Amnesty bang voor etnische zuivering in Soedan

ROTTERDAM, 19 FEBR. De mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft vandaag melding gemaakt van “alarmerende berichten over grove schendingen van de mensenrechten” in Soedan. Met name maakt Amnesty zich zorgen over gemelde massa-moorden in de afgelegen Nuba-bergen, “die lijken neer te komen op etnische zuivering”.

Volgens het vandaag uitgekomen rapport "Soedan, Patronen van Repressie', probeert de Soedanese regering haar onderdrukkende praktijken in het relatief toegankelijke noorden minder zichtbaar te maken, onder andere door van tijd tot tijd politieke gevangenen vrij te laten, zonder er in feite een eind aan te maken. In de afgelegen oorlogszones van Zuid- en West-Soedan, waar de regering zich volgens Amnesty kennelijk vrij voelt van buitenlandse pottekijkers, blijft echter sprake van “flagrante” veronachtzaming van mensenrechten: buitengerechtelijke executies, "verdwijningen' en folterpraktijken.

De recentste informatie betreft de dood van honderden burgers bij Heiban in de Nuba-bergen in december en januari. Amnesty wijst er echter op dat desbetreffende berichten nog niet zijn bevestigd, mede omdat de toegang tot het gebied onder scherpe regeringscontrole staat. Wel is vast komen te staan dat er in het gebied het afgelopen jaar tientallen standrechtelijke executies zijn uitgevoerd en dat tienduizenden Nuba door regeringstroepen uit hun dorpen zijn verdreven. Veel Nuba maken deel uit van de zuidelijke guerrillabeweging, het SPLA, en het doel van de regring lijkt hier het SPLA te vernietigen door de Nuba te verdrijven.

Amnesty heeft overigens ook scherpe kritiek op het steeds verder verbrokkelende zwarte verzet, dat eveneens verantwoordelijk wordt gesteld voor ernstige schendingen van de rechten van de mens. Onder andere wordt melding gemaakt van de dood van 87 burgers in de provincie Bahr al-Ghazal in januari 1992 en van de de moord op drie buitenlandse hulpwerkers en een journalist in september.