Oezbeken zweren nog bij Sovjet-methoden; Huidige elite heeft het vak van corrupte Rasjidov geleerd; "Geld van oppositie komt van zionisten in Israel en de VS'

TASJKENT/MOSKOU, 18 FEBR. De kunstenaar in Tasjkent wenst geen buitenlanders meer te ontvangen. Die beslissing uitleggen wil hij evenmin. Hij gooit gewoon de hoorn op de haak. Het valt nog mee dat hij dat kan doen. Want menig landgenoot in Oezbekistan die zich voor politiek interesseert heeft zelfs geen telefoon meer. Wie in de Oezbeekse hoofdstad een poging doet om een opposant van president Islam Karimov te bellen treft over het algemeen andere mensen aan de lijn, mensen die uiteraard niets weten van de voormalige houder van het telefoonnummer. Wat is hier aan de hand? Een Oezbeekse vat de situatie in een gebaar samen: ze steekt haar tong uit en maakt met wijs- en middelvinger een schaarbeweging. “Karimov wordt door de verkeerde mensen omringd”, voegt ze er verontschuldigend aan toe. Het is de klassieke expressie van een burger die vermoedt dat ze in een politiestaat leeft maar de leider dat niet wil verwijten.

Volgens zijn grondwet is Oezbekistan een “seculiere en democratische staat”. “De mens is het allerhoogste”, zei president Karimov in december toen het parlement de nieuwe constitutie aannam. Oezbekistan heeft tevens de trotse ambitie om de leidende mogendheid in de regio te zijn, geestelijk zowel als politiek. In Tasjkent bevindt zich de belangrijkste moefti van de gehele voormalige Sovjet-Unie. En Oezbekistan was in 1873, op Turkmenistan na, het laatste gebied dat Rusland wist te pacificeren. Het land is mede daarom etnisch homogener dan Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan en is ook nog eens het dichtst bevolkt. In Oezbekistan wonen 21 miljoen mensen (bijna de helft van de hele regio), van wie slechts acht procent Russen en nog geen vijf procent Tadzjieken. Dit is de enige voormalige Sovjet-republiek waar de russificatie is mislukt: in 1959 was nog veertien procent van de bevolking Russisch.

Maar het valt toch niet mee de eigen grondwet serieus te nemen. De glasnost, de perestrojka en uiteindelijk het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn voor Oezbekistan in alle opzichten ongelegen gekomen. Het democratiseringsproces van Gorbatsjov heeft nooit aansluiting gevonden bij de bestaande machtsstructuren in Oezbekistan. Niet zozeer omdat Oezbekistan driekwart eeuw door communisten is bestuurd, maar veeleer omdat de Centraal-Aziatische staat die periode op geheel eigen wijze heeft doorstaan. Met name dank zij de heldere inzichten van Leonid Brezjnev, die voordat hij in 1964 secretaris-generaal werd enige jaren in Centraal-Azië had gewerkt, heeft zich in Oezbekistan een coalitie kunnen ontwikkelen tussen het apparaat uit Moskou en de lokale clans. Het ging daarbij niet om flesjes wodka en gratis woninkjes uit de staatskas, maar om miljarden roebels (die toen nog wat waard waren) in de vorm van paleizen van datsja's, juwelen en andere privileges. Vierëntwintig jaar lang verpersoonlijkte partijchef Sjaraf Rasjidov dat staatsbestel. Rasjidov gaf en nam en liet de Moskovieten meedelen. Toen hij in 1983 na het overlijden van Brezjnev aan een hartaanval stierf - of was het zelfmoord, net zoals het geval was bij zeker twaalf lokale partijfunctionarissen? - kwam het Oezbeekse systeem aan het licht. Brezjnevs schoonzoon Joeri Tsjoerbanov werd als pars pro toto voor de kadi gedaagd en daarna werden de allerscherpste randjes weggevijld.

Maar de Oezbeekse elite die het land nu bestiert heeft het vak wel van Rasjidov geleerd. Hoewel hij nog geen anderhalf jaar president is van een onafhankelijke staat en zich geen “communist” meer noemt maar “volksdemocraat”, laat Karimov nu al een zomerpaleis voor zich bouwen in de bergen bij Tasjkent, inclusief vliegveldje, helikopter, sporthal, zwembaden en een kleine elektriciteitscentrale.

De nieuwe oude elite rept wel van markteconomie en democratie alsmede van de noodzaak om de overgang daarheen “geleidelijk” te laten verlopen. Maar ze is evenzeer bang haar greep op de staat te verliezen. Ze ziet zich bovendien als een eiland in een zee van theocratische ambities. Eerst kwamen de schriftgeleerden uit Saoedi-Arabië om de Koran te verspreiden en vervolgens begonnen de radicale mujahideen uit Afghanistan en hun bondgenoten uit Iran belangstelling te tonen voor het gebied. In Tadzjikistan doet die invloed zich nu al een half jaar hardhandig voelen in een burgeroorlog tussen wereldijke communisten en islamitische fundamentalisten.

