Hockeyteam ontbeert routiniers; Delissen: "Veel van die jonge jongens brengen niets extra's'

ROTTERDAM, 19 FEBR. Volgens aanvoerder Marc Delissen moeten er zeker vijf routiniers bij het Nederlandse hockeyteam terugkeren om volgend jaar op volwaardige wijze de wereldtitel te kunnen verdedigen. Bovelander en Van den Honert hebben slechts in verband met hun studie een rustpauze genomen, maar Delissen hoopt ook op een rentree van spelers als Crucq, Klein Gebbink en Poortenaar. “Die jongens hebben we echt spijkerhard nodig.”

Met de ploeg die de afgelopen twee weken de trip door Pakistan meemaakte ziet Delissen weinig kans om mee te dingen om de eerste plaats. “Veel van die jonge jongens zijn wel goed, maar brengen nu nog niets extra's. Dat heeft tijd nodig. In ieder geval langer dan anderhalf jaar.” In de zes wedstrijden in Pakistan bleef Oranje zonder winst. Zelfs tegen Jong Pakistan werd twee keer verloren. Met name daarover was bondscoach Roelant Oltmans heel ontevreden. Hij zegt desondanks niet pessimistisch te zijn over de toekomst. “Het was wel een goede les.”

Oltmans constateerde dat het Nederland aan ervaring ontbrak tegen Pakistan. Dat is ook niet zo vreemd. Bij Oranje deden nog maar vijf hockeyers van de Olympische Spelen in Barcelona mee, bij de Aziaten liefst vijftien van de zestien geselecteerden. Pakistan had zelfs nog tien basisspelers in de gelederen die in 1990 in de WK-finale meededen. Aan Nederlandse zijde waren dat er nog maar twee, Brinkman en Delissen. Oltmans: “We hebben in één wedstrijd een 3-0 voorsprong uit handen gegeven. Dat was puur een kwestie van onervarenheid. Dat zou dezelfde ploeg nu al niet meer overkomen.”

Wederom werd in Pakistan duidelijk dat Nederland technisch te kort komt op internationaal niveau. “Ik vraag me af of er in de onderbouw wel op de juiste wijze wordt getraind”, aldus Oltmans. Hij noemt het “een prettige taak” voor de nog aan te stellen technisch coördinator van de hockeybond om dat te onderzoeken en er eventueel iets aan te veranderen. International Jacques Brinkman heeft al een pleidooi gehouden om het zaalhockey in Nederland weer serieus te gaan nemen. Dat zou, aldus de speler, dé weg zijn om de technische vaardigheden van de hockeyers te verbeteren. Brinkman staat zeker niet alleen in die mening.

Oltmans zegt een fan van het zaalhockey te zijn. “Maar dan wel als serieuze bezigheid en niet alleen als een tussendoortje. Ik heb het zelf met Bloemendaal meegemaakt dat we zaalkampioen van Nederland werden zonder te trainen.” Ook Marc Delissen zou het toejuichen als het zaalhockey nieuw leven zou worden ingeblazen. Hij zou er dan meteen voor pleiten de veldcompetitie van maart tot en met oktober of november te laten verspelen.

Oltmans is het met zijn captain eens dat er bij het nationale team snel versterking nodig is. “We kwamen inderdaad kwaliteit te kort.” Hij vindt dat bepaalde spelers het niveau in Pakistan niet aankonden. Namen of het aantal wil hij niet noemen. Oltmans sluit het niet uit dat hij met de door Delissen genoemde ex-internationals gaat praten. Hij wil echter eerst een evaluatiegesprek over de Pakistan-trip voeren voordat hij daarover een beslissing neemt. Hij heeft binnenkort wel een onderhoud met het duo Bovelander en Van den Honert. “Ik hoop ze zo ver te krijgen dat ze in juni meegaan naar het toernooi om de Champions Trophy in Maleisië. Dat is een belangrijk evenement. En het is lang geleden dat Nederland dat toernooi heeft gewonnen.” Bovelander verwacht echter dat het voor hem moeilijk zal zijn de reis naar Maleisië mee te maken. Hij wil wel, maar denkt in de knoei te komen met zijn studie. Ook Van den Honert kan nog niet precies overzien of hij beschikbaar is. Hij wil eerst van Oltmans horen welk trainingsprogramma er moet worden afgewerkt.

Aanvoerder Marc Delissen vraagt zich af of er in bepaalde perioden niet minder moet worden gedaan met het Nederlands team omdat het volle programma een aantal spelers er mogelijk van weerhoudt bij Oranje mee te doen. Oltmans: “We moeten naar het optimale model voor het Nederlandse hockey zoeken. Als blijkt dat het programma ons te veel kwaliteit kost moeten we maar iets minder hard gaan trainen.”

Bovelander en Van den Honert zijn niet alleen wat betreft het veldspel goed te gebruiken, maar ook bij de strafcorner. Beiden zijn topspecialist. Tijdens de trip door Pakistan liep de corner niet goed. Nederland kreeg gemiddeld acht strafcorners per wedstrijd, maar scoorde daar weinig uit. Oltmans: “En we zijn in Nederland juist gewend dat we vaak door een rake corner in de wedstrijd kunnen groeien.”

Het Nederlands team speelt in mei vier oefenwedstrijden, twee keer tegen Pakistan, tegen Duitsland en Ierland. In juni is er een vierlandentoernooi in Ierland en het al genoemde toernooi om de Champions Trophy in Maleisië.