Klein tehuis wil soepeler werktijdenbesluit

ROTTERDAM, 18 FEBR. Het werktijdenbesluit voor de zorgsector, dat sinds 1 januari van kracht is, is onwerkbaar in kleine instellingen. Hierover zijn werknemers en werkgevers het roerend eens. Morgen zal een gezamenlijke delegatie van bonden en werkgevers minister De Vries (sociale zaken) om een versoepeling van de regels vragen.

Bijna twintig jaar is er in diverse gremia gediscussieerd over een wettelijke regeling van werktijden in de zorgsector. De bedoeling ervan was om een evenwichtige verdeling tussen werklast en hersteltijd te garanderen voor werknemers die op bijzondere tijden (zoals 's nachts) werken. De regeling zoals die sinds 1 januari van kracht is geldt zowel voor grote instellingen als ziekenhuizen en zwakzinnigeninrichtingen, maar ook voor kleinschalige voorzieningen als gezinsvervangende tehuizen. Met name in deze voorzieningen klagen werknemers en werkgevers dat de nieuwe regels misschien wel goed zijn voor ziekenhuizen, maar niet voor hen: er vallen geen werkbare roosters mee te maken.

“Het kan niet”, zegt I. Floris van gezinsvervangend tehuis Rosario in Hoogkarspel. De dertien medewerkers van het tehuis zijn met de nieuwe regels niet zo in te roosteren dat er altijd een bevoegde begeleider aanwezig is. Een van haar belangrijkste grieven is dat er inclusief een slaapdienst nu nog maar 18 uur achter elkaar mag worden gedraaid. Vanouds kent het gezinsvervangend tehuis, zoals de meeste kleinschalige instellingen, 24-uursdiensten. Zo werkte iemand bijvoorbeeld van vrijdagmiddag 16.00 uur tot zaterdag 13.30 en van zondag 13.00 tot maandag 10.00. Zo'n rooster leverde 34,5 betaalde uren op en 24 uur rust tussen beide werkperioden. Dit mag nu niet meer. Volgens de nieuwe regels zou het wel zo mogen: vrijdag, zaterdag en zondag van 16.00 tot de volgende morgen 8.00 uur. Ook dit levert de begeleider 34,5 betaalde uren, maar in plaats van twee keer moet hij drie keer komen, en in plaats van een weldadig etmaal rust, moet hij het met twee maal acht uur rust stellen.

Een andere grief is de beperking van het aantal slaapdiensten per jaar. In de CAO was geregeld dat dit er maximaal 130 mochten zijn. Het werktijdenbesluit beperkt dit tot 91. “Volgens ons is dit helemaal niet nodig”, stelt AbvaKabo-bestuurder P. van Loon. Gisteren heeft hij samen met zijn CFO-collega overlegd met de werkgeversorganisatie Fiad-Wdt en met een actiecomité van werknemers. Het comité wist in korte tijd 720 handtekeningen te verzamelen van werknemers in gezinsvervangende tehuizen, aldus Floris, een van de leden van het actiecomité. Ook werden vanuit meer dan tweehonderd gezinsvervangende tehuizen protestbrieven verstuurd naar de minister van sociale zaken.

Het derde punt waarmee men in kleine voorzieningen niet kan werken is de verplichting een half uur te pauzeren na maximaal 5,5 uur werk. Vaak is er maar één begeleider aanwezig. Als die moet pauzeren, zou er voor dat halve uur iemand anders moeten komen. “De regels die zijn bedoeld om arbeidsomstandigheden te verbeteren, zijn juist een verslechtering” zegt ook G. Bethlehem, stafmedewerker van het bureau arbeidszaken van Fiad-Wdt. “Vroeger hadden alle medewerkers bijvoorbeeld om het weekeinde vrij, nu nog maar een weekeinde in de drie weken. De roosters van fulltimers zijn niet meer rond te krijgen. Of mensen moeten terugkomen op tijdstippen dat ze niet echt nodig zijn, of ze moeten gebroken diensten van twee uur draaien. Dat is ook niet prettig.”

De werkgevers klagen daarnaast nog over extra kosten die de regels met zich meebrengen: omdat er minder lang mag worden gewerkt, moeten er meer diensten worden gedraaid en dus meer overdrachten plaatsvinden. Dat kost tijd en daarvoor moet dus extra personeel worden aangetrokken.