KUNSTAMBTENAREN

“De beeldende kunsten voorzien meer ambtenaren dan kunstenaars van een redelijk inkomen”, aldus Henc van Maarseveen (NRC Handelsblad, 2 februari).

Méér dan redelijk zelfs, in de hoge rangen hoort er wereldwijd vrij reizen bij. Bovendien zet het systeem de kunstambtenaar op het voetstuk van de regent uit de vroegere bedeling. Hij deelt gunsten uit aan armlastigen die netjes doen en zeggen wat mijnheer verwacht. Met het ambt komt immers het verstand? Dus heeft de moderne kunstambtenaar een fijne neus voor wat internationaal de laatste mode is, en kan hij de daarbij horende publiciteit mee-regisseren. Van beeldende kunst hoeft hij niet meer te weten dan dat het nóóit mag lijken op wat men vroeger mooi vond, het etiket "grensverleggende vernieuwing' is genoeg. Hij weet zich bovendien beschermd door een veilig circuit van collega's.

Hoe gesloten die kring is, beschreef Truus Gubbels in '89 in het rapport van de Boekman Stichting, "Directies, Collecties en Commissies, aankoopbeleid van vijftien musea en de Rijksdienst Beeldende Kunst'. Dat rapport onthoudt zich van een eigen oordeel over kunstwaarden maar door de kieren van de interviews straalt toch de mateloze arrogantie van onze kunstregenten naar buiten, waar de duizenden staan die, met meer of met minder talent en vakmanschap, proberen een bestaan te vinden op het allengs oeverloos geworden terrein van de beeldende kunst. De regenten knutselen door aan regelingen die vooral hun eigen veilige bestaan overeind houden. De laatste vondst is de selectie van 1200 tot 1500 veelbelovenden die een jaargeld zullen krijgen.

Van Maarseveen schrijft “Men heeft weinig willen doen aan marktverruiming. Er bestaan geen fiscale faciliteiten, sponsoring wordt belast met BTW of schenkingsrecht, aankoop- of rentesubsidieregelingen worden wisselvallig ingevoerd, beperkt of weer afgeschaft.” Voor de laatstgenoemde regeling bestaat bij de kunst-bureaucratie inderdaad weinig enthousiasme, want die houdt in dat het onmondige publiek zèlf gaat kiezen wat het graag in huis heeft om naar te kijken. Dat hoeft niet volgens de regentenregel "wat de heren wijzen zullen de burgers prijzen'.