De wolharige Dima stierf van de honger; Mammoeten uit de diepvries-schatkist

Tentoonstelling Mammoeten. T/m 15 mei. Museum Schokland, De Deel, Emmeloord. Dag 10-18u. Inl 05270-33204. Bij een groot aantal stations in het Noorden en Oosten van ons land en op de stations in en rond Amsterdam en Flevoland is een NS Combikaartje Mammoeten te koop, dat korting geeft op trein- en busreizen en op de toegang tot het museum. Inl 06-9292.

Van Katharina, een mammoetbaby van zes weken oud, is de open fontanel nog zichtbaar. Zij is de jongste van zeven mammoeten die in 1988 werden opgegraven in de grindgroeve bij Sevsk, Rusland. Een fragiel skeletje waaraan de slagtanden nog ontbreken. Bij haar broertje van anderhalf is aan weerszijden van de slurf een voorzichtig begin te zien van het witte ivoor. De vijftigjarige nestor van de groep - hun vader? een oom? - torent boven de jonge dieren uit, maar is weer een kleine jongen vergeleken bij Oscar. Oscar is meer dan vier meter hoog en heeft slagtanden van tweeëneenhalve meter lang. Het dier werd twintig jaar geleden opgegraven in Beieren, compleet met huid en haar. De originele Oscar bevindt zich in Duitsland. In Museum Schokland in Emmeloord staat op het ogenblik een replica opgesteld: een afgietsel van het skelet, bekleed met een roestbruine, langharige vacht van Argentijns bisonhaar. Van Katharina en haar familie zijn in Emmeloord de originele skeletten te zien.

De ontdekking van het mammoetkerkhof in Sevsk was de belangrijkste mammoetvondst tot nu toe. Behalve de zeven bijna complete skeletten van Katharina en haar familie, kwamen er meer dan vierduizend losse skeletdelen boven de grond. En een vermogen aan ivoor. Maar de diepvries-schatkist is nog lang niet leeg. In de permafrost van Siberië moeten nog duizenden dieren liggen, goed geconserveerd door het ijs. Wanneer zij door ontdooiing boven de grond komen - meestal in rivierbeddingen - worden de kadavers in een mum van tijd kaalgevreten door wilde dieren, waardoor meestal alleen nog skeletten worden aangetroffen.

De eerste meldingen over vondsten van mammoetoverblijfselen dateren van rond 1700, in Siberië. Pelsjagers stuitten op schedels, delen van skeletten, slagtanden, en soms zelfs stukken huid. Dat de resten hadden toebehoord aan een groot dier was duidelijk, maar hoe dat er uit had gezien, was nog een raadsel. De meest bizarre fantasiedieren werden geschetst. Sommigen zagen de slagtanden aan voor horens, wat een rund-achtig beeld opleverde. Het slurfgat voorin de schedel, deed denken aan een éénoog, of éénhoorn. Andere mensen dachten te maken te hebben met een reusachtige aardmol, die onder de grond met zijn slagtanden rondwoelde in de aarde, en stierf zodra hij aan zonlicht werd blootgesteld. Deze aardmol-theorie gaf de mammoet zijn naam: in het Russisch "mamont', waarin het woord "mama' zit, dat aarde betekent. Begin vorige eeuw kon, na de vondst van een mammoetkadaver in de monding van de Lena, het eerste skelet in elkaar worden gezet. En toen begon het er een beetje op te lijken: een tekening uit 1804 toont een zwijnig dier, weliswaar nog zonder slurf, maar met toch al duidelijk olifanteske trekken. De Franse geoloog Cuvier sprak in 1860 het verlossende woord: de mammoet moest een soort pool-olifant zijn geweest die tijdens de ijstijd leefde. En daarmee sloeg hij de spijker op de kop.

Een heel bijzondere vondst werd gedaan in 1977, toen goudzoekers een zeven maanden oude mammoetbaby in het ijs vonden. "Dima' was 104 cm hoog en 115 cm lang. Het dier was nog helemaal intact, ook zijn slurf, wat zeer uitzonderlijk is, omdat dat een van de zachtste delen van een mamoetlichaam is en dus het eerst vergaat. Dima's maag was nagenoeg leeg en zij had geen vetlagen meer. Het mammoetje moet ongeveer vijftientienduizend jaar geleden in een kloof zijn gevallen, en daar van honger zijn omgekomen.

De skeletten van Katharina en de haren zijn eind vorig jaar na lang soebatten vrijgegeven door de Russen. Voor het eerst worden ze nu in Emmeloord aan het publiek getoond. Op de tentoonstelling zijn bovendien skeletten te zien van andere ijstijddieren, zoals de wolharige neushoorn, de holenbeer en de grottenleeuw.