Kok naast het tijdpad

Minister van financiën Wim Kok liet onlangs weten dat we wel iets rustiger aan kunnen doen met het verkleinen van het tekort bij de overheid. Boe-geroep van de publieke tribune: "Bij Kok zijn de verkiezingen al begonnen' en "De partijleider heeft het van de solide financier gewonnen'.

Partijgenoot en fractieleider Wöltgens stond vanzelfsprekend achter zijn minister. Ook premier Lubbers bleek Kok te steunen. Maar CDA-fractievoorzitter Brinkman vond dat we aan de verkleining van het financieringstekort moesten blijven vasthouden. Oppositieleider Bolkestein sloot zich daar vuurspuwend bij aan.

Als toeschouwer vraag je je af wie nu gelijk heeft. Kok, Wöltgens en Lubbers hebben doorgeleerd in de economie, Brinkman en Bolkestein niet. Zouden economen vóór zijn en niet-economen tegen? Weten economen iets wat de anderen niet weten?

Bij de overheid gaat een hoop geld om. Zoveel, dat het mogelijk is om met de Rijksontvangsten en -uitgaven invloed uit te oefenen op het wel en wee van de economie. Begrotingspolitiek is een van de belangrijke instrumenten die een regering in handen heeft om een economie te stimuleren of af te remmen. Volgens de theorie moet de regering dan een beleid voeren dat tegen de conjunctuurcyclus in gaat, een anti-cyclisch beleid. Dus afremmen als de economie over zijn toeren dreigt te raken doordat de mensen meer willen kopen dan er kan worden gemaakt. En gas geven als de fut eruit dreigt te raken.

Afremmen kan de regering door bij voorbeeld tijdelijk wat belastingtarieven te verhogen. Op die manier wordt koopkracht bij de burgers afgeroomd. Deze extra belastingontvangsten worden door de minister van Financiën netjes bewaard. Ze komen pas weer tevoorschijn als de economie terugloopt en ze een koopkrachtinjectie best kan gebruiken. Als consumenten en investeerders in binnen- en buitenland het laten afweten en hun aankopen uitstellen. Als fabrikanten met onverkochte voorraden blijven zitten, korter gaan werken en bedrijven sluiten.

De Nederlandse economie zit op dit moment in zo'n proces van inzakkende bedrijvigheid. Zodra dat duidelijk werd, snelde minister Kok dan ook naar de kast waar hij de koopkracht bewaart die hij in de vorige hoogconjunctuur afroomde. Jammer, die potjes waren leeg. Er was in de vorige hoogconjunctuur geen gelegenheid geweest om wat belastingontvangsten opzij te leggen voor "slechte tijden'. De gestegen ontvangsten zijn al jaren nodig om het financieringstekort te verkleinen. Een tekort dat tegelijkertijd wordt aangepakt door de uitgaven minder snel te laten stijgen.

Tot dusver werd minister Kok alom geprezen omdat hij zo mooi langs het uitgezette tijdpad liep. Dat pad voert naar een financieringstekort van 3,25 procent van het nationaal inkomen in 1994. In 1990 was het nog 5,2 procent, in 1991 en '92 4,25 procent, voor 1993 is 3,75 procent geraamd. Die verkleining van het financieringstekort is nodig om de groei van onze Staatsschuld in te perken. En dat is weer nodig omdat we over die schuld zoveel rente moeten betalen dat de uitgaven voor broodnodige zaken als onderwijs en wegenbouw in de knel komen.

Kok wil nu van dat tijdpad afwijken. Langs het pad blijven lopen betekent immers dat hij moet doorgaan met bezuinigen in een teruglopende conjunctuur. En dan blijft het niet bij de al geplande bezuinigingen. Er moet nog eens extra worden gesnoeid omdat intussen de belastingontvangsten ook beginnen tegen te vallen. De fiscus merkt al snel dat er minder geld naar de schatkist stroomt wanneer de inkomens en winsten teruglopen.

De minister zit nu met een dilemma. Om de staatsfinanciën te saneren moet nog steeds flink worden bezuinigd. Maar, denkt hij, als ik bezuinig terwijl de economie inzakt, ben ik bezig met een pro-cyclisch beleid. Ik versterk de neergang en vergroot de werkloosheid. Volgens het boekje zou ik nu geld uit mijn anti-cyclisch-beleid-potjes moeten halen, maar die zijn leeg. Wat ik wel kan doen is: minder bezuinigen. Daarmee versterk ik de neergang minder dan wanneer ik het tijdpad voor het financieringstekort strikt zou volgen.

Kok geeft daarmee tijdelijk voorrang aan het behoud van werkgelegenheid (of het niet verder afbreken daarvan) boven het op orde brengen van de huishoudkas. Een keuze die je in de gegeven omstandigheden positief kunt beoordelen. Waarom zou de overheid de conjuncturele neergang versterken? Het blijft daarbij jammer dat de overheidsfinanciën niet krachtiger zijn aangepakt toen we er, onder minister Ruding, beter voor stonden. Dan zou er nu meer ruimte voor een stimulerend begrotingsbeleid zijn.