Reputatie van Tokio als geldcentrum in geding

TOKIO, 18 FEBR. De financiële markten van Japan zijn onder internationale beleggers niet langer in trek. Reden? De gebarsten luchtbel-economie van buitensporige speculatie in effecten en onroerend goed.

Een enquête van het Japanse Centrum voor Internationale Financiën onder alle 143 buitenlandse banken en effectenhuizen die in Japan actief zijn, wijst uit dat maar vijf procent Tokio nog ziet als de belangrijkste van de drie grootste financiële markten in de wereld. New York staat bovenaan met 57 procent, gevolgd door Londen met 38 procent. De enquête werd vorig jaar september gehouden.

De uitslag staat in scherp contrast met een soortgelijke onderzoek in 1989, op het hoogtepunt van de Japanse luchtbel-economie. Toen scoorde New York 40 procent, gevolgd door Tokio met 32 procent en Londen met 28 procent.

Van de 143 ondervraagde financiële instellingen gaf 67 procent antwoord. Drie kwart zei dat ze ontevreden was over de winsten die ze konden verdienen op de beurs van Tokio. Twaalf procent meent dat aan leningen aan Japanse bedrijven een steeds hoger risico kleeft.

Over het algemeen is het aanzien van Tokio in de financiële wereld gedaald door de precaire sitiuatie waarin de Japanse banken zich bevinden, die sinds de tuimeling van effecten- en onroerend goed prijzen nu zitten opgescheept met een berg aan "slechte leningen', volgens officiële schattingen 12,3 biljoen yen (bijna 200 miljard gulden), maar volgens onofficiële schattingen een veelvoud van dit bedrag. Leningen waarover ze geen rente meer ontvangen of, erger nog, geen onderpand hebben.

Met spanning wordt uitgezien naar de jaarcijfers van de banken, die op 31 maart hun boekjaar sluiten. De grote banken moeten dan voor het eerst voldoen aan de regel van de Bank voor Internationale Betalingen dat hun activa voor acht procent moet zijn gedekt door eigen kapitaal. Als ze daaraan niet voldoen, worden ze mogelijk getroffen door sancties, zoals het verbod op internationale transacties. In Japan wordt gevreesd voor een massale verkoop van aandelen door banken, aandelen die nog voor het begin van de luchtbel-economie zijn gekocht. Deze verkoop zou de kapitaalsbasis van de banken moeten versterken, maar ongetwijfeld de koersen op de beurs in een vrije val doen storten.

In Japan zijn bedrijven elkaars aandeelhouder om zich tegen vijandige overnames te beschermen en elkaar onderling te steunen. Daarbij gaat het om twee derde van alle aandelen, de rest wordt vrij verhandeld op de beurs. De banken en levensverzekeringsconcerns bezitten 42 procent van de aandelen en de ondernemingen 25 procent.