De angst voor dit oprukkende fundamentalisme is de rode draad geworden in het handelen van Karimov. “Na 120 jaar Russische bezetting en 70 jaar repressieve totalitaire ideologie zijn we ziek van extremisme of fundamentalisme. We zijn zeer ongerust over de gebeurtenissen in Tadzjikistan, ten eerste omdat het gebrek aan stabiliteit van invloed is op het gedrag van de buitenlandse investeerders in Oezbekistan, en ten tweede omdat in sommige gebieden bijna een kwart van de Oezbeekse bevolking Tadzjieks is”, aldus minister van buitenlandse zaken Sadik Savajev, een 39-jarige Oezbeek die de taal van het Westen tijdens zijn studie aan Harvard heeft geleerd.

Volgens de oppositie is dat een drogreden. “Kirgizië en Kazachstan zijn relatief democratische staten waar de toestand stabiel is”, aldus vice-voorzitter Sjoechrat Ismatoelajev van de nationalistische beweging Birlik (Eenheid), een radicaal volksfront dat naar een “seculiere democratische staat” zegt te streven maar toch vooral de zittende elite bestrijdt.

Volgens Karimov zijn “autoritaire symptomen” daarom tijdelijk onafwendbaar. De oppositie is slechts uit op “wilde barbarij”, zo zei hij vorige week. Het is dan ook niet toevallig dat Karimov zich naar buiten toe spiegelt aan het taalkundig en religieus zo verwante Turkije. Het dilemma tussen democratie plus chaos dan wel dictatuur plus geleide hervormingen is maar al te goed bekend uit de tijd van de dreigende burgeroorlog in Turkije die in 1980 in een militaire staatsgreep werd gesmoord.

Maar in Tasjkent dringt het vermoeden zich op dat het Tadzjiekse syndroom toch ook een alibi is om in eigen land een ander type orde & tucht af te dwingen. Bijna alle middelen van de klassieke politiestaat worden aangewend om de “eigen Oezbeekse weg” te vervolgen. De kentering in het binnenlandse klimaat begon medio vorig jaar, precies op het moment dat de oude kameraden in Tadzjikistan zich gedwongen zagen een tijdelijke coalitie te sluiten met de islamitische en anticommunistische oppositie. Aanvankelijk richtte het beleid van Karimov zich alleen op Tadzjikistan: de grens werd gesloten en er werd een aantal Tadzjiekse scholen gesloten. Maar daarna keerde het repressieve apparaat zich alras tegen Birlik. Birlik-voorzitter Abdoerachim Poelatov werd op straat door onduidelijke types in elkaar geslagen, de krant werd verboden en sympathisanten werden ontslagen of strafrechtelijk vervolgd wegens misdrijven als “belediging van de eer en waardigheid van de president”. Daarna kwam de politieke partij Erk (vrijheid) aan de beurt. Erk is gematigder dan Birlik en werd om die reden door de laatste beweging lange tijd gezien als een halfwas clubje. Haar voorzitter Moechamed Salech, die het in 1991 als tegenkandidaat had durven opnemen tegen de president, werd niettemin de toegang ontzegd tot het parlement, dat volgens Karimovs voormalige televisiedirecteur voor tachtig procent uit ambtenaren en andere staatsdienaren bestaat. Daarna nam de politie in het kantoor de typemachines, computer, printers en kas van Erk in beslag wegens “frauduleuze handelingen ter waarde van zevenduizend roebel” (nog geen twintig gulden). De campagne bereikte vorige week een voorlopige climax met de arrestatie van Salech. De voorzitter zou zich schuldig hebben gemaakt aan het “voorbereiden van een onofficiële demonstratie”.

Dit stabilisatiebeleid strekt zich zelfs buiten de eigen landsgrenzen uit, zoals in december vorig jaar bleek toen in Bisjkek, de hoofdstad van het aangrenzende Kirgizië, een Centraal-Aziatische mensenrechtenconferentie werd gehouden. Geheime agenten uit Oezbekistan namen de gelegenheid te baat om er voorzitter Abdoemannov Poelatov van de Oezbeekse "Vereniging voor de Rechten van de Mens' en een aantal medestanders te arresteren en naar Tasjkent te brengen. Poelatov werd vorige maand tot drie jaar cel veroordeeld. Karimov verleende hem gratie, maar een aantal van zijn lotgenoten wordt nog steeds op onbekende plaatsen vastgehouden.

Het is daar vooralsnog niet bij gebleven. Met allerlei middelen worden de voorlieden van Birlik en Erk nog steeds uitgeschakeld. Een kortstondig studentenprotest tegen de liberalisering van de prijzen werd medio januari hardhandig en ten koste van waarschijnlijk twee levens neergeslagen. En in zijlijn hiervan wordt ook de pers aangepakt, inclusief de Westerse.

Zelfs de schijn wordt niet meer opgehouden. “Die zogenaamde oppositie is helemaal geen oppositie, ze is slechts uit op de macht”, zegt Achmadzjon Loekmanov, de perssecretaris van het departement van buitenlandse zaken. Op de vraag waar de oppositie volgens hem haar geld vandaan haalt zegt hij: “Dat geld komt van de zionisten, van de joden in Israel en Amerika die van ons het land hebben mogen verlaten (in de stad Boechara hebben altijd tienduizenden joden gewoond, van wie er de afgelopen twintig jaar veel zijn geëmigreerd, red.) en nu de Oezbeekse regering willen verdrijven”.