Geen spandoeken ten teken van rouw, geen tranen of woede rond vertrek Bergkamp en Jonk; Het valt wel mee met het verdriet van Amsterdam

ENSCHEDE, 18 FEBR. Met het verdriet van Amsterdam valt het wel mee. Er is geen samenscholing waargenomen van protesterende supporters in het stadion de Meer deze week, er zijn in Milaan geen ruiten van het clubgebouw van Inter door woedende Amsterdammers ingegooid en in het Diekman-stadion in Enschede hing gisteren geen spandoek met teksten ten teken van rouw. Het aanstaande vertrek van het koningskoppel Bergkamp-Jonk heeft rondom Ajax nauwelijks emoties losgemaakt.

Misschien begripvol, maar ook lijdzaam laat Amsterdam weer zijn beste voetballers vertrekken. De gezichten van de bestuurders vertoonden deze week dualistische trekjes. Aan de ene kant de teleurstelling, aan de andere kant de trots, het gevoel rijk te zijn en de hoop dat het zoals altijd met Ajax wel goed zal gekomen. Misschien liet alleen trainer Van Gaal duidelijk zien hoe zwaar het vertrek van zijn beste spelers Ajax - de twee-eenheid was zijn creatie - zal wegen. Zelfs zijn zelfvertrouwen moet hem even in de steek hebben gelaten.

Waar zijn de emoties van de gepassioneerde clubliefde? Zoals de supporters van Fiorentina massaal het centrum van Florence introkken om voor het clubgebouw te protesteren tegen de verkoop van Roberto Baggio aan Juventus. Zoals de Torino-tifosi luidkeels dreigden AC Milan-voorzitter Berlusconi te vermoorden omdat hij hun favoriet Gianluigi Lentini - voor drie keer zoveel als Bergkamp nu - had weggekocht. Tranen en woede, zover gaat de passie niet van de Nederlandse voetbalsupporter.

Ajax rekent zich rijk in de hoop tegenspel te kunnen bieden aan rijke clubs. De club verkneukelt zich met de gedachte net als PSV de spelers te kunnen kopen die zij willen en spelers salarissen te betalen die zij wensen. Waar eens clubs als PSV afgunstig werden weggehoond om hun kapitalistische inslag, dreigt Ajax nu dezelfde wapens te willen gebruiken. Misschien is het wel de enige mogelijkheid voor de Amsterdammers om zich te kunnen blijven meten met de Europese top. Maar tegelijkertijd zou de club zijn trotse reputatie als opleidingsinstituut te grabbel gooien. Van Gaal waakt voor te grote euforie, voor de idee dat geld gelukkig maakt. Hij heeft al gezegd slechts te willen investeren in spelers die in zijn visie passen.

Hoe rijk de club ook wordt, Ajax zal nooit kunnen opboksen tegen de cultuur en de verleidingen van Zuideuropese, met name Italiaanse clubs. Zoals elke jonge Nederlandse voetballer er van droomt Ajacied te worden, zo zal elke Ajacied er van dromen eens te mogen voetballen in Milaan, Turijn, Rome, Barcelona of Madrid. Niet eens om al het geld. Wanneer Bergkamp en Jonk dezelfde bedragen bij Ajax zouden kunnen verdienen als nu bij Inter, zouden ze ook vertrekken. Dat geldt ook voor andere Ajacieden, hoe veel meer salaris ze nu in Amsterdam tegemoet kunnen zien. Hoe sterk hun Ajax-gevoel ook is. En dat zal altijd zo blijven, zolang voetbal in Italië religie is en in Nederland tijdverdrijf.

De manier waarop al die jaren beleid is gevoerd, dat is de charme van Ajax. Daarmee oefent de club aantrekkingskracht uit op de voetballiefhebber. Daardoor is Ajax ook zo populair geworden, populairder dan PSV. Het mag niemand verbazen als Van Gaal de komende zomer slechts twee spelers koopt. Mogelijk alleen een goede, jonge verdediger en een aardige vleugelspits met toekomst, spelers die passen in zijn systeem, het systeem waarin de Ajax-trainers al de jongste jeugd laten spelen.

