Geen enkele EG-lidstaat voldoet aan EMU-norm

Geen enkel EG-land voldoet volgens schattingen van de Europese Commissie begin 1993 aan de begrotingscriteria die zijn gesteld voor deelname aan de toekomstige Economische en Monetaire Unie (EMU). Volgens het verdrag van Maastricht (dat door Denemarken en Groot-Brittannië nog moet worden geratificeerd) moeten de staatsfinanciën van een land op orde zijn, wil het zich eind 1996 of eind 1998 kwalificeren voor de stap naar een gemeenschappelijke munt.

De criteria hiervoor zijn dat het financieringstekort van de totale overheid (lokaal en nationaal) maximaal 3 procent van het bruto binnenlands produkt (BBP) en de omvang van de staatsschuld maximaal 60 procent van het BBP bedragen.

Als gevolg van de economische stagnatie sinds 1990 en de politieke onwil om in een tegenzittende conjunctuur door te gaan met bezuinigingen, is de "convergentie', het streven om de financieel-economische prestaties van de EG-landen naar elkaar toe te laten groeien, bezig te mislukken. Wat de overheidsfinanciën betreft, groeien landen juist uit elkaar met grotere tekorten. Met het oog hierop hebben de EG-ministers van financiën begin deze week gesproken over de wenselijkheid om de streefdatum voor het bereiken van de EMU-criteria een jaar op te schuiven.

De tabel geeft de verschuiving van de posities van de EG-landen weer tussen 1990 en 1993 met betrekking tot hun financieringstekort (schaal links) en staatsschuld (schaal beneden). Het donkere blok geeft het gebied aan dat voldoet aan de EMU-criteria. Hieruit blijkt dat het financieringstekort in landen die in 1990 nog voldeden - Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk - boven de EMU-norm is gekomen. Nederland heeft tussen 1990 en 1993 het financieringstekort verminderd, maar kampt met een nog steeds groeiende omvang van de staatsschuld.

Niet opgenomen in de tabel zijn Luxemburg (in verband met de monetaire unie met België) en Griekenland.