Zottenpakken; Carnavalskostuum wordt kreukvrij

In Maastricht zijn het vooral de “witte eskimopakken”, in Noord-Limburg kunnen winkeliers slechts met moeite voldoen aan de vraag naar rasta-pruiken, in Helmond loopt het Chico-clownspak als een warm broodje en in Breda zijn de carnavalsvierders dit jaar in het bijzonder op zoek naar alles op horror-gebied. “Heksen en zwervers en zo, en liefst zo lelijk mogelijk”, zegt M. Zodenkamp van de Bredase Fopsjop.

Maar afgezien van deze specifieke, lokale voorkeuren zijn er dit jaar niet echt artikelen waar gelet op het naderende carnaval bijzonder veel vraag naar is. “Anders wil je nog wel eens hebben dat iedereen op zoek is naar smurfen of zich als een turtel wil verkleden maar dit jaar is het toch vooral de normale collectie die we verkopen”, vertelt P.W. Scheepers van de groothandel in carnaval- en feestartikelen in Sevenum.

Scheepers zit al 25 jaar in de feesthandel maar wat dit jaar wel opvalt is de hoogte van de omzet. “Alle records worden gebroken”, jubelt hij. De omzet zal zeker twintig procent stijgen vergeleken met 1992, voorspelt Scheepers. “We draaien heel lekker”, bevestigt H. Haanen van de Maastrichtse feestfirma Panhuis. Hoeveel meer er wordt verkocht, kan hij niet zeggen want Haanen heeft nog geen tijd gehad “om te gaan tellen”. Mevrouw Goossens van de Feestspecialist in Tilburg moet zelfs meteen de hoorn neerleggen want “de hele winkel staat vol”.

De grossiers vermoeden dat er in de handel sprake is van een soort inhaaleffect. Door de golfoorlog twee jaar geleden werden in veel plaatsen de festiviteiten afgelast. Vorig jaar zaten daarom veel winkeliers nog met oude voorraden maar inmiddels stromen de nieuwe bestellingen binnen. In Maastricht doet als vanouds “alles wat rammelt en lawaai maakt” de kassa rinkelen. Ook worden er veel pakken in de grootste maten verkocht zodat er onder warme kleren kunnen worden aangetrokken en het feest op straat gevierd kan worden.

In Brabant blijft de boerenkiel topprodukt al heeft de kleur blauw inmiddels moeten wijken voor een bont gekleurde kiel. In Drenthe worden enkel de kinderen in een feestelijk prinsesse- of elfenkostuumpje gestoken. “De ouders volstaan met een hoedje of een petje”, ervaart A.J. Janssen van groothandel Grodex in Helmond. Hij signaleert ook een voorkeur voor polyamide stoffen die minder kreuken door het hossen dan het traditionele katoen.

Scheepers merkt wel dat er “boven de grote rivieren” lijkt te worden bezuinigd op de carnavalsuitgaven. De Limburgers en Brabanders maken dat echter royaal goed “omdat ze het hele jaar heben gespaard en zich niet door een recessie laten afschrikken”, zegt Scheepers.

Bij de Pretwinkel in het noordelijke Rotterdam wijt men de tegenvallende handel aan het feit dat radio en televisie “erbarmelijk weinig aandacht” aan het carnaval besteden. “Iedereen zit te kjken naar alle ellende bij Fokker en Daf”, vermoedt G. Swinkels. En hij voorspelt nog meer regionaal onheil. “Zo rond de carnaval flikken ze altijd wat in de haven. Dan wordt er gestaakt of zo en dan is er weer geen geld voor de carnaval”.