Dat Bergkamp en Jonk een gat achterlaten is voorlopig onvermijdelijk. Zeker de acties en de doelpunten van Bergkamp zullen worden gemist. Voor hem lijkt nog geen vervanger aanwezig. Voor de plaats van Jonk zijn er mogelijkheden. Zoals Rob Alflen bij afwezigheid van de geblesseerde Jonk op de plaats van de Volendammer tegen FC Twente, voor Ajax perspectieven biedt. De Utrechter heeft (nog) niet de beschikking over die subtiele, spreidende en splijtende passes die Jonk zo belangrijk maken, maar hij is sterk aan de bal, heeft een goed spelinzicht en kan ook schieten.

Gisteren schoot Alflen van twintig meter in de eerste minuut van de verlenging van het bekerduel strak in de kruising. Hij leidde daarmee de Ajax-winst in. Allerminst verrassend was de verklaring van Van Gaal dat hij al wist dat Alflen een goed alternatief voor Jonk is. “Hij heeft al eerder op die plaats gespeeld. En toen deed hij het ook goed”, zei de trainer, die er nooit een geheim van heeft gemaakt gek te zijn geweest van de Utrechtse middenvelder.

Of Ronald de Boer een alternatief voor Bergkamp is in de spits, moet nog maar afgewacht worden. Spelend naast of achter de voor Ajax-begrippen fletse Pettersson ziet de toekomstige aanval er niet indrukwekkend uit. Gisteren opereerde De Boer op de rechtervleugel in plaats van Petersen. Hij kreeg niet veel kans tegen zijn oude clubgenoot Karnebeek.

De Boer liet gisteravond voor de wedstrijden enkele duizenden Mars-repen uitdelen onder de supporters die een paar weken geleden nog zijn supporters waren. Na afloop in de bestuur- en perskamer trakteerde hij nog eens op borrelhapjes. Met pijn in zijn hart was hij bij Twente vertrokken. Dat was duidelijk. Maar zijn droom was werkelijkheid geworden. Hij kon voor Ajax spelen. Terug naar Ajax. Dat begreep iedereen. Want wie wil er niet naar Ajax. Intussen wordt er beweerd dat er belangstelling bestaat van Italiaanse zijde, Sampdoria, voor hem en/of zijn broer Frank. Een nieuwe droom lonkt. Jammer voor Ajax, met al die miljoenen.

In de catacomben van het Diekman-stadion stond na afloop een andere spits te dagdromen. Michael Mols. Twee jaar geleden was hij nog de zesde spits van Ajax. Van Gaal kon hem geen toekomst bij Ajax garanderen. Mols liet zich verhuren aan Cambuur, tekende daar een paar maanden later een contract omdat hij meende dat hij bij Ajax nooit meer een kans zou krijgen. Een jaar later werd hij door FC Twente van Cambuur gekocht als vervanger voor De Boer. Gisteren zag hij zijn oude Ajax-vrienden weer, Silooy, Kreek, de De Boertjes, Vink en Davids, met wie hij samen in het tweede had gespeeld.

Mols, 22 jaar, een spits die alles kan met de bal, merkte Ajax. Na afloop werd hij in de armen genomen en geknuffeld door zijn vroegere Ajax-trainer Bobby Haarms. Hij kreeg complimenten. Leuk, dat hij nog zo gewaardeerd werd door zijn oude clubgenoten. Want de Ajax-familie is trots op zijn kinderen. Misschien, heel misschien, droomde Michael Mols. Terwijl hij daar naast zijn vader stond te kijken naar Ajacieden in hun mooie kostuums, met hun mooie tassen, met hun uitstraling. Misschien komt zijn droom ook nog eens uit. Terug naar Ajax. En dan naar Italië?