Concurrentiepositie moet verbeteren door sneller en goedkoper ontslag; Werkloosheid noopt Spanje tot soepeler arbeidswet

MADRID, 18 FEBR. De Spaanse regering heeft geschrokken gereageerd op het onverwacht hoge cijfer van drie miljoen werklozen (20 procent) dat deze week bekend werd. Voorlopig stelt het kabinet er echter slechts één maatregel tegenover: het moet makkelijker en goedkoper worden om personeel te ontslaan, waardoor Spanjes concurrentiepositie verbetert.

Premier Gonzalez heeft aangekondigd dat hij nog vóór de verkiezingen van dit najaar wil beginnen aan een hervorming van de arbeidsmarkt, ook al worden de electorale risico's voor hem en zijn socialistische partij daardoor alleen maar groter. Verscheidene bewindslieden hebben de afgelopen maanden proefbalonnen opgelaten om te peilen of onder het motto "vergroting van de arbeidsmobiliteit' geen einde kon worden gemaakt aan de hoge kosten die op dit moment verbonden zijn aan het ontslaan van personeel in vaste dienst.

De werkgeversorganisaties dringen hier al geruime tijd op aan. Zij betogen dat Spanje op dit punt het duurste land van Europa is. Buitenlandse investeerders zouden in het huidige recessieklimaat steeds vaker niet alleen kijken naar het mogelijke rendement, maar ook naar de kosten verbonden aan een eventuele terugtocht. De vakbonden hebben zich tot nu toe fel verzet tegen despido libre ofwel "vrij ontslag'.

Het arbeidsrecht is in Spanje al jaren punt van discussie. Het land kent een zeer gecompliceerde wetgeving, die teruggaat op de door Franco in de jaren veertig ingestelde arbeidswetten. Volledige werkgelegenheid was een van de pijlers van zijn sociale politiek. Werknemers genoten daarom een grote bescherming. Wie een baan had, had hem in principe voor zijn leven. Hoewel de arbeidswetgeving later een aantal keer is hervormd, is het in Spanje nog steeds uiterst lastig een werknemer met een vast contract om bedrijfstechnische redenen - verhuizing, inkrimping, automatisering - te ontslaan. Het bedrijf is in dat geval onder meer verplicht de ontslagen arbeider een schadeloosstelling te betalen van 45 dagen loon voor elk gewerkt jaar, met een maximum van 42 maanden.

In het geval van collectieve ontslagen is de norm twintig dagen loon per gewerkt jaar met een maximum van twaalf maanden, maar hiervoor is in alle gevallen een speciale vergunning van het ministerie van arbeid nodig, die niet altijd afkomt en in ieder geval vele maanden op zich laat wachten. Het ministerie buigt zich hierbij ook over de kwaliteit van de afvloeiingsregeling die met de werknemersorganisaties overeen is gekomen. De bonden eisen niet alleen geld voor de betrokken werknemers, maar willen doorgaans ook een extra bijdrage voor de eigen kas. De procedure is omslachtig en duur, want het bedrijf moet in afwachting van de ministeriële beslissing zijn werknemers gewoon blijven doorbetalen.

Deze regeling heeft in de praktijk van de laatste jaren aanleiding gegeven tot een wildgroei in tijdelijke arbeidsovereenkomsten, aangezien een werkgever in Spanje zich wel twee maal bedenkt voor hij iemand in vaste dienst neemt. Van het totaal aantal gesalarieerden heeft op dit moment dan ook niet meer dan tweederde een vast contract. Onder jongere werknemers is een vaste aanstelling langzamerhand zelfs iets uitzonderlijks geworden. Het is gebruikelijk dat zij, ook bij behoorlijk functioneren, na drie jaar op straat worden gezet om te voorkomen dat hun baas een vast dienstverband moet aanbieden.

De belangrijkste vakbondsorganisaties zijn het echter niet eens met minister van Arbeid Martinez Noval dat een globale hervorming van de arbeidsmarkt nu hoognodig is. Met het huidige percentage tijdelijke contracten is, zo argumenteren ze, de markt al soepel genoeg. Flexibeler ontslagen zullen de werkgelegenheid niet vergroten, maar slechts meer ontslagen veroorzaken. Ze pleiten voor herinvoering van het causaliteitsbeginsel: tijdelijke contracten mogen alleen aangegaan worden als daar een werkelijke noodzaak voor bestaat.

Een ander belangrijk geschilpunt is het officiëel toestaan van uitzendbureau's, een in Spanje officieel verboden maar in de praktijk min of meer getolereerd fenomeen. De vakbonden verwerpen deze legalisering principieel. Dit soort ondernemingen zou in hun ogen de huidige onzekerheid op de arbeidsmarkt alleen maar vergroten.

Ze vinden dat eerst maar eens een aantal afgebroken overlegprocessen en hangende akkoorden inzake de arbeidsverhoudingen moeten worden afgehandeld. Onder die lopende zaken zijn een wet op de arbeidsomstandigheden en een ontwerp voor een stakingswet. Dit laatste ontwerp is ontstaan uit overleg tussen de vakbonden en de socialistische parlementsfractie, naar aanleiding van een aantal grote stakingen die in de laatste jaren vitale sectoren van de samenleving verlamden. In het ontwerp is vastgelegd dat het minimum aan diensten dat in geval van een staking verleend moet blijven worden, voortaan in overleg met de vakbonden bepaald wordt, en niet zoals nu alleen door de regering. Het wetsontwerp wordt vandaag in het parlement behandeld.

Premier Gonzalez en zijn ministers van economie en arbeid hopen dit voorjaar het overleg over de arbeidsmarkt, ondanks de bedenkingen van een aantal partijen, in ieder geval op gang te krijgen. Dat er al voor de verkiezingen resultaten worden bereikt, achten de meeste betrokkenen onwaarschijnlijk. Martinez Noval heeft echter laten weten dat het wat hem betreft niet meer per se nodig is om te wachten op volledige overeenstemming voor er wettelijke maatregelen kunnen worden genomen.