Meeste aandacht voor Malcolm X van Lee; Filmfestival in Berlijn mat en ongeïnspireerd

BERLIJN, 18 FEBR. Zo fascinerend als Berlijn - de stad - blijft, met haar overal op straat rondslingerende stukjes Europese geschiedenis, zo mat en ongeïnspireerd is ook dit jaar weer Berlijn - het filmfestival.

De 43ste Internationale Filmfestspiele Berlin zijn een groot, prestigieus evenement met zes secties en honderden films, maar zonder een kloppend hart of een persoonlijke signatuur. In deze bodemloze grabbelton van onvergelijkbare films komen publicitair altijd weer de Amerikaanse films bovendrijven, die de afgelopen vier jaar dan ook drie keer een Gouden Beer wonnen. Maar eigenlijk is er maar één film dit jaar waar iedereen van weet, getuige de overal aangeplakte affiches, de alom gedragen t-shirts en baseballpetjes: Malcolm X van Spike Lee.

Op zijn bomvolle persconferentie hield de Afro-Amerikaanse regisseur zich voor zijn doen nog gedeisd, misschien toch een beetje aangeslagen door de relatief geringe respons die de ruim drie uur durende biografie van de legendarische politieke en religieuze leider in Amerika ontvangen heeft. Ondanks het ruime budget van Malcolm X beschouwt Lee zichzelf nog niet als een lid van het Hollywood-establishment: “En zij vinden dat ook niet, dat zult u zien bij de Oscarnominaties”, zo voorspelde de regisseur terecht. “Maar let maar eens op, over twintig, dertig jaar zijn al die Oscarfilms van nu vergeten en zal mijn film nog steeds als een klassieker bekeken worden”.

Vanuit een artistiek oogpunt valt de juistheid van deze voorspelling nog te bezien. Aan ambitie ontbreekt het Lee niet, maar de neiging om Malcolm X, geboren Little, achteraf tot heilige te verklaren, maakt de zwaar aangezette filmbiografie nogal moeilijk verteerbaar. Het eerste uur is uitstekend en bevat vele knipogen naar Lee's eerdere filmthema's: de onmogelijkheid van bevredigende relaties tussen zwarte mannen en blanke vrouwen uit Jungle Fever, de muzikale fantasieën uit School Daze en zelfs de centrale plaats van een kapsalon in een zwarte gemeenschap uit Joe's Bed-Stuy Barbershop.

De jonge Malcolm, bijgenaamd Red en, wegens zijn slechte karakter, Satan (zeer goed gespeeld door Denzel Washington) wordt het slachtoffer van elke denkbare vorm van discriminatie en blanke hypocrisie, maar slaat zich er met gepaste ijdelheid en bravoure wel door heen. Totdat hij voor tien jaar de gevangenis indraait en daar onder invloed van de charismatisch geestelijk leider Elijah Muhamed herboren wordt als fundamentalistisch prediker. Lee toont de effectiviteit van deze militante sekte, maar dat is niet genoeg om van Malcolm X een heilige te maken. De mythe krijgt pas haar ware proporties, wanneer hij zich tegen de schijnheiligheid van de beweging keert, en een individuele koers gaat varen, die natuurlijk als verraad opgevat wordt. Dan spreekt Elijah Muhamed het doodvonnis uit, en moet de kijker nog een half uur wachten totdat deze vorm van "fatwah' voltrokken wordt. Op de overeenkomst met het lot van Salman Rushdie wil Lee niet ingaan, temeer daar volgens de regisseur "dezelfde mensen die mij toestemming gaven om in Mekka te filmen voor de reconstructie van de "hadj' van Malcolm X, het doodvonnis over Rushdie uitspraken''. Het lijkt een opportunistisch argument, zoals Malcolm X ook in ruime mate een opportunistische film is. Het werkstuk getuigt van flair, vakmanschap en inspiratie, maar niet van objectiviteit of overtuigingskracht.

Heel wat stiller dan bij "the Spike Lee Show' was het een dag later bij de persconferentie van Frans Weisz, Renee Soutendijk en Gijs Scholten van Aschat, ter gelegenheid van de vertoning van Op afbetaling. In een hoekje zat ook Mieke Vestdijk, die voor alle zekerheid een exemplaar meegenomen had van "Betrügst du mich? Ein Eheroman', de Duitse vertaling uit 1954 van de roman van Simon Vestdijk. Geen van de buitenlandse aanwezigen maakte echter de indruk ooit van Vestdijk te hebben gehoord, zoals ook de eerste internationale persreacties weinig blijk geven van affiniteit met Weisz' film. In zo'n festivalheksenketel moet je een beetje brutaal zijn, maar niemand wilde zo indiscreet zijn de internationale pers te wijzen op een pikante samenloop van omstandigheden. Een van de juryleden die over Op afbetaling moet oordelen in Berlijn is immers actrice Johanna ter Steege, die zich twee weken voor het begin van de opnamen van de film wegens ziekte moest laten vervangen door Renee Soutendijk.

In een van de verste hoekjes van het programma, namelijk het Kinderfilmfest, draait nog een Nederlandse film, een coproduktie met België, geregisseerd door de acteur-regisseur Josse de Pauw en toneelmaker Peter van Kraaij van het Kaaitheater. Het in Mexico opgenomen Vinaya is een kwetsbaar en poëtisch juweeltje over de bijna allegorische vriendschap tussen een jongetje en een droomvader (De Pauw). In stroeve, onrealistische beelden wordt een visueel spel met de toeschouwer gespeeld, dat vaak te zwaar geladen is, maar wel van originaliteit getuigt. Nadat Vinaya eerder op een paar kleine festivals (Gent, Mannheim) vertoond werd, is de presentatie in Berlijn als kinderfilm bijzonder onverstandig. Ook uit de reacties van het jeugdige publiek kan afgeleid worden dat niet elke film over een kind als kinderfilm gezien kan worden. Vinaya heeft nog steeds geen Nederlandse distributeur, en je mag hopen dat die alsnog gevonden wordt in het reguliere, voor volwassenen programmerende filmbedrijf.