Erger vee dan mensen is in de kosmos niet te vinden; Stanislaw Ignacy Witkiewicz en de vraatzuchtige verveling

De Pool Stanislaw Ignacy Witkiewicz was schrijver, schilder, filosoof, kunsttheoreticus en fotograaf. Maar wie zich hierbij een bleekneuzige brillemans voorstelt, heeft het bij het verkeerde eind. Onverzadigbaarheid is niet alleen de titel van zijn onlangs vertaalde roman, maar is ook een treffende omschrijving van zijn persoonlijkheid. “Witkiewicz werd tijdens zijn leven vaak bestempeld als excentriekeling, grafomaan, alcoholist, narcomaan, ja zelfs als erotomaan en gevaarlijk hypnotiseur.”

Onverzadigbaarheid heet de roman van Stanislaw Ignacy Witkiewicz (1885-1939) die zojuist in Nederlandse vertaling is verschenen. En dat ene woord is ook meteen de treffendste omschrijving van een zijn persoonlijkheid en zijn oeuvre. De Poolse schrijver, schilder, filosoof, kunsttheoreticus en fotograaf heeft de wereld vier lijvige romans nagelaten, meer dan dertig toneelstukken, drie boeken over esthetiek en een originele kunsttheorie, twee bundels met essays, honderden artikelen, vier boekdelen filosofische geschriften met een volledig ontologisch systeem (een "biologisch monadisme'), duizenden brieven, tientallen schilderijen, ongeveer drieduizend portretten, ontelbare tekeningen en schetsen en meer dan vijftienhonderd foto's. Maar wie zich na deze opsomming een bleekneuzige brillemans voorstelt, heeft het bij het verkeerde eind. Zelden zal een flamboyanter, geestiger, aangrijpender en tragischer personage door de straten van het in dit opzicht toch redelijk verwende Zakopane hebben gelopen om alle honden die hij tegenkwam van hun leiband te verlossen. Net als Genezyp Kapen, de hoofdfiguur van Onverzadigbaarheid, verdroeg hij geen onvrijheid.

In Polen wordt Witkiewicz vaak in een adem genoemd met Bruno Schulz en Witold Grombrowicz, niet omdat hun geschriften zoveel gelijkenis vertonen, maar omdat ze inmiddels worden beschouwd als de interessantste Poolse schrijvers van deze eeuw. Opvallend is dat de drie pas erkenning kregen toen ze gestorven waren of hun vaderland de rug toe hadden gekeerd. Schulz en Gombrowicz zijn sinds geruime tijd in het Nederlands vertaald, maar Witkiewicz was tot voor kort nog steeds een grote onbekende. Er werden een paar toneelstukken van hem opgevoerd, maar daar is het bij gebleven. Ik kan me niet herinneren dat de Nederlandse vertalingen van deze stukken in boekvorm zijn gepubliceerd.

Je hoeft de Nederlandse vertaling van Onverzadigbaarheid maar op een willekeurige bladzijde open te slaan om te begrijpen waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De bizarre stijl, het exuberante taalgebruik vol neologismen, de ellenlange uitweidingen "in de kantlijn' en het ironisch commentaar grijpen de lezer bijna letterlijk naar de keel. Schuttingtaal en filosofische termen staan ongedwongen naast elkaar en gedachtengangen worden achteloos onderbroken met de belofte dat ze later weer zullen worden opgevat. Maar daar komt meestal niet veel van terecht. "Pantagruelesk', zegt vertaler Karol Lesman in zijn nawoord en dat zal hij in alle opzichten aan den lijve hebben ondervonden. Van een schrijver die op zijn achtste Maeterlinck, Gogol en Shakespeare pasticheerde in toneelstukjes, kun je wel het een en ander verwachten.

Narcomaan

Schrijver, schilder, filosoof, kunsttheoreticus en fotograaf, een indrukwekkend rijtje. Vreemd genoeg werd Witkiewicz tijdens zijn leven vaker bestempeld als excentriekeling, grafomaan, alcoholist, narcomaan, ja zelfs erotomaan en gevaarlijk hypnotiseur. Zijn provocerend gedrag, zijn extravagante uitlatingen en zijn venijnige polemieken, die overigens van een groot gevoel voor humor getuigden, resulteerden in een legende die zijn tijdgenoten belette hem naar waarde te schatten.

Toch is het juist Witkiewicz' persoonlijkheid, zijn ongenadige intelligentie, zijn moed en zijn onverzettelijkheid, die hem zo boeiend en aantrekkelijk maken. Dat verklaart ook waarom de "loge van Witkacologen' die hem in de jaren zestig eerst in Polen en al snel ook in het buitenland "herontdekte', inmiddels is uitgegroeid tot een klein leger. Op gevaar af hen te krenken, geloof ik dat deze menselijke, en dus universele, kant van zijn werk belangrijker is dan de artistieke verdienste ervan.

Stanislaw Ignacy Witkiewicz was de zoon van Stanislaw Witkiewicz, een in zijn tijd bekend criticus, schilder en schrijver. Vader Witkiewicz beschouwde de school als een keurslijf dat de ontluikende persoonlijkheid van zijn zoon in de kiem zou smoren en hield hem thuis. Zo groeide hij op in de artistiek-intellectuele sfeer van Huize Witkiewicz in Zakopane. Hij tekende vanaf zijn tweede, speelde piano vanaf zijn vierde en schreef toneelstukken vanaf zijn achtste. Op zijn veertiende kreeg hij van zijn vader een fototoestel - wat het begin was van een levenslange passie voor fotografie. Op zijn zeventiende schreef hij zijn eerste filosofische verhandelingen en toen hij voor zijn eindexamen was geslaagd, studeerde hij een jaar lang hogere wiskunde.

De eerste barsten in het bolwerk van zijn opvoeding verschenen toen de jonge Stas zich onder hevig protest van zijn vader besloot in te schrijven aan de Kunstacademie in Krakau. Hij reisde naar Parijs, raakte onder indruk van Picasso, Braque en Gauguin en maakte kennis met veelbelovende leeftijdgenoten als componist Karol Szymanowski, antropoloog Bronislaw Malinowski en schilder Leon Chwistek. In deze tijd begon hij een jarenlange en slopende verhouding met Irene Solska, een tien jaar oudere actrice die in zijn latere werk steeds opduikt als de "demonische vrouw'.

Catastrofisme

Op zijn zesentwintigste brak Witkiewicz zijn studie af. Hij onderging tegen wil en dank en als gevolg van ernstige depressies een psycho-analytische behandeling en om alles van zich af te zetten vertrok hij in juni 1914 met Malinowski op ontdekkingsreis naar Nieuw Guinea. Bij het nieuws dat er in Europa oorlog was uitgebroken, keerde hij terug om zich in Sint-Petersburg aan te melden bij het Russische leger, alweer tegen de wil van zijn vader. Na een versnelde officiersopleiding werd hij ingedeeld in het elitaire Pavlovski-regiment, waar in februari 1917 de Revolutie begon.

Later verwees hij naar deze periode als de verschrikkelijkste jaren van zijn leven en hoewel er weinig over zijn doen en laten bekend is, wordt aangenomen dat zijn ervaringen tijdens de oorlog en de revolutie een onuitwisbaar stempel hebben gedrukt op zijn werk en zijn opvattingen. Misschien waren ze wel de belangrijkste voedingsbodem voor zijn cultuurpessimisme.

Witkiewicz werkte niet uit artistieke overtuiging, maar eerder uit "metafysische noodzaak'. En dat is meteen de kern van zijn werk en leven: uit van het besef dat het raadsel van het "Afzonderlijke Bestaan' van de mens onverenigbaar was met het "Oneindige Zijn'. Witkiewicz leefde voortdurend in de greep van een metafysische angst die hij tegelijkertijd zag als het hoogste goed, omdat het de enige wezenlijke beleving was, de enige bescherming tegen de vraatzuchtige verveling. Zelf zag hij zich in de eerste plaats als filosoof. Hij begreep niet hoe je je als mens serieus met iets anders kon bezig houden dan met de fundamentele kwesties van het bestaan.

Witkacy

Na zijn terugkeer uit Sint-Petersburg maakt Witkiewicz een paar uiterst creatieve jaren door. Hij publiceert de Nieuwe Vormen in de Kunst waarin hij zijn theorie over de Zuivere Vorm uiteenzet. Deze komt er op neer dat in een geautomatiseerde samenleving die elk metafysisch besef dreigt te verliezen de kunst de enige hoop is. In de vorige eeuwen was de godsdienst al weggerationaliseerd en de filosofie volledig vastgelopen. Nu ook de kunst wordt bedreigd is haar enige redding de Zuivere Vorm. Deze kan haar bevrijden van het harnas van de werkelijkheid.

In deze tijd schildert Witkiewicz intensief en schrijft hij meer dan dertig toneelstukken. In deze stukken past hij zijn theorie toe door de conventionele psychologie van het menselijk handelen overboord te gooien en zo "metafysische spanningen' te scheppen. Wie ooit een behoorlijke opvoering van een van Witkiewicz' toneelstukken heeft gezien, begrijpt dat hij voorliep op het absurde theater van Ionesco en Beckett. Om zich te distantiëren van zijn inmiddels overleden vader, tekent hij zijn werk nu met "Witkacy'.

En dan komt het keerpunt. Omstreeks 1925 verklaart hij dat hij er niet in is geslaagd de Zuivere Vorm toe te passen in zijn werk en dat hij als kunstenaar heeft afgedaan. Hij geeft het "serieus' schilderen op en stopt met het schrijven van toneelstukken. Voortaan zal hij zich alleen bezig houden met het schrijven van romans, die hij niet als een kunstvorm beschouwt, maar als een "zak waar je alles in kan stoppen'. Om in zijn levensonderhoud te voorzien richt hij onder het motto "De klant moet tevreden zijn. Misverstanden zijn uitgesloten' een portrettenfirma op. Het is een cynische speling van het lot dat zijn latere faam vooral gemaakt zal worden door zijn romans en zijn portretten, waaraan hij geen enkele artistieke waarde hechtte.

Uit deze jaren vol druk en bont gezelschapsleven dateren de talloze "schandalige' anekdotes over orgieën en experimenten met verdovende middelen (vooral peyotl en mescaline) die Witkacy doelbewust als "geestverruimende middelen' uitprobeerde. Wie een portret bij hem bestelde had de keus uit een "gladde' of een "demonische' versie, geschilderd onder invloed van verdovende middelen. De ingenomen hoeveelheid werd keurig opgetekend op het doek, naast de handtekening van de schilder. Witkacy stond bekend om het terstond bedenken en ensceneren van kluchtige situaties. Er bestaan hele series foto's waarop hij en zijn vrienden poseren in malle houdingen en potsierlijke kledij, maar ze werken niet onverdeeld op de lachspieren.

Zijn "practical jokes' en provocerend gedrag moesten duidelijk de eenzaamheid verhullen van een man die zijn verbeten visie tot het tragische uiterste had doorgevoerd en zichzelf daarom als kunstenaar het zwijgen had opgelegd. Naar het schijnt had hij de gewoonte om tegen het vallen van de avond met de honden uit de buurt op een heuveltje te gaan zitten janken. Uitgeput en lijkbleek keerde hij na zo'n bijeenkomst naar huis.

Titanisch

Zijn lijvige romans Afscheid aan de herfst (1927) en Onverzadigbaarheid (1930) zijn vrij snel achter elkaar verschenen. In Onverzadigbaarheid staat een Europa van de toekomst op het punt te bezwijken voor een invasie van "Chinese communisten' die onder leiding van Murti Bing de mensheid met pillen van haar angsten willen verlossen om haar onder te dompelen in een grauwe sleur van gelukzalige verveling.

"Beestachtige stompzinnigheid' is het gelag dat voor sociale vooruitgang wordt betaald, zo luidt de boodschap. In Polen probeert de allerlaatste individualist, de titanische generaal kwartiermeester Kocmoluchowicz, de aanvaller buiten de grenzen te houden. Dit zijn de omstandigheden waarin de jonge Genezyp Kapen (een Poolse schrijfwijze van het "Franse' “je ne "zipe' qu'à peine” - ik adem nauwelijks, ik ben op sterven na dood) een metafysische onverzadigbaarheid in zich voelt ontwaken, die hem regelrecht naar de waanzin voert. Hij breekt met zijn vader en diens bierbrouwerij en verbindt zijn lot met dat van Kochmoluwicz. Wanneer Murti Bing de eindzege behaalt, wordt de allerlaatste individualist onthoofd en verandert "Zyppie' in een "krankzinnige en gematigde catatonist'. De massa heeft het eerst vooral seksueel zwaar te verduren onder het nieuwe bewind van Murti Bing, maar “de nieuwe mensjes raakten relatief snel (binnen twee maanden) gewend, want erger vee dan mensen is er waarschijnlijk in de hele kosmos niet te vinden.”

Onverzadigbaarheid speelt in een op dat moment verre toekomst (ons heden!), maar geeft eerder een verwrongen beeld van de Poolse vooroorlogse samenleving. Voor Kocmoluchowicz heeft de nationale held/dictator Josef Pilsudski model gestaan. Volgens Witkacy is het boek een metafysische roman, zoals er, alweer volgens hem, geen andere te vinden zijn in de wereldliteratuur. Alles is doordrongen van de grootsheid en de gruwel van het bestaan. De onbelangrijkste gebeurtenissen krijgen een vreemde, onverklaarbare dimensie. De beschrijvingen van gevoelens, van vervoering tot afgrijzen, worden gecondenseerd tot een lucide waanzin.

De meeste lezers zullen hieruit misschien afleiden dat ze zich niet op vermakelijke lectuur hoeven te verheugen. Maar het tegendeel is waar. De uitbundige taal, door Lesman met zwier weergegeven, en de groteske personages zijn ondanks hun tragische geladenheid even tandenknarsend komisch als Witkacy zo vaak tijdens zijn leven is geweest. Witkacy was een fenomeen en Onverzadigbaarheid is een fenomenaal boek.

Enige uitweg

Tien jaar na het verschijnen van zijn boek, op een mooie Poolse herfstdag, slikte Witkacy een flinke dosis slaapmiddelen en sneed hij zijn polsen open. Het was de dag waarop het Rode Leger en Duitsland zijn land binnenvielen. Jarenlang had hij geworsteld met zijn metafysische onverzadigbaarheid, maar nu zijn visioenen over "de geautomatiseerde samenleving' te nabij kwamen, koos hij voor "de enige uitweg'. Je kunt beter eindigen in schitterende waanzin dan wegteren in een grijze en saaie banaliteit, placht hij te zeggen.

De grimmige humor die Witkacy tijdens zijn leven zo veel vijanden opleverde, bleef hem ook na zijn dood parten spelen. Hij werd begraven in Jeziory, het dorp waar hij was beland op zijn vlucht voor de Duitsers. Alleen een slordige gedenkplaat getuigde er van zijn aanwezigheid. Jaren later, toen zijn roem ver buiten de grenzen van zijn geboorteland reikte, besloten de Poolse autoriteiten in 1988 het stoffelijk overschot van de inmiddels tot "geniaal' bevorderde auteur naar huis te halen om hem naast zijn moeder in Zakopane te begraven. Boze tongen beweerden dat het vooral een politieke zet was om de het regime vijandig gezinde publieke opinie te paaien. Er zal wel wat van waar zijn geweest, want geen van de gevestigde Witkacy-kenners werd meegevraagd op de in allerijl georganiseerde expeditie. Voor de enige man die precies wist waar het graf van Witkacy lag, was geen plaatsje meer vrij in de auto naar het inmiddels in Oekraïne gelegen Jeziory.

Omdat de "begrafenisplechtigheid' in Zakopane al was voorzien, verdeden de Oekraïense en Poolse "deskundigen' geen kostbare tijd met onderzoek. Na anderhalve meter graven onder de gedenkplaat, vond ze een keurig geraamte met een nog puntgaaf gebit. Dat was genoeg. Witkiewicz werd na een ontroerende ceremonie ter vaderlandse aarde besteld.

De herrie begon pas toen de echte Witkiewicz-kenners de foto's van de opgraving in handen kregen en verbaasd opmerkten dat Witkacy aan paradontose leed en altijd een notoir slecht gebit had gehad. De foto's verdwenen en de zaak werd min of meer in de doofpot gestopt, uit hoofde van de "symbolische waarde' van het hele gebeuren.

Het is een absurde gedachte dat in het graf van de "allerlaatste individualist', die zijn leven lang ten strijde is getrokken tegen het visioen van de "grijze massa', een Oekraïense boer ligt te grijnzen.