FASCISME

In de door J.L. Heldring aangezwengelde discussie over de relatie tussen democratie en fascisme wordt een niet onbelangrijk fenomeen over het hoofd gezien. Dat is de rol van communistische of socialistische invloeden bij de ondergraving van de democratie door het fascisme. Socialistische c.q. communistische politiek is nauw verbonden met activering van de massa. Dit betekent echter niet dat een beroep op de massa de democratie in de kaart speelt. Populistische bewegingen keren zich uit onvrede over een hun onwelgevallige gang van zaken eerder tegen democratische besluitvorming.

Een democratie behoort naar zijn wezen gedragen te worden door het volk. En dan niet door het volk in de zin van de onderste lagen van de samenleving, maar door een brede laag van burgers, van mensen die bereid zijn een langs democratische weg tot stand gekomen overheid te vertrouwen en te steunen. Zonder deze steun - wat nog wat anders is dan een meerderheid van 50 procent plus één - kan een democratie op den duur niet functioneren. Of die steun er is, dat wil zeggen of het gezag van de overheid door grote delen van de samenleving erkend wordt, hangt niet alleen af van de inhoud van de politiek die wordt bedreven, maar in niet geringe mate ook, van hoe die overheid haar gezag uitoefent of na laat dat gezag uit te oefenen.

Een van de misverstanden die de democratie bedreigen is dat een democratische overheid niet krachtig en vastberaden zou mogen en kunnen regeren. Als men onwillige en tot lijdelijk verzet geneigde groeperingen aan de rand van de samenleving aanziet voor uitingen van de volkswil, waartegen men aarzelt op te treden, verliest een overheid haar gezag bij die delen van de bevolking die in de praktijk wel bereid zijn haar gezag te aanvaarden.

Fascisme en nationaalsocialisme zijn erin geslaagd de democratie omver te werpen doordat in Italië en Duitsland de democratie was aangetast door anti-democratische, op vernietiging van de vigerende liberaal-kapitalistische samenleving uit zijnde minderheden van communistische en socialistische herkomst. De zich daardoor begrijpelijkerwijs bedreigd voelende burgerij verloor haar vertrouwen in een overheid die niet bij machte bleek het straatgeweld en de publieke chaos te keren. Zo werd zij een gemakkelijke prooi van Mussolini en Hitler.

Een op vrijheid en verantwoordelijkheid gebaseerde samenleving, zoals die in een gematigde vrije Westerse economie gestalte heeft gekregen is gebaat bij een krachtige handhaving van de persoonlijke vrijheid en veiligheid van de burgerij. Democratie gedijt slechts als de burgers bereid zijn een gezag te erkennen dat hun de mogelijkheid biedt zich op eigen kracht te handhaven, zonder het risico te lopen gebrandschat te worden door Jan Rap van de straat of diens naamloze maat in de bureaucratie.

In de huidige situatie lijkt de democratie niet bedreigd te worden door communistische of socialistische aanslagen. Mits men zich niet van de wijs laat brengen door anti-fascistisch geschreeuw of anti-racistisch gejoel, dat in wezen anti-democratisch is, omdat het de middelen die de overheid ter beschikking staan om de naleving van de wet te verzekeren afwijst. Dat uit zich enerzijds in loze kreten over de politie-staat en anderzijds - en dat is ernstiger - in parlementariërs die niet meer willen luisteren naar een hoofdcommissaris die hen met de neus op verontrustende feiten drukt.