EUTHANASIE

Prof. W. Kramer uit Leiden heeft op 5 februari in de brievenrubriek zijn adhesie betuigd met de stellingname van de Nederlandse bisschoppen in het euthanasievraagstuk. Hij stelt de vraag of de mens het recht heeft om te leven en te sterven en leven te vermenigvuldigen zoals hem goeddunkt, of dat de gemeenschap hem moet beschermen tegen eigendunkelijk handelen.

Of men neemt aan dat de mens het recht heeft om over eigen leven en dood te beslissen, in welk geval de gemeenschap er buiten dient te blijven, anders berust dat recht niet meer bij hem, maar bij de gemeenschap;

Of men neemt aan dat het leven toebehoort aan iets dat onze verstandelijke vermogens te boven gaat en dat wij met het begrip god of het goddelijke binnen ons denkraam trachten te passen. In dit geval is god of het goddelijke die/dat over het leven kan beschikken, met uitsluiting van welke gemeenschap dan ook. Anders zou die gemeenschap wel eens tegen de wil van god of het goddelijke kunnen ingaan, hetgeen opnieuw een erfzonde zou betekenen. Wij mogen aannemen dat zoiets niet in de bedoeling van bisschoppen ligt.

Verder stelt Kramer dat de arts zichzelf moet zien als hoeder van de natuur, wier wetten door de kerkelijke genootschappen in de maatschappij mede in stand worden gehouden. De geschiedenis heeft ons echter geleerd dat de kerkelijke genootschappen van de wereldgodsdiensten zich weinig van die natuurwetten hebben aangetrokken. Nota bene de kerk van de bisschoppen heeft in de bijna twintig eeuwen van haar bestaan weinig eerbied voor het leven getoond. Nederland is weer tot missieland verheven. Of vernederd. Staan ons weer inquisitie, brandstapels, heksenprocessen, katharenjachten te wachten?

Gezien de historie van de kerkgenootschappen in de wereld mogen wij niet al te optimistisch zijn over hun interpretatie over de eerste natuurwet: naastenliefde.