Dichten WAO-gat kost metaal 2 pct loon

ZOETERMEER, 19 FEBR. Collectieve compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen kost in de metaal- en elektrotechnische industrie meer dan 2 procent van het totale salaris. Dit blijkt uit berekeningen die het pensioenfonds in de bedrijfstak heeft gemaakt.

De uitkomst betekent dat collectieve en volledige reparatie van het WAO-gat er voor de werknemers in de grootmetaal waarschijnlijk niet in zit. “De percentages worden zo hoog, dat je het in goed fatsoen niet aan de werknemers kunt vragen”, aldus onderhandelaar N. Broers van de Industriebond FNV gisteren na afloop van de vierde ronde in het overleg over een nieuwe CAO voor de 200.000 werknemers in deze sector.

De berekeningen zijn gisteren in het CAO-overleg niet aan de orde geweest, omdat ze nog niet volledig waren. Ze hebben betrekking op de variant waarin de verlaagde WAO-uitkeringen worden aangevuld tot het oude peil (70 procent van het laatste verdiende loon) via een collectieve regeling bij het bedrijfstakpensioenfonds.

De bonden hebben ook de variant laten onderzoeken waarin de verlaagde WAO-uitkering wordt aangevuld met een invaliditeitspensioen van 15 procent van het WAO-loon. Deze formule kost bijna 1 procent van het totale salaris, zo is vanmorgen desgevraagd bevestigd, maar ze voorziet niet in volledige compensatie van het WAO-gat.

De vakbonden verlangen dat de werkgevers meewerken aan de WAO-reparatie, maar voorzitter J.L. van den Akker van de metaalwerkgevers (FME) herhaalde gisteren dat daarvan geen sprake kan zijn. “Wij zijn faliekant tegen een collectieve regeling die werknemers en werkgevers in deze verplichtingen oplegt.”

Broers zei verder dat de bonden bereid zijn de "loonruimte' in de discussie over de WAO te betrekken. Tot dusver gingen de bonden ervan uit dat het dichten van het WAO-gat kon worden betaald uit besparingen op ziekteverzuim en de verwachte daling van de WAO-premie. Maar ook deze suggestie wezen de werkgevers af. “Zelfs als de bonden met hun looneis op de nullijn gaan zitten, werken we niet mee aan collectieve reparatie”, aldus Van den Akker.

Over de aanpak van het ziekteverzuim, de aanpassing van de VUT en de lonen liggen de standpunten volgens Van den Akker en Broers eveneens “mijlenver” uiteen. “We doen volgende week nog een poging, maar we zijn niet hoopvol. Als de FME niet in beweging komt, hebben we een fors probleem”, aldus Broers.