Proefkonijnen m/v

Veel wetenschap is gebaseerd op onderzoek van proefpersonen en proefdieren. Maar daarbij wordt vaak een ding ten onrechte onvermeld gelaten: of het mannetjes of vrouwtjes zijn.

Een paar jaar geleden deed een Amerikaans hartinstituut een grootscheepse studie naar het effect van de inname, om de andere dag, van een aspirientje ter verlaging van de kans op hart- en vaatziekten. Het onderzoek werd uitgevoerd met 22.000 vrijwilligers, allen artsen. Onder die artsen bevond zich geen enkele vrouw. Toch werden de resultaten gegeneraliseerd naar beide sexen.

Een typisch voorbeeld van ongeoorloofde sexe-extrapolatie, vindt prof. Jeri A. Sechzer, een psychologe verbonden aan Pace University in New York. Samen met enkele collega's verricht zij onderzoek naar sexebevooroordeling in de rapportage van biologisch, medisch en psychologisch onderzoek. De eerste, nog voorlopige resultaten werden de afgelopen week gepresenteerd in Boston, tijdens het jaarlijks congres van de American Association for the Advancement of Science.

De methode is simpel: neem een jaargang van een wetenschappelijk tijdschrift waarin proeven met mensen of proefdieren worden beschreven en turf hoe vaak de auteurs het geslacht opgeven en zo ja, in hoeveel gevallen ze vervolgens op een twijfelachtige of ongeoorloofde wijze naar het andere geslacht extrapoleren.

Zo eenvoudig de aanpak, zo opmerkelijk de uitkomsten. Een verbazend hoog percentage auteurs in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften blijken zeer nonchalant om te springen met het geslacht van hun "proefkonijnen'.

In studies met menselijke proefpersonen bijvoorbeeld. De psychologe prof. Vita Rabinowitz van het Hunter College van de City University of New York nam 400 onderzoeksartikelen met betrekking tot AIDS en depressie onder de loupe, gepubliceerd in gespecialiseerde tijdschriften in de periode 1991-1992. Van de 180 AIDS-artikelen die zij screende in de tijdschriften AIDS en JAIDS, verzuimde maar liefst een kwart om het geslacht van de proefpersonen te vermelden. Bovendien werd er in niet minder dan 101 van de 180 artikelen ongegrond gegeneraliseerd, in het leeuwedeel van de gevallen van mannen naar vrouwen. De literatuur over depressies vertoonde een overeenkomstig beeld.

Rabinowitz: ""Deze slordige manier van rapporteren werkt gemakkelijk verkeerde conclusies in de hand. Niet-vermelden van het geslacht betekent verlies van een belangrijke bron van informatie, en extrapoleren van man naar vrouw is vaak zeer aanvechtbaar. Bij AIDS en HIV-infectie zie je bij mannen en vrouwen verschillende infectiesnelheden en andersoortige symptomen en risico's. En als er één psychologische aandoening is waarbij geslacht een belangrijke variabele is, dan is het depressie.''

De discriminatie beperkt zich niet tot mensen, maar strekt zich uit tot ratten, muizen, cavia's en andere gewervelde dieren. Jeri Sechzer: ""Ook bij proefdierstudies verzuimt men dikwijls het geslacht op te geven. Doet men het wel, dan gaat het meestal om mannetjes en worden de resultaten zonder blikken of blozen gegeneraliseerd. Nu wil ik best aannemen dat zulke extrapolaties in een deel van de gevallen gerechtvaardigd zijn omdat het geslacht niet belangrijk is, maar hoe kun je daar zeker van zijn zolang je dat niet onderzoekt?''

Vis tot mens

Sechzer vergeleek de jaargangen 1984 en 1991 van de Amerikaanse tijdschriften Behavioral Neuroscience, de Journal of Comparative Psychology en Science. Ze turfde alle studies met gewervelde dieren, van vis tot mens. De opmerkelijke uitkomst was, dat het percentage studies waarin het geslacht van het proefdier niet wordt genoemd in al deze drie tijdschriften belangrijk was toegenomen, evenals het aantal ongeoorloofde generalisaties van één sexe (lees de mannelijke) naar de andere. Dit ondanks het feit dat in 1984 de Amerikaanse federale overheid aanbevelingen deed om in onderzoeksstudies vaker beide sexen mee te nemen en exacter over de geslachtelijke status van de gebruikte dieren en proefpersonen te rapporteren.

Zo publiceerde het tijdschrift Science in 1984 136 studies met gewervelden, waarvan bij 49 het geslacht onvermeld bleef en bij 63 een twijfelachtige of ongeoorloofde extrapolatie werd gemaakt (doorgaans van mannetjes naar vrouwtjes). Zeven jaar later was het beeld alleen maar erger. Van de 35 relevante studies in 1991 (minder dan in 1984 door het toegenomen gebruik van cellijnen en dergelijke) bleef bij maar liefst 28 de sexe geheel onvermeld. Bovendien werd in 30 van de 35 artikelen een twijfelachtige of ongeoorloofde extrapolatie gemaakt.

Sechzer: ""Er is dus in zowel het biomedische als het fundamenteel-biologische onderzoek nog steeds sprake van sexebevoordeling en ongegronde generalisatie. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van vrouwen, maar afgezien daavan is het ook geen goede wetenschap. Onderzoekers moeten hun studies en experimenten zodanig opschrijven dat deze door anderen kunnen worden gecontroleerd en herhaald. Het is toch vreemd dat in een zo groot aantal gevallen een sleutelparameter als geslacht zomaar onvermeld kan blijven.''

Sechzer en Rabinowitz hopen met de presentatie van hun resultaten de editors van wetenschappelijke tijdschriften te bewegen tot een zorgvuldiger redactionele politiek. Rabinowitz: ""Wanneer de tijdschriften voortaan van hun auteurs zouden eisen dat zij in hun materialen- en methodensectie het geslacht goed vermelden, zijn we al een grote stap verder. Daar is niets revolutionairs aan. Dat is easy stuff.''