Kamer heeft straks niemand meer om achter te schuilen

DEN HAAG, 18 FEBR. De Tweede Kamer brult. Als een leeuw. Alle adviesorganen van de regering moeten weg. En een beetje snel graag. Binnen drie jaar moeten ze verdwenen zijn. Per departement één adviesraad, en dat is het dan.

Dus weg met de Raad van advies voor de ruimtelijke ordening. Weg met de Centrale raad voor de milieuhygiëne. Weg ook met de Mediaraad en weg met de Raad voor het binnenlands bestuur, om eens enkele zware colleges te noemen.

Maar wie gaan dan straks die moeilijke beslissingen voorbereiden? Doen de ambtenaren dat dan voortaan zelf? En waar moeten ministers straks netelige kwesties parkeren? En nog erger, achter wie moet de Tweede Kamer zich bij ongemakkelijke problemen verschuilen als ze het zelf even niet weet?

Een speciale Kamercommissie, onder leiding van het CDA-Kamerlid De Jong, presenteerde gisteren vergaande voorstellen die in grote lijnen door de Kamerfracties worden gesteund. Daarmee onstaat een nieuw moment in het debat over de advisering aan de rijksoverheid. Zo'n 25 jaar al vecht de politiek tegen de adviesraden en nog nimmer lukte het deze zevenkoppige draak binnen de rijksdienst te verslaan. Waar hier een commissie verdween, staken er elders twee de kop op.

Het gisteren verschenen advies van een commissie uit de Kamer heeft revolutionaire elementen. De Kamer wil radicaal breken met een cultuur, waarbij overleg en advies groezelig door elkaar lopen, waarbij deelbelangen overheersen en waarbij belangenbehartigers een te grote greep hebben op het beleid. Kortom, de stroperigheid van het besluitvormingsproces wordt aangepakt, zo lijkt het.

Heeft de grote schoonmaakoperatie kans van slagen? Ja en nee. Het klimaat in Den Haag is rijp voor verandering. In het parlement bestaat momenteel een breed gedragen gevoel om te komen tot bestuurlijke en staatkundige vernieuwing.

Maar tegelijk vertoont de politieke praktijk een sterke behoefte om Jan en Alleman advies te vragen. Adviesorganen ontstaan niet in het wild, al is die beeldvorming hardnekkig. Ze worden in het leven geroepen door beslissingen van ministers, vaak op uitdrukkelijk verzoek van het parlement. Wordt het even moeilijk of is het ingewikkeld, dan willen parlementariërs zich graag op adviezen kunnen beroepen. Dat maakt de keuze gemakkelijker of biedt de mogelijkheid keuzes te ontlopen.

Pag.3: Voorstellen ontkennen soms werkelijkheid

De voorstellen die nu voorliggen zijn gedurfd, maar dragen hier en daar ook een ontkenning van de werkelijkheid in zich. Zo is de voorkeur voor één adviesorgaan per departement een begrijpelijke keuze voor generale advisering tegenover de ver doorgeschoten verkokering. Tegelijk is de maatschappelijke realiteit complex. Zo is het bijvoorbeeld ondenkbaar dat op het rijk geschakeerde departement van welzijn, volksgezondheid en cultuur één adviesorgaan effectief over uiteenlopende terreinen als toneel, sportbeoefening, commerciële omroep, ouderenbeleid en tarieven van medische specialisten zal kunnen adviseren. Dus ontstaan er ongetwijfeld onderraden. En wat dan gebeurt is duidelijk. Onder de formele mantel van de ene adviesraad ontstaat een snel uitdijende reeks onderraden.

Het krachtige advies bevat echter ook een achterdeurtje. Op "zwaarwegende gronden' mogen ministers afwijken van de gulden regel dat zij zich slechts door één adviesorgaan laten adviseren. Zie hier de ontsnappingsweg, die waarschijnlijk door menig bewindsman gekozen zal worden.

De commissie kiest voor advisering door deskundigen, door "generalistisch' ingestelde en "onafhankelijke' deskundigen zelfs. Maar wie zijn er in dit land eigenlijk deskundig, generalist en onafhankelijk tegelijk? De commissie beseft ook dat ze hier wellicht te hoog reikt. Natuurlijk, zo agumenteert de Kamercommissie, is het ook weer niet de bedoeling dat deskundigen geweerd worden omdat ze bindingen hebben met belangengroepen of maatschappelijke organisaties. Zolang ze hun belangen maar niet gaan vertegenwoordigen. Wat de commissie voorstaat is een "onafankelijkheid in gebondenheid' en dat lijkt een gekunstelde figuur.

De enige min of meer deugdelijke vorm van onafhankelijke advisering door deskundigen in dit land is die van de Kroonleden in de Sociaal-Economische Raad, veelal hoogleraren economie en openbare financiën. Tegen de deelbelangen van werkgevers en werknemers bewaken zij de continuïteit, het algemeen belang en de realistische lijn. De universiteiten zijn gewaarschuwd. Er gaat straks hard getrokken worden aan hun professoren.De voorstellen over de adviesorganen zullen in ieder geval leiden tot een stevige confrontatie tussen Kamer en kabinet, of liever tussen Kamer en individuele ministers. Zij zullen hun departementale fort en de inrichting van hun organisatie met hand en tand verdedigen.

Voor individuele ministers bevat het rapport over de adviesorganen veel onaantrekkelijke elementen, voor de minister-president ligt dat geheel anders. De Kamercommissie adviseert voor de advisering die departementale grenzen en belangen overschrijden instelling van een "interssectoraal' adviesorgaan. Die superadviesclub moet komen onder de verantwoordelijkheid van Algemene zaken, dus van de minister-president. Zelden heeft de Tweede Kamer de minister-president zo'n mooi geschenk aangeboden. Of de minister-president dit parlementaire cadeau ook in volle vrijheid kan accepteren, is tegelijk maar zeer de vraag.