Adams, Porgy Franssen en Erik Snel.

Ook de samenstelling van de groep is in de loop der jaren veranderd: van de twaalf mensen die Mug hebben opgericht zijn alleen Nederlof, Musters en vormgever Hans Klasema over. “We begonnen super idealistisch”, herinnert Nederlof zich. “We waren een familie die alles samen deed. Nu zijn we realistischer. We verdelen de taken, al voel ik me nog steeds bij veel dingen betrokken. Ik wil graag bij Mug blijven zolang ik er af en toe wat naast kan doen, zoals vorige zomer toen ik bij de Ikon een homomagazine presenteerde. Het prettige van zo'n uitstapje is dat ik daarna terug kan naar een vertrouwde omgeving.”