Veiligheidsraad reageert snel op stopzetten hulp aan Bosnië

NEW YORK, 18 FEBR. Slechts enkele uren nadat de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR onverwachts een volledige stopzetting van de humanitaire hulp aan Bosnië had aangekondigd, heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gisteravond de strijdende partijen in Bosnië gesommeerd de voedseldistributie geen hindernissen meer in de weg te leggen.

De Veiligheidsraad reageerde met de uitspraak op een bekendmaking van UNHCR-chef Sadako Ogata, die gisteren in de Keniase hoofdstad Nairobi plotseling de stopzetting van het UNHCR-hulpverlening aan belegerde moslims in het oosten van Bosnië aankondigde. Zij betoogde dat de strijdende partijen - waarmee ze vooral op de Bosnische Serviërs doelde - het humanitaire werk van de VN onmogelijk maken. “Ik heb alles gedaan om de leiders ervan te overtuigen dat ze het conflict los moeten zien van de humanitaire hulp, maar ze hebben ons niet toegestaan ons mandaat te vervullen”, aldus Ogata. Omdat de hulpverlening voortdurend wordt geblokkeerd, had ze opdracht gegeven alle VN-hulpkonvooien in het oosten van Bosnië naar hun bases terug te sturen, totdat de leiders van de strijdende partijen “een duidelijk signaal” geven dat ze instemmen met de hulpverlening en hun eigen manschappen die voedselkonvooien tegenhouden, controleren. Volgens Ogata moet ook de Bosnische regering, die sinds eind vorige week weigert voor de inwoners van Sarajevo nog voedselhulp te accepteren, op dat besluit terugkomen. De zeven UNHCR-medewerkers in Sarajevo worden teruggeroepen. De hulp voor inwoners van Centraal-Bosnië zou volgens Ogata kunnen doorgaan. Later werd gisteren echter in Sarajevo bekend dat Ogata's vertegenwoordiger in Sarajevo, José Maria Mendiluce, ook die hulp-operaties van de VN had stopgezet.

Pag.5: V-raad reageert op stopzetting hulp

De plotselinge bekendmaking van Ogata werd gisteren voorafgegaan door nieuwe problemen met de twee grote hulpkonvooien van de VN in het oosten van Bosnië. Sinds zondag tracht een konvooi de al tien maanden door de Serviërs van de buitenwereld afgesloten en van alle hulp verstoken stad Cerska te bereiken. De Bosnische Serviërs weigerden gisteren voor de derde opeenvolgende dag het konvooi Bosnië binnen te laten. Een tweede konvooi, op weg naar de eveneens door de Serviërs ingesloten stad Gorazde, werd wel tot Bosnië toegelaten, maar in Rogatica, op dertig kilometer van Gorazde, alsnog tegengehouden en teruggestuurd.

De Serviërs hebben uiteenlopende motieven gegeven voor hun sabotage van de hulpverlening. De plaatselijke commandant van de Serviërs in Rogatica zei dat het konvooi naar Gorazde zou mogen doorrijden als er eerst in dit gebied een uitwisseling van gevangenen zou komen. Het besluit, het konvooi voor Cerska tegen te houden, heeft volgens de leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, te maken met de vondst van een massagraf aan de weg naar Cerska. Bij Glodjansko Brdo, een plaats die het afgelopen weekeinde door de Serviërs op de moslims werd veroverd, werden in een bos ten minste vijftig lijken aangetroffen, volgens Karadzic van Serviërs die waren gefolterd en vermoord. Volgens Karadzic moeten eerst die lichamen worden geborgen en onderzocht voor het konvooi van de VN naar Cerska mag rijden.

De aankondiging van Ogata sloeg gisteren overal in als een bom. President Izetbegovic van Bosnië reageerde woedend en sprak van “chantage van de armen door de rijken”. “In plaats van degenen aan te pakken die de hulp tegenhouden richten de VN zich tegen de mensen die honger hebben”, aldus Izetbegovic. Hij vroeg zich af hoe de donorlanden op Ogata's verklaring zouden reageren en waarom de hulpgoederen voor de hongerende moslims in Oost-Bosnië niet met vliegtuigen worden gedropt.

De Franse bevelhebber van de VN-troepen in Sarajevo, generaal Philippe Morillon, reageerde ontsteld. Morillon zei zich niet bij Ogata's beslissing neer te willen leggen en waar mogelijk zelf hulpgoederen te distribueren, ongeacht het besluit van de UNHCR. De konvooien zijn niet allemaal door de UNHCR op pad gestuurd: “Die naar Cerska en Gorazde worden bemand met VN-soldaten, niet met UNHCR-personeel”, aldus Morillon. “Zolang ik geen definitief antwoord van de Servische kant heb zal ik proberen erdoor te komen.”

Ook in de Veiligheidsraad uitte men zich verrast over het besluit van Ogata. Algemeen werd echter geoordeeld dat de Japanse UNHCR-chef heeft willen provoceren om de aandacht te vestigen op de problemen die de moslims (in Sarajevo) en de Serviërs (in Oost-Bosnië) opwerpen bij de distributie van hulpgoederen aan de hongerende bevolking. De Russische ambassadeur Vorontsov zei te hopen dat “we de beslissing kunnen corrigeren”. Zijn Britse collega Hannay prees Ogata: “Ze is erin geslaagd heel duidelijk de aandacht te vestigen op een absoluut afschuwelijke toestand waarin mensen spelletjes spelen met humanitaire hulp, en dat is heel duidelijk onverteerbaar, ongeacht wie het doet.” Ook Lord Owen, de EG-bemiddelaar, liet zich in deze zin uit. Hij noemde Ogata's beslissing het resultaat van “begrijpelijke woede” en zei dat hongersnood in Bosnië wordt gebruikt als “een oorlogsinstrument”. (Reuter, AP, AFP)