Dagboek van een fictieve Einstein; Terugdenken aan de toekomst

Alan Lightman: Einsteins dromen. Vert. Barbara de Lange. Uitg. Meulenhoff, 106 blz. Prijs ƒ 24,50

In 1905 ontvouwde Einstein, die toen medewerker was van het octrooibureau in Bern, zijn ideeën over wat later bekend zou worden als de speciale relativiteitstheorie. Centraal hierin stonden de begrippen tijd, ruimte en lichtsnelheid. Met die lichtsnelheid was iets aan de hand, ze bleek namelijk niet optelbaar bij andere snelheden. Een bekend voorbeeld is, dat als je in een trein reist die 100 km. per uur aflegt, en je loopt in die trein met een snelheid van 5 km. door het gangpad naar voren, dat je je dan verplaatst ten opzichte van de aarde met een snelheid van 105 km. per uur. Maar als je dan ook nog een zaklantaarn opsteekt, dan kun je niet zeggen dat nu ook de snelheid van het licht dat uit deze lantaarn komt met 105 km. per uur vermeerderd is. Die snelheid blijft gelijk. Het doet er niet toe of de lichtbron in rust is of zich met onbepaalde snelheid voortbeweegt, want sneller dan het licht kan nu eenmaal niet.

De absoluutheid van de lichtsnelheid heeft volgens Einstein ook consequenties voor het begrijpen van tijd en ruimte, die hij als één enkelvoudig begrip definieerde: de ruimtetijd. In deze ruimtetijd valt elke gebeurtenis te beschrijven met behulp van vier coördinaten, drie voor de ruimte en een voor de tijd. Die coördinaten staan niet vast, dat wil zeggen dat een ieder ze, vanuit zijn standpunt, vrijelijk kan bepalen. En dat is wel belangrijk, omdat, anders dan de lichtsnelheid, de tijd niet absoluut is, zodat men kan zeggen dat iedereen als het ware zijn eigen klok heeft. Heel verrassend is namelijk dat klokken, maar ook biologische processen, in een bewegende ruimte langzamer lopen of verlopen. Als je na een verre vliegreis thuiskomt loopt je horloge dus niet alleen achter bij dat van je tweelingbroer, maar ben je ook een beetje jonger geworden dan hij is.

Het zijn moeilijke en vooral ook raadselachtige zaken, en men kan zich voorstellen dat Einstein in 1905, toen hij tot zijn inzichten kwam, ook wel zal hebben zitten mijmeren over de consequenties van zijn denken over de tijd voor het leven van alledag. In ieder geval is de Amerikaanse fysicus Alan Lightman, die verbonden is aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), in de huid gekropen van de Einstein uit 1905 en heeft deze "dromen van Einstein' opnieuw beleefd. Het aardige van zijn boekje Einsteins dromen is, dat er niet alleen geen formule in voorkomt (het wordt niet voor niets aangekondigd als een roman, hoewel, roman...), maar dat de taal ook van een uiterste eenvoud is. Het verhaal heeft de vorm van een dagboek. De fictieve Einstein schetst van 14 april 1905 tot eind juni een aantal korte gedachten of dagdromerijen die allemaal spelen met de tijd, en met de gevolgen die een veranderde tijd op ons leven zou hebben. Het begint zo: "Stel, de tijd is een cirkel, in zichzelf gekromd. De wereld herhaalt zichzelf exact, eindeloos. (...) In de wereld waarin de tijd een cirkel is, zal iedere handdruk, iedere kus, iedere geboorte en ieder woord exact worden herhaald.' Hier lijkt het of "Einstein' een knipoog geeft aan Nietzsche, omdat we zonder veel moeite het thema van diens "ewige Wiederkehr' herkennen. Een gedachte die veel kunstenaars heeft geïnspireerd en die ook weer is terug te vinden als uitgangspunt voor Kundera's De ondragelijke lichtheid van het bestaan.

"Stel dat', of "laten we uitgaan van...' zijn steeds de voorstellen die Lightman doet om ons wakker te schudden en ons mee te nemen op een verkenningstocht in een wereld waarin de tijd zich niet gedraagt zoals wij dat gewend zijn. Er is bij voorbeeld geen toekomst, of de tijd verloopt niet vloeiend, maar grillig, zodat mensen af en toe een glimp van de toekomst kunnen zien, of de tijd staat stil of is absoluut. En hoe verwarrend zou het niet zijn als oorzaak en gevolg niet noodzakelijk in een vaste volgorde zouden optreden. Het zou een ramp betekenen voor de geleerden, omdat zij als rationalisten dan met lege handen staan in een acausale kosmos. Zij worden paljassen, "niet omdat zij rationeel zijn, maar omdat de kosmos irrationeel is. Of misschien niet omdat de kosmos irrationeel is, maar omdat zij rationeel zijn. Wie kan dat uitmaken in een acausale wereld?' Alleen kunstenaars zouden er garen bij spinnen, omdat het wezen van de kunst nu juist haar onvoorspelbaarheid is.

Een geliefd onderwerp van SF-literatuur is de tijdmachine, die het mogelijk maakt om terug te gaan in de tijd, en natuurlijk ontbreekt dit thema ook niet in de dromen van Einstein. Een zekere rechtvaardiging wordt gegeven in het beroemde boek Het heelal van Stephen Hawking. In een intrigerend hoofdstuk, "De pijl van de tijd', schrijft hij dat "bij de pogingen om de zwaartekracht te verenigen met de quantummechanica, men het begrip "imaginaire' tijd moest invoeren.' En in deze tijd is het om het even of men zich in voor- of achterwaartse richting beweegt. In het laatste geval zal men zich de toekomst herinneren en is het verleden ongewis. Maar, maakt Hawking verderop duidelijk, alleen de voorwaartse richting blijkt geschikt voor intelligent leven.

Er zijn meer voorbeelden aan te geven waaruit blijkt dat Lightman Hawkings boek goed gelezen heeft en daardoor worden de dromen, toegeschreven aan de Einstein van 1905, dromen van iemand met een zeer vooruitziende blik. Hoe dan ook, Einsteins dromen is een speels en lichtvoetig geschreven boekje dat ook nog de verdienste heeft dat het voortdurend de fantasie prikkelt en de lezer op zijn beurt laat wegdromen.