Geniaal verdwijnende lichamen; Begin en einde van choreografieen

Er zijn lichamen. Ze behoren toe aan mensen met zorgen, kwalen en liefdesproblemen - maar die hebben zich voorgenomen om gedurende de vierentwintig minuten die de choreografie Crossing the Border van Ted Brandsen duurt alleen maar lichaam te zijn, lichaam in beweging.

Crossing the Border is nog op 19, 20, 23 en 25 febr te zien in het Muziektheater Amsterdam.

Vorige week stond er een kort interview met choreograaf Ted Brandsen in het Cultureel Supplement, gemaakt door Pieter Kottman. Brandsen spreekt gedenkwaardige, maar tergende woorden: "De vraag waarom een choreografie is zoals zij is, betekent voor mij sowieso dat ik fout zit'.

Ik heb zijn ballet, Crossing the Border, inmiddels gezien. Het wordt gedanst door het Nationale Ballet, in een schitterend programma met choreografieën van Balanchine en Martha Graham. Het ballet van Brandsen is indrukwekkend, bezwerend, nu en dan geestig en nogal enerverend. Dat zijn bijvoeglijke naamwoorden. Ze geven geen enkele indruk van wat er nu te zien en te horen is geweest. Balletbesprekingen schrijven lijkt me even moeilijk als wolken recenseren.

Zestien dansers en danseressen hebben op het immense en vaak spaarzaam belichte toneel van het Muziektheater bewogen. Ze kwamen op omdat de muziek begon te klinken. De muziek begont te klinken omdat de dirigent was opgekomen. De dirigent was opgekomen omdat hij een cue had gekregen. "Aanvang'. Die cue had hij gekregen omdat het publiek plaats had genomen.

Niets ontstaat zozeer uit het niets als muziek en ballet.

Er wordt met de eerste noten van een muziekstuk dat je nog nooit hebt gehoord op geen enkele aanwezige realiteit voortgeborduurd. Het zijn de eerste noten, ze klinken zonder enig verband met wat er voor ze klonk. Natuurlijk begint ook een toneelstuk min of meer ongevraagd, maar de eerste zinnen zetten je over het algemeen ogenblikkelijk aan het peinzen over een mogelijke voorgeschiedenis: wie is wie, waarom is dit personage in deze ruimte, waar kwam hij vandaan, op wie wacht hij, waar is die nu, wat is het plan? Er zijn toneelschrijvers die al dit soort vragen naar de "realiteit' hebben willen omzeilen, door duidelijk te maken dat de personages op het toneel staan omdat er nu eenmaal een toneel is (Becketts Wachten op Godot is van deze poging een eerste voorbeeld), maar toch, deze personages spreken, en zij doen dat in dezelfde taal als wij. We kijken hoe dan ook naar mensen die met één been in onze realiteit staan; we zouden ze zelfs kunnen antwoorden.

Aanvang

In het Muziektheater, waar Crossing the Border werd gedanst, zat ik nogal terzijde, op het balkon, en daardoor kon ik mooi de orkestbak in kijken. Daar bevonden zich musici en instrumenten. Alles was er dus al, alles wat in werking gesteld moest worden, en er heerste de kantine-achtige, verstrooide sfeer in afwachting van het teken van de dirigent, en na dat teken zou het er niet meer toe doen of de altviolist in scheiding lag, of de contrabassist tegen een griepje vocht, of de dirigent eigenlijk een iets te hoge hypotheek was aangegaan: er zou iets helemaal bij het begin beginnen, bij de allereerste noot die domweg niet bestond voor hij klonk, en die daarna alleen nog maar gevolgen zou hebben, in de vorm van volgende noten, in de vorm vooral van: ritme.

En precies zoals de muziek om zo te zeggen onveroorzaakt was, nergens vandaan kwam, zo begon ook het ballet om geen enkele andere reden dan omdat de eerste stap gezet zou worden.

Muziek en ballet verwekken zich zelf, daar komt het, geloof ik, op neer. Ze stellen ons, om te beginnen, voor het raadsel van de aanvang. Er is vast geen taal ter wereld die zo'n mooi woord voor "begin' heeft als het Nederlands, of het moet eventueel het Duits zijn. Aanvang. Alsof er hoe dan ook ergens iets zweeft dat alleen maar gevangen hoeft te worden.

De mooiste aanvang van de balletgeschiedenis is misschien wel die van Hans van Manens Adagio Hammerklavier. Je ziet de dansers opgesteld in paren. Ze zijn zonder muziek opgekomen. Ze hebben zich opgesteld en zijn, zo maken ons we sterk, van iets in afwachting. Je ziet de piano. Je realiseert je de pianist. Ook in afwachting. Misschien weet je van te voren dat Beethovens zeer langzame, zeer schrijdende adagio gespeeld zal worden uit de Hammerklaviersonate. Maar het zijn de dansers die de eerste pas zetten - nog voor het eerste akkoord op de toetsen is gelegd. Dat akkoord ontstaat uit die zeldzaam voorzichtige, geen enkele volgende pas belovende eerste voetbeweging.

Dit begin geeft je de indruk van hoe het was om als eerste schepsel voet op aarde te zetten; deze pas was voor het ballet wat de hand van God voor de Sixtijnse kapel is: een poging om iets nog niet begonnen te laten zijn.

Het raadsel van de aanvang is een dagelijks raadsel. Ik begrijp ook na veertig jaar nachtrust nog altijd niet wat mij 's morgens precies m'n bewustzijn hergeeft. Ik heb van m'n kinderen hun allereerste glimlach nooit begrepen - waarom toen, waarom glimlach, waarom de zekerheid dat toen hun bewustzijn werd gewekt. Ik begrijp nooit waarom ik soms plotseling naar de stilte van het huis begin te luisteren terwijl ik urenlang, omdat ik aan het werk was, naar het computerscherm aan het kijken was.

Liefde voor ballet en voor muziek hangt samen met het verlangen iets mee te maken dat zonder zich te verontschuldigen zomaar zegt: nu begint het. Er zijn lichamen. Zij behoren toe aan mensen met zorgen, kwalen en liefdesproblemen - maar die hebben zich voorgenomen om gedurende de vierentwintig minuten die Crossing the Border van de componist Steve Martland duurt alleen maar lichaam te zijn, lichaam in beweging.

Coulissen

Het ballet van Ted Brandsen eindigt met een achterdoek dat omhoog gaat, en een nieuwe, zeer diepe ruimte belooft. Het is daar aardedonker. De muziek is op een denderende, hardnekkige manier zeer meeslepend geweest en wenst nu te kalmeren, uit te stromen in een akkoord dat je al vaak gehoord hebt, maar dat steeds maar niet het slotakkoord kon zijn. Het is op het toneel achter het toneel werkelijk buitengewoon donker. Alle dansers, op een na, bewegen zich naar die nieuwe ruimte, en verdwijnen daarin. De achtergebleven danseres draait zich om en kijkt de zaal in. Er wordt door de dansers van Brandsen in dit ballet de zaal in gekeken, niet naar een horizon van spiegels gestaard. De danseres doet een paar stappen naar voren en gebaart tegen het orkest dat het nu uit is. Het orkest houdt prompt op.

Even vreemd als het begin van muziek of ballet, maar onheilspellender, is het feit dat iets kan aflopen. Meestal verdwijnen dansers in coulissen. Er is geen kunstvorm zo geniaal in het laten verdwijnen van lichamen als ballet. Nu keken we met z'n allen een gapende reuzecoulisse in, en naar de verdwijnende ruggen van zeventien dansers. Ze overschreden de grens die even onbegrijpelijk was als die welke ze hadden overschreden door, in het begin, zo ongevraagd op het toneel te gaan staan om in beweging te geraken.

Men verdween, iemand bleef achter om er eigenhandig een eind aan te maken. Dat is het rare van ballet: het einde maakt je altijd melancholisch omdat het je herinnert aan de eindigheid van alles: maar dat het nu, in deze zaal, eindigt komt doordat het door iemand bedacht is, die begreep dat het nu welletjes was.

Ik vroeg me af wat me zo aangreep. Voor een recensent moet het moeilijk zijn om nu niet toe te geven aan de verleiding om het ballet alsnog een diepere betekenis te geven, om met terugwerkende kracht het begin van een mooie, grondige oorzaak te voorzien, en het einde van een zingevende, zwiepende bedoeling, en het tussenliggende van een psychologisch getinte strekking.

Het was in ieder geval niet helemaal te harden. Misschien ook wel omdat ik voor het eerst mijn kinderen mee naar ballet had genomen, en ik me realiseerde dat zij meteen de eerste de beste keer te zien hadden gekregen dat het mooiste kennelijk het vanzelfsprekendste is. Die dansers moesten toch ergens verdwijnen? En waar anders heen dan in het niets? Als iets begonnen is dan moet het toch ook eindigen?