Draaien en lassen (4)

De jarige Jan Driessen van VMF Stork trakteerde op lekkere appelflappen. Een vakbondsonderhandelaar zette "Lang zal hij leven' in. En weldra klonk eendrachtige samenzang. "Hiep, hiep, hiep: Hoera.' (bis)

Het was het enige moment gisteren in de vierde onderhandelingsronde over de CAO voor de metaal- en elektrotechnische industrie waarop werkgevers en werknemers elkaar echt vonden. Zelfs de kinderopvang hield de partijen verdeeld. De vakbonden willen, in verband met de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, de subsidieregeling laten gelden voor alle werknemers. De werkgevers (FME) zijn daar tegen. “We zijn bang dat we dan de kinderopvang in andere bedrijfstakken subsidiëren: onze mannen blijven thuis en hun vrouwen nemen elders een baantje. Nee, daar beginnen we niet aan”, zegt Hans van den Akker, die de FME-delegatie aanvoert.

Onderhandeld werd er, wederom, nauwelijks. Driekwart van de tijd (zeven uur) ging gisteren heen met schorsingen. Men zette de belangrijkste verlangens nog eens op een rijtje, waarbij opviel dat volledige WAO-reparatie niet meer de allerhoogste prioriteit van de bonden geniet. Als er op de andere "hangpunten' (VUT, ziekteverzuim en loon) goede afspraken in het verschiet liggen, zullen ze de CAO niet laten afspringen op het ontbreken van een collectieve regeling voor compensatie van verlaagde WAO-uitkeringen, zo viel in bondskringen te beluisteren.

Ten minste twee overwegingen lijken daarbij een rol te spelen. In de eerste plaats wordt langzamerhand duidelijk dat het volledig dichten van het WAO-gat zó kostbaar wordt, dat het vrijwel alle financiële ruimte voor andere vakbondseisen opslorpt. En in de tweede plaats wordt ernstig getwijfeld over het inzetten van het uiterste middel - staken - tegen de “botte afwijzing” door werkgevers van enige collectieve regeling ter WAO-reparatie. “De omstandigheden om actie te voeren zijn nooit goed, maar dit jaar zijn ze slechter dan ooit te voren”, merkte Nico Broers van de Industriebond FNV na afloop op.

CAO-overleg gaat vaak gepaard met rekenfoefjes. Zo ook gisteren. Enige goede sier maakten de onderhandelaars over overeenstemmming over 1.500 tot 2.000 opleidingsplaatsen voor lassers en plaatwerkers en bijna overeenstemming over eenzelfde aantal werkervaringsplaatsen voor het tijdelijk in dienst nemen van werkzoekenden. Kosten: circa 25 miljoen gulden, wat neerkomt op 0,25 procent van de totale loonsom.

Voor de bonden was dit glorende "participatie-akkoord' aanleiding de looneis alvast met 0,25 procent te verlagen. Maar er werd niet bij verteld dat de opleidings- en werkervaringsplaatsen worden uitgesmeerd over drie jaar en dat de kosten voor het overgrote deel worden bestreden uit de overreserves van het opleidingsfonds van de bedrijfstak. Kortom: het kost de FME vrijwel niets extra's en toch is er al wat van de looneis afgeknabbeld. (De vorige afleveringen stonden op 2, 5 en 12 februari in de krant)