Haar hele lichaam beeft van de bassen

Marcanti Plaza, Jan van Galenstraat 6-10 in Amsterdam. Elke zaterdag v.a. 23.00u kan er gedanst worden.

Voor de deur, in de ijzige mist, wacht een lange rij. Binnen blijkt waarom het zo langzaam gaat: de bezoekers worden door een metaaldetector geleid onder het wakend oog van vierkante portiers. “Heb je een pistool bij je”, vraagt een van hen aan een meisje dat zo te zien niet aan de leeftijdsvoorschriften (20 jaar en ouder) voldoet. De discotheek als vliegveld.

Marcanti Plaza herbergt Amsterdams jongste en grootste dansvloer. Elke zaterdagnacht leidt een duo deejays de dans in het "multi media & entertainment centre' in Amsterdam-West. Deze avond waren Alvredo en Per aan de beurt, komende zaterdag zijn het Per en Eva.

Een meisje stelt zich beslist op naast de luidspreker die boven haar uit torent. Haar hele lichaam beeft van de bassen. Haar voeten blijven op de grond, alleen haar knieën dansen. Ze zal deze nacht niet meer van haar plaats komen.

Per, naar eigen zeggen een van de tien dj's in Nederland die “echt mensen trekken”, staat garant voor een hele nacht housen. Snoeiharde drums en bassen, opgevuld door de synthesizer. Tientallen minuten kunnen voorbijgaan zonder dat een menselijke stem uit de boxen klinkt. Af en toe, in de break van een nummer, staat heel de dansvloer stil. Het wachten is op de eerstvolgende beat, dan komt het raderwerk weer op gang.

De muziek mag in de jaren van de discotheek veranderd zijn, sommige dingen veranderen nooit. De spiegelbol is dan wel verdwenen boven de grootste dansvloer, maar er schieten nog altijd laserbeams uit de lampen en nog altijd wordt de dansvloer om de zoveel tijd in rook gehuld. Meisjes dansen nog altijd in een kring rond het hoopje tassen dat ze op de grond hebben gelegd.

Drie ingehuurde, zwart-leren dansers en een metershoge travestiet die sigaretten en snoep verkoopt moeten de extravagante toon zetten voor een extreem publiek. Maar de meeste bezoekers van Marcanti Plaza zien eruit alsof ze regelrecht van de Kalverstraat zijn doorgelopen naar de dansvloer. Opgepompte jongens in spijkerbroek die dansen of ze in de sportschool staan, geblondeerde meisjes met bustiers en leggings.

“Dit is het publiek dat de Roxy niet inkomt.” In de bar naast de dansvloer bespreken een jongen en een meisje hun ervaringen. “Fake”, oordeelt de jongen. “Fake en pretentieus.” Ze wijzen op de rood pluchen fauteuils in de bar, op de gouden engeltjes en heiligenbeelden aan het plafond in de zaal.

“En saai.” De jongen kruimelt een blokje hasj in zijn joint. “Kijk, wil je een beetje uit je bol gaan, dan moet er wat te slikken zijn.” In de huisregels die aan de buitendeur hangen staat dat harddrugs in Marcanti Plaza verboden zijn.

Als zij uitgaan is het naar de Roxy, de bakermat van de house in Nederland, in het centrum van Amsterdam. Daar is het publiek zo wild als de muziek die ze er horen - en anders kunnen ze daar wèl de pillen krijgen om hen uit hun dak te tillen. In Marcanti PLaza komen ze een avondje om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Maar met de muziek is niks mis, verzekeren ze. Die is immers van Per.