KRIJGSMACHT [2]

Door de zeven militairen uit de "sprekerspool' weg te bezuinigen maakt minister van defensie Ter Beek een verkeerde keuze, zo verwijt Eerste-Kamerlid M.L. Tiesinga hem (NRC Handelsblad, 8 februari).

De noodzakelijke binding tussen de krijgsmacht en (de rest van) de samenleving verdient extra aandacht gezien het kabinetsbesluit over afschaffing van de opkomstplicht in 1998. Die binding vormde naast het "vullingsargument', het belangrijkste motief voor het handhaven van de dienstplicht in een zogenaamde "kader-militie-krijgsmacht'. Tiesinga legt overigens een duidelijk verband tussen beide bestaansredenen voor dienstplicht: zonder binding, in casu van middelbare scholieren, zullen nimmer voldoende jongeren vrijwillig tot de krijgsmacht toetreden.

Een terechte vrees. Binnen de kazernepoort gelden momenteel overwegend dezelfde normen als daarbuiten. Dat is mede de verdienste van dienstplichtigen en hun belangenorganisaties. De discussie over de vrije haardracht of over seksuele voorkeuren werd in Nederland jaren geleden gevoerd en was zeker geen verkiezingsitem. Dat neemt niet weg dat juist afschaffing van de opkomstplicht tot extra aandacht voor die "vermaatschappelijking' van de krijgsmacht noodzaakt.

In het soldatenblad Twintig zegt minister Ter Beek dat hij van zijn geloof in het maatschappelijk belang van de dienstplicht is gevallen. Evenals bijvoorbeeld de Vereniging van Dienstplichtige Militairen, zo stelt hij. De VVDM pleit immers, na van haar oprichting in 1966 het tegendeel te hebben verkondigd, sinds een jaar voor afschaffing. De minister heeft dat "nieuwe evangelie' echter niet volledig gelezen: in het rapport "Einde oefening?' waarin de standpuntwijziging wordt gemotiveerd, worden voorwaarden genoemd.

Emancipatie van militairen tot volwaardige werknemers met bijbehorende rechtspositie en arbeidsvoorwaarden, evenwichtige medebeslissingsrechten in Den Haag zowel als op de kazerne en de versterking van vakorganisaties van beroepsmilitairen acht de VVDM noodzakelijk om het democratisch gehalte van de krijgsmacht, de band met de burgermaatschappij en de openheid te garanderen.

Dienstplichtigen vormen tot 1998 de meest omvangrijke sprekerspool die mevrouw Tiesinga zich maar kan wensen. Daarna dienen nieuwe instrumenten te worden geschapen om te voorkomen dat er wederom vervreeding ontstaat tussen de werelden achter en voor de slagboom.