Kleine verandering van klimaat leidt tot overstromingen

Kleine klimaatsveranderingen kunnen tot catastrofale overstromingen leiden. Dat concludeert James Knox van de Universiteit van Wisconsin na een historische analyse van de overstromingen die de afgelopen 7000 jaar plaatsvonden in het Mississippi-bekken.

De bovenstromen in het Mississippigebied blijken zeer gevoelig te zijn voor kleine klimaatsveranderingen. Tijdens de warme periode van zo'n 5000 tot 3300 jaar geleden kwamen grote overstromingen nauwelijks voor. Toen echter het klimaat daarna koeler en natter werd, volgden extreme overstromingen, zoals men die in ons huidige klimaat hooguit eens in de 500 jaar zou verwachten, elkaar in hoog tempo op. Nog ernstiger overstromingen moeten zich in het Mississippibekken hebben voorgedaan tussen 1250 en 1450 na Chr., toen het kouder werd op aarde en de Kleine IJstijd intrad.

De Amerikaanse onderzoeker wist dit alles af te leiden uit geologisch onderzoek aan de kiezels en keien die hij in diverse alluviale lagen in het stroombed van de Mississippi aantrof over een gebied van honderden vierkante kilometers. Zo viel te berekenen hoe diep het stroombed minimaal moest zijn geweest om de grofste stenen over een bepaalde afstand te kunnen meesleuren. Het tijdstip van de overstromingen werd vastgesteld door datering van organisch materiaal tussen de keien.

De overstromingen ontstonden door relatief kleine klimaatsveranderingen, waarbij de gemiddelde jaartemperatuur niet meer dan twee graden afweek en de gemiddelde jaarlijkse neerslag niet meer dan 10 tot 20 procent veranderde. Blijkbaar kan een kleine klimaatsverandering voor grote veranderingen in het overstromingspatroon zorgen. (Nature, 4 febr.)