Groslijst.

Groslijst

Boekenweek-essay Mijn leven zijn leven is een uitgave van de stichting CPNB, en verschijnt in de boekenweek. Prijs ƒ 5,-.

Bomans Dagboek van een gymnasiast. Uitg. de Bijenkorf, 55 blz. Verschijnt in de boekenweek. Prijs ƒ 5,-.

Boekenstad

Groslijst

De jury van de AKO-literatuurprijs heeft het druk. 235 titels dingen dit jaar mee naar de halve ton. In 1992 waren dat er nog 187. Ten opzichte van het jaar daarvoor betekende dat ook weer een stijging, hoewel dat niet in precieze cijfers is te vangen. In 1991 werden namelijk alle ingezonden boeken, zowel fictie als non-fictie, nog in de zogenaamde Groslijst opgenomen. Het jaar daarop werd in de laatste categorie (essays, memoires, reisverhalen) stevig gesnoeid: non-fictie kon alleen nog meedingen op persoonlijke uitnodiging van de jury. Organisatrice Umtul Kiekens had hierdoor een sterke inkrimping van de groslijst verwacht. Die lijst kromp inderdaad, maar met slechts 10 titels (van 197 in 1991 tot 187 in 1992). De Nederlandstalige fictie is in opmars. Daar lijkt het in ieder geval sterk op.

Vergelijk je de AKO-groslijsten van 1991 en 1992 met elkaar, dan blijkt alleen de produktie van Meulenhoff hetzelfde te zijn gebleven. Bij alle andere uitgeverijen is die gegroeid. Nieuwkomer Atlas, afsplitsing van De Arbeiderspers (met medeneming van enkele belangrijke auteurs) debuteerde dit jaar met 9 titels. Aan De Arbeiderspers zelf is dat niet te merken: ook daar steeg het aantal ingezonden titels licht. Ronald Dietz (De Arbeiderspers): “We proberen het accent inderdaad te verleggen naar het Nederlandse fonds. Sinds het bestaan van uitgeverij Atlas met verdubbelde inzet.”

Meer dan verdubbeld is het aantal titels van Querido (gestegen van 9 naar 20) “Een toevalstreffer,” volgens uitgever Alphons Peters, “en zeker geen trend.” Ook de Vlaamse uitgeverij Dedalus (van 5 naar 12 titels) spreekt van "een vruchtbaar jaar' en niet van een stijgende lijn. Het aantal boeken dat dit voorjaar bij Dedalus verschijnt ligt alweer lager dan vorig jaar.

Voor de organisatie van de AKO-Literatuurprijs is er dus geen reden tot bezorgdheid. Ook Henk Kraima van de stichting CPNB zegt: “Het zijn golfbewegingen.” Hem baart het grote aantal kookboeken meer zorgen.

Ondertussen zijn er op verzoek van de AKO-jury 1993 vier nieuwe titels aan de groslijst toegevoegd: van Jana Berenova Nu delen we een groot geheim (Ambo), van Maria Stalie De vlinderplaag (Bert Bakker), van Stephan Sanders Connie Francis of de onschuld van Amerika en van Anil Ramdas De papagaai, de stier en de klimmende bougainvillea (beide verschenen bij de Bezige Bij). Daarmee is de totale aantal op 139 inzendingen gekomen. De jury, onder leiding van Mark Eyskens, maakt eind februari haar eerste selectie bekend.

Boekenweek-essay

Het boekenweek-essay 1993 Mijn leven zijn leven is geschreven door Martin van Amerongen. Het behandelt de genres biografie, autobiografie, hagiografie en "anti-biografie' in 68 pagina's en bevat een omvangrijk personenregister. Het tempo ligt dan ook hoog.

Een waarheidsgetrouwe autobiografie - daar begint Van Amerongen mee - bestaat niet. Hij illustreert dit aan de hand van het "Hollands Dagboek' in de zaterdag-editie van NRC Handelsblad.

“Het blijkt elke keer weer: de Nederlander is de braafste, vlijtigste en meest studieuze mens ter wereld. Hij luncht ten minste één keer per dag met de thesaurier-generaal, na 's avonds een drukbezochte ledenvergadering te hebben toegesproken drinkt hij nog "een goed glas wijn' met zijn toegewijde echtgenote en op het nachtkastje ligt een filosofische studie over een brandende kwestie(-).”

De autobiograaf liegt altijd en het is aan de biograaf dat later weer netjes recht te zetten. Dit moet hij doen, niet als een "documentalist', in een saaie opsomming van feiten, maar in het hartstochtelijk streven een zo compleet mogelijk beeld te geven. Soms wordt de biograaf in dit streven gedwarsboomd door de weduwe van zijn onderwerp. Vooral waar het om de amoreuze kanten van haar man gaat, is ze moeilijk van het nut van publikatie te overtuigen. Van Amerongen: “Dus zit zij met haar onbestorven achterwerk op de documenten en maakt stampei.”

In Mijn leven zijn leven komt een groot aantal titels en namen voorbij. Zoveel zelfs dat het betoog er af en toe door ondersneeuwt. De auteur zelf heeft daar geen last van. Op de laatste pagina meldt hij alleen die egodocumenten te hebben behandeld, te hebben kunnen behandelen, die zijn "persoonlijke interesse hebben'. Nog een geluk.

Mijn leven zijn leven is een uitgave van de stichting CPNB, en verschijnt in de boekenweek. Prijs ƒ 5,-.

Bomans

Ook bij de Bijenkorf staat de maand maart in het teken van de biografie. Speciale uitgave is een bundeltje met jeugdherinneringen van Godfried Bomans. “Een dagboek,” zo meldt de achterflap, “dat omstreeks 1931 moet zijn geschreven.”

Mevrouw A.M. Feilzer, Bomans-archivaris, vond de dagboekfragmenten vorig jaar op zolder, in een doos. Het waren losse, genummerde velletjes, met voorop: "Berkenrode, Heemstede. Dagboek van een een gymnasiast.'

Dat maakt de datering, 1931, onwaarschijnlijk. De familie Bomans verhuisde pas in 1933 van Haarlem naar Heemstede. Feilzer: “Dat is bij Godfried Bomans altijd moeilijk te achterhalen. Dat de datum erboven staat, zegt nog niks.' Toch stammen de dagboeken volgens haar wel van voor 1932. “Zijn handschrift ontwikkelt zich in die jaren van kriebelig en schuin - heel erg schools - naar groot en rommelig.”

De opgeschreven herinneringen zijn schetsen, die later onder andere in de Memoires van Mr. Pieter Bas terugkomen. Ook dat vertelt ons de achterflap en ook dat is wat voortvarend. Wie "Pieter Bas' naleest zal er geen van deze fragmenten in terugvinden, hoe hard hij ook zoekt. Mevrouw Feilzer: “Dat komt omdat er nòg een "Pieter Bas' bestaat, een vervolg, dat soberder is geschreven dan deel I.” In dat tweede deel zijn de dagboekfragmenten verwerkt. Hij heeft het alleen, mede op aanraden van vriend en illustrator Harry Prenen, nooit laten publiceren.

Dagboek van een gymnasiast is een bijzonder boekje. De observaties die het bevat zijn heel eenvoudig van stijl. Wel zie je af en toe al voorzichtig experimenteren met de opblaastruc, de kunst van de overdrijving, maar storen doet dat niet.

Het is zonde dat de herinneringen een beetje lui zijn uitgegeven. Een korte inleiding, die de fragmenten in een context had geplaatst, plus een iets minder gemakzuchtige tijds- en plaatsbepaling had het boekje tot een klein sieraad gemaakt.

Dagboek van een gymnasiast. Uitg. de Bijenkorf, 55 blz. Verschijnt in de boekenweek. Prijs ƒ 5,-.

Boekenstad

Bredevoort, een klein stadje in de achterhoek. Het ligt langs de weg van Aalten naar Winterswijk, zo'n vijf kilometer van de Duitse grens. Meer dan achthonderd jaar oud, is het nog steeds een erg mooi, maar kostbaar stadje. Huizen en straten vallen onder beschermd stadsgezicht, vergen intensief onderhoud, en daar staan weinig economische activiteiten tegenover. Zelfs de laatste bakker en slager hebben er, bij gebrek aan klandizie, hun winkeltje moeten verlaten.

Uit dit Bredevoort ontvingen antiquariaten in Nederland en Westfalen vorig jaar een mailing. Bredevoort wordt boekenstad luidde de kop en de boekhandelaren werden erin warm gemaakt voor een vestiging in Bredevoort.

Coördinator Henk Ruessink was op dat idee gekomen naar aanleiding van een artikel van Ed Schilder over Europese boekensteden. Hay-on-Way (Wales), Redu (België), Montolieu (Frankrijk) - het waren allemaal kleine plaatsjes met een min of meer historische achtergrond en ver genoeg van de stedelijke centra gelegen om zich over enige concurentie niet het hoofd te hoeven breken. Dat klonk helemaal als Bredevoort!

Behalve aniquariaten benaderde de vers opgerichte "Stichting Bredevoort Boekenstad' papiermakers, boekbinders, en ambachtelijke drukkers met de hartelijke uitnoging eens hun kant op te komen.

Volgens Ruessink hebben zich nu, zo'n vier maanden later, meer dan zeventig belangstellenden gemeld. “Niet allemaal even serieus natuurlijk,” voegt hij daaraan toe, maar voor de opening, in het najaar van 1993, weet hij zich in ieder geval al verzekerd van vier vaste vestigingen. Een daarvan is antiquariaat Het oplettende lezertje uit Amsterdam.