Curator wordt niet aangesteld om op directiestoel te gaan zitten

De bewindvoerder of curator is niet aangesteld om de continuïteit van de onderneming te waarborgen, werkgelegenheid te redden of om rekening te houden met de belangen van alle bij de onderneming betrokkenen. Dat waren de taken van de directie.

Als een onderneming echter in ernstige financiële moeilijkheden verkeert, benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders (bij surséance van betaling, op verzoek van de onderneming) of één of meer curatoren (bij faillissement, op verzoek van de onderneming of schuldeisers). Bovendien benoemt de rechtbank een rechter-commissaris, die toezicht houdt op de bewindvoerder of curator. Bewindvoerders en curatoren worden aangesteld in het belang van slechts één groep betrokkenen: de schuldeisers. Zij moeten ervoor zorgen dat de schuldeisers zo goed mogelijk aan hun trekken komen, dus zoveel mogelijk betaald krijgen op hun openstaande rekeningen. Het is de taak van de bewindvoerders en curatoren om de activa van de onderneming te verkopen en de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers.

Bij de verkoop van de activa moet de curator rekening houden met bijzondere rechten die bankiers, hypotheekhouders, pandhouders, leasemaatschappijen, leveranciers, fiscus en anderen pretenderen op alle of bepaalde activa. Dit leidt vaak tot gordiaanse knopen, die behoorlijke juridische achtergronden vereisen. Juist als er geld te weinig is, probeert iedere schuldeiser zo goed mogelijk uit de strijd te komen.

Bij de verdeling van de opbrengst moet de curator de volgorde aanhouden, die de wet aangeeft. Zo moeten afvloeiingskosten van het personeel volledig worden betaald (of terugbetaald aan de bedrijfsvereniging, die de afvloeiingskosten heeft voorgeschoten). Als dat is gebeurd, gaat de opbrengst naar de preferente crediteuren, voornamelijk de fiscus en bedrijfsvereniging. Daarna staan de concurrente crediteuren in de rij. Zijn zij volledig voldaan (wat zich in de praktijk vrijwel nooit voordoet) dan komen de achtergestelde leningen aan de beurt en uiteindelijk de aandeelhouders.

Het zal duidelijk zijn: de afwikkeling van surséances van betaling en faillissementen is juridisch nogal complex; daarom benoemt de rechtbank tot bewindvoerders en curatoren meestal advocaten, die in de faillissementspraktijk zijn geschoold, ervaring hebben met de problemen van ondernemers in goede en slechte tijden en weten wat de rechter-commissarissen van hen verwachten.

Natuurlijk is het zo dat bij de verkoop van de activa vaak wordt gestreefd naar going concern verkoop van onderdelen van de onderneming. Dat gebeurt, omdat zo'n going concern verkoop vaak veel meer opbrengt, dan de liquidatie van de losse bestanddelen. De gebouwen, voorraden en machines van een gesloten fabriek brengen vrijwel niets op. Maar indien diezelfde fabriek in vol bedrijf kan worden verkocht met personeel, klantenbestand en goodwill aan een andere ondernemer, die de fabriek wil herfinancieren en voortzetten, is de opbrengst vaak vele malen hoger. Het behoud van een gedeelte van de werkgelegenheid is dan een belangrijk bijkomend voordeel, en bespaart aanzienlijke afvloeiingskosten.

Bij zo'n overname kan er een rol zijn weggelegd voor een fusie- of overnamespecialist. Bewindvoerders schakelen vaak specialisten in op deelgebieden, zoals fiscalisten, accountants of materiedeskundigen. Zij adviseren dan over specifieke onderwerpen. Het advies van een overnamespecialist kan dus zeer welkom zijn om te onderzoeken of een overname tot de mogelijkheden behoort, in het kader van de afwikkeling waarvoor de bewindvoerder is aangesteld. Maar een overnamespecialist tot bewindvoerder benoemen, lijkt mij niet raadzaam.