Verpakkingen

Door meer velletjes wc-papier om een kartonnen closetrol te wikkelen, vermindert Albert Heijn de hoeveelheid verpakkingsafval.

De gedaanteverandering van de toiletrol draagt zo een steentje bij aan de strijd tegen de immer groeiende afvalberg. Niet zo lang geleden moest de consument nog genoegen nemen een plastic tas met 12 rollen à 250 vel. Sinds de invoering van de maxirol met 500 velletjes ("gaat 2x zo lang mee") is 25 procent minder kunststof nodig voor de verpakking met zes maxirollen.

Minister Alders (milieu) wilde de resultaten van het Convenant Verpakkingen dat hij in mei 1991 met het bedrijfsleven sloot zo snel mogelijk in de supermarkt kunnen zien. In dit convenant staat onder andere dat het bedrijfsleven in het jaar 2000 10 procent minder verpakkingsmateriaal mag gebruiken dan in 1986. Om de minister van dienst te zijn - hij heeft weinig tijd voor supermarktbezoek - heeft de Stichting Verpakking en Milieu (SVM), waarbij veel fabrikanten en gebruikers van verpakkingen zijn aangesloten, onlangs een boekje uitgebracht onder de titel Verpakkingsontwikkelingen 1992.

Ontwikkelingen op verpakkingsgebied zijn moeilijk te volgen omdat in de supermarkt nooit het oude produkt naast het nieuwe produkt staat. De consument kan niet beoordelen wat is verbeterd. Hij moet afgaan op zijn onbetrouwbare geheugen en kan daardoor allelei vorderingen gemakkelijk over het hoofd zien. Het SVM-boekje met zestig stichtelijke voorbeelden houdt rekening met dit euvel. Hierdoor lijkt het qua opzet op advertenties voor afslankprodukten. Links op de foto de oude verpakking (ervoor) en rechts de nieuwe betere, lichtere verpakking (erna).

SVM maakt in het boekje eveneens gewag van diverse "onzichtbare' verbeteringen. Zo is de UV-lak op het pakje Maggi Opkikker Drinkbouillon vervangen door kennelijk minder schadelijke dispersielak en zijn minder omdozen nodig omdat de verpakking op het schap is verkleind.

Verpakkingen vertonen verschillende trends. De eerste is: minder materiaalgebruik. Dat is soms mogelijk door verandering van het produkt in de verpakking, in een ander geval is simpelweg de verhouding tussen produkt en verpakking gewijzigd. Geconcentreerd (poeder)wasmiddel kan bij voorbeeld in kleinere dozen. Soms is het niet eens nodig het produkt te verkleinen, maar volstaat herschikking van de artikelen. Albert Heijn scoort op dit punt op de vleesafdeling. Tien tot veertig procent materiaal weet zuinige Heijn te besparen door hamburgers en andere stukken vlees dichter op elkaar te stapelen.

Het kan nog simpeler: meer produkt per verpakkingseenheid scheelt eveneens materiaal. Aquafresh-tandpasta zit nu in tubes van 75 in plaats van 50 gram. Bergen dopjes worden op deze wijze bespaard. Er zijn nog maar twee dopjes nodig voor 150 gram tandpasta tegen vroeger drie. Het allersimpelst is natuurlijk helemaal geen verpakking. Bij McDonald's werden de rietjes vroeger allemaal afzonderlijk verpakt. Nu worden in Nederland 40 miljoen rietjes per jaar los verstrekt.

Verpakkingen worden ook dunner en lichter. De nieuwe glazen melkfles (van 620 naar 410 gram) is daarvan een schoolvoorbeeld. Ook minder opzienbarende afslankingen kunnen een behoorlijke impact hebben. Tetrapak gebruikt tegenwoordig 14 procent minder aluminiumfolie voor de binnenkant van het vruchtensappak en bespaart daarmee jaarlijks 210 ton aluminium. Vorig jaar werden verder onder andere de glazen Hak-pot, het Coca-Cola- en Chocomel-blikje, het kartonnen melkpak en het Maggi-sausdoosje lichter.

Tijdens een wandeling langs de schappen valt op dat de blisterverpakking (kartonnen kaart met hard doorzichtig plastic in de vorm van het produkt) uit de gratie is. Winkeliers waren altijd vol lof over blisterverpakkingen. Produkten daarin zagen er aantrekkelijk uit en waren bovendien wegens hun grootte moeilijk te stelen. Toch zijn de stukken karton nu minder groot en is het plastic vervangen door karton of een kleine bevestiging van kunststof. Zo is de blisterverpakking van de Vapona insectipen vervangen door een geheel kartonnen verpakking.

Een laatste trend is de overgang van combinaties van verschillende verpakkingsmaterialen (laminaten) naar monomaterialen. Het margarinekuipje heeft zo'n metamorfose doorgemaakt. Voordeel van monomaterialen is dat ze in theorie eenvoudiger te recyclen zijn. In de praktijk is daar tot nu toe nog bitter weinig van terechtgekomen.

Hoewel milieu- en consumentenorganisaties de SVM-publikatie "wel aardig' vinden, plaatsen ze een paar kanttekeningen bij de verbeteringenshow. Veel van de getoonde verbeteringen waren al in ontwikkeling toen het convenant getekend werd. En met de introductie van geconcentreerde wasmiddelen en lichtere melkflessen had het convenant niets van doen.

Bovendien, zeggen de kritici, geeft het boekje een eenzijdig beeld. Foto's van ontwikkelingen die de groei van de afvalberg juist versnellen, zoals de toename van kleine portieverpakkingen (drie kleine pakjes in plaats van één literpak), cosmeticaflesjes en overdadig verpakte kant-en-klaar (magnetron)maaltijden, ontbreken.

Hamvraag is of de gepresenteerde verbeteringen per saldo leiden tot een vermindering van de afvalberg of een verandering van de samenstelling van het huisvuil. Niemand weet daarop het antwoord. Het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), dat de samenstelling van het zakkenvuil onderzoekt, is nog niet klaar met de analyse van het vuil uit 1992. Het CBS enquêteert gemeentelijke reinigingsdiensten slechts eens in de twee jaar over de hoeveelheid opgehaald huisvuil en is net klaar met de resultaten over 1991. En de industrie houdt nergens centraal bij hoeveel verpakkingen er op de markt worden gebracht. Over deze onduidelijkheid klagen milieu- en consumentenorganisaties. Zo blijft onduidelijk of de afspraken in het Convenant Verpakkingen worden nagekomen.