Bij toeleveranciers meer banen op de tocht dan bij DAF zelf; Behoud DAF enige hoop voor Zuid-Nederland

VENLO, 18 FEBR. Er staan meer banen op de tocht bij de toeleveringsbedrijven van DAF dan bij het concern zelf. “Je kunt niet accepteren dat in zes weken zaken worden afgebroken waarvoor tien jaar nodig is om ze op te bouwen”, zegt M. Sprengers, algemeen secretaris van de Kamer van Koophandel in Venlo. De Kamer voert nu overleg met ontwikkelingsmaatschappijen en bankiers over de toekomst van de DAF-leveranciers.

“Als een bedrijf niet in stand is te houden heeft de natuur zijn loop, maar het mag nooit te wijten zijn aan het ontbreken van communicatie. Het gaat erom de betrokken bedrijven het vertrouwen te geven dat ze kunnen rekenen op steun als er moeilijke situaties ontstaan”, zegt Sprengers. De Kamer in Venlo schat het aantal bedrijven in Noord-Limburg dat sterk afhankelijk is van de ontwikkelingen bij DAF op dertig. Hoeveel van de bedrijven in zijn regio bevinden zich naar zijn idee in een bedreigde situatie? “Elk bedrijf wordt in deze tijd bedreigd”, luidt het bondige antwoord. De Kamer van Koophandel in Venlo werkt overigens nauw samen met die in Eindhoven waar in de buurt nog aanzienlijk meer toeleveringsbedrijven zijn gevestigd.

Algemeen directeur A. Schouten van metaalgieterij Globe in Belfeld (800 werknemers, ook vestigingen in Hoensbroek en Weert) spreekt van “angstige spanning” in de branche. “We hopen dat de harde kern van DAF overeind blijft”, zegt hij. “Ze maken een goed produkt, maar desondanks kan de uitkomst nog steeds nul zijn. Dat scheelt voor ons een slok op een borrel.” Net zo min als zijn collega's bij andere bedrijven geeft Schouten aan hoe groot het deel is van zijn produktie dat wegvalt als DAF tenonder gaat. Maar hij noemt Globe de "hofleverancier' van DAF op het terrein van de gietijzeren truckonderdelen. “We redden het wel als DAF zou wegvallen”, zegt hij. “Maar het kost werkgelegenheid.”

De Algemene Vereniging van Nederlandse Gieterijen (AVNEG), waarvan Schouten bestuurslid is, heeft zich in een brief gericht tot minister Andriessen om te wijzen op de negatieve weerslag die het verdwijnen van DAF zal hebben "op de gehele gieterij-industrie in Nederland'. Voorzitter B. Swets van AVNEG zegt met name te vrezen dat de branche bij het wegvallen van DAF inboet aan respect bij ondernemingen buiten Nederland, als Volvo, Mercedes en bijvoorbeeld Iveco. Meer dan 50 procent van de activiteiten van de Nederlandse toeleveringsbedrijven is naar zijn zeggen gericht op de markt buiten Nederland. “Ons schrijven diende als aanmoediging voor Andriessen om niet alleen te kijken naar de situatie bij DAF”, aldus Swets.

Bij metaalgieterij Giesen in Tegelen (320 werknemers) komt financieel directeur S. Gubbels met een reactie die afwijkt van het algemene patroon. Hij zegt dat zijn bedrijf, gericht op aluminium gietwerk, er niet mee zit dat de opdrachten van DAF stagneren. Giesen heeft de afgelopen jaren de Duitse markt aangeboord en verwacht voor dit jaar een omzetstijging van twintig procent. De werkdruk zou wel erg hoog oplopen als ook de opdrachten van DAF op het normale niveau zouden blijven. Maar vanaf medio vorig jaar liep de hoeveelheid werk voor het bedrijf uit Eindhoven al terug. “Nu hebben we een adempauze”, zegt Gubbels, “en kunnen we gefaseerder wennen aan de nieuwe situatie.” De problemen bij DAF beschouwt de financieel directeur wel als een signaal dat de problemen in de hele branche groot zijn. “Ook in Duitsland is de situatie bepaald niet rooskleurig.”

Buiten het cluster van toeleveringsbedrijven voor DAF in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg bevindt zich in Kerkrade staalconstructiebedrijf Het Zuiden (58 werknemers). Hier noemt algemeen directeur H.R.J. Vreuls het behoud van DAF “de enige hoop voor heel Zuid-Nederland”. De machines in zijn bedrijf zijn in vergaande mate aangepast aan de produktie van "bewerkte mechanische componenten' ten behoeve van DAF. Betekent het mogelijke einde van DAF in één moeite door het einde van dit bedrijf? Vreuls zegt daarover niet te willen spreken. “Dat komt me niet goed uit en de toekomst is niet te voorspellen.” Ook als DAF op zestig procent van de vroegere capaciteit zou voortgaan, blijft de toekomst zorgelijk. “Het gaat DAF slecht, maar andere bedrijven gaat het niet veel beter”, aldus Vreuls. “En dat gaat iedereen merken. Ook de slager, de bakker en het cafeetje op de hoek.”

Zijn visie luidt dat als bij DAF de helft van het personeel dient te verdwijnen, bij vele toeleveringsbedrijven de inkrimping op 75 procent van het huidige personeelsbestand uitkomt. Maar geen bedrijf zal volgens hem over de kop gaan als DAF in afgeslankte vorm voortbestaat. “Dan kunnen ze van de toeleveringsbedrijven er niet één missen. Ieder tandje dat buiten de deur moet worden gemaakt, is dan van belang. Anders stagneert de produktie